Layla Hassan is redactielid Od
Overheden roepen al jaren dat ze transparanter willen worden. De praktijk vertelt een ander verhaal, niet omdat ambtenaren het fout doen, maar omdat het systeem het zo vraagt. Openheid en transparantie zijn geen individuele keuzes. Ze zijn systeemuitkomsten. Ze worden gevormd door structuren, prikkels en verantwoordingsmechanismen, niet door goede bedoelingen. De letter van de wet fungeert daarin als minimale ondergrens: juridisch correct, maar zelden geoptimaliseerd op vertrouwen. In een omgeving gedreven door risico en aansprakelijkheid is het logisch dat informatie wordt beheerst in plaats van gedeeld. Wie daarin de schuld zoekt bij individuele medewerkers, stelt de verkeerde vraag. De geest van de wet vraagt iets fundamenteels anders: niet betere intenties, maar een ander systeemontwerp. Denk aan processen waarin “open tenzij” als standaard is ingebouwd. Evaluaties die niet alleen rechtmatigheid meten, maar ook de kwaliteit van publieke verantwoording. Gemeenten die documenten proactief publiceren. Uitvoeringsorganisaties die fouten behandelen als systeeminzichten in plaats van incidenten om te beheersen. Zij laten zien dat transparantie schaalbaar wordt zodra het structureel is verankerd. De kernvraag verschuift daarmee. Niet: hoe motiveren we mensen om meer te delen? Maar: hoe ontwerpen we het systeem zo dat delen de default is en afschermen de uitzondering? Zolang die omslag uitblijft, blijft de letter leidend, niet uit onwil, maar uit logica. Daarom is transparantie geen gedragsvraag maar een ontwerpkeuze. En dus bestuurbaar. Wie dat snapt, hoeft niet meer te smeken om openheid. Die bouwt het gewoon in.
*Deze prikkel verscheen in Od 52: Openbaarheid en Transparantie. Verder lezen? Meld je dan hier aan voor een abonnement of vraag een gratis presentexemplaar op.