Tekst Guido Enthoven, Serv Wiemers, Linde Berger en Maarten Marx
Het is inmiddels traditie. Het onderzoek Een Zwaluw (https://ap.lc/MXUEA) is een vervolg op de reeks analyses van de afhandeling van informatieverzoeken onder de Wet open overheid (en daarvoor de Wet openbaarheid van bestuur). Dit jaar richtte het onderzoek zich op ministeries en is ook gekeken naar de monitoring van de afhandeling.
Het aantal gepubliceerde Woo-besluiten van ministeries is voor het eerst afgenomen, van 2.022 in 2024 naar 1.923 vorig jaar. Er zijn grote verschillen tussen de ministeries: het ministerie van LVVN publiceerde 442 Woo-besluiten, terwijl het ministerie van AZ tot 32 kwam.
De gemiddelde beantwoordingstermijn bij ministeries is voor het eerst gedaald, van 188 dagen vorig jaar naar 143 dagen. Dat wijst erop dat de grotere aandacht voor de Woo en adviezen van onder meer de opstellers van deze rapportenreeks, het ACOI, VVOJ en SPOON effect hebben. Tegelijk blijven alle ministeries ruim boven de wettelijke maximumtermijn van 42 dagen voor omvangrijke verzoeken. Voor vergelijking met eerdere jaren zijn in figuur 1 cijfers van de drie door het kabinet-Schoof opgerichte ministeries samengevoegd met die van de ministeries waaruit zij zijn voortgekomen.
Grote verschillen ministeries
De ministeries van AZ (66 dagen) en OCW (87 dagen) doen het relatief goed. Opvallend is de halvering van de doorlooptijd van het ministerie van BZK (naar 87 dagen). Ook het ministerie van BuZa zit aan de goede kant van het gemiddelde (107 dagen). Er zijn ook ministeries die een notoir slecht trackrecord hebben op dit gebied. Het wordt tijd dat ministeries als JenV en SZW hun afhandelingsprocessen beter op orde brengen. Zij overschrijden de wettelijke termijn al jaren met meer dan 400 procent.
Het aantal openbaar gemaakte pagina’s is afgenomen tot gemiddeld 156 per Woo-besluit. In 2024 was dit aantal 251 pagina’s. De mediaan is 13. Een klein deel van de Woo-besluiten beslaat dus een groot aantal pagina’s, maar de helft beslaat dus minder dan 13 pagina’s. Er is nauwelijks een correlatie tussen de omvang van de Woo-besluiten en de doorlooptijd.
De Woo geeft diverse uitzonderingsgronden op grond waarvan openbaar maken achterwege kan blijven. De meest gebruikte lakgrond is ‘de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer’: 93 procent van de gelakte stukken gebruikt deze uitzonderingsgrond.
Opvallend is dat ‘het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of bestuursorganen’ (artikel 5.1.2.i) ook veel wordt ingeroepen: in 56 procent van de gelakte stukken. Dat lijkt erop te duiden dat deze uitzonderingsgrond inderdaad als een duizenddingendoekje wordt gebruikt indien bestuursorganen bepaalde informatie niet willen openbaren.
*Dit is het eerste deel van een artikel uit Od 52: Openbaarheid en Transparantie. Verder lezen? Meld je dan hier aan voor een abonnement of vraag een gratis presentexemplaar op.