Tekst: Layla Hassan
Wie werkt in de informatiehuishouding kent het gevoel goed. Je hebt een waterdicht verhaal, een sluitende onderbouwing, de wet aan je zijde, en toch komt er niets in beweging. Don’t push me! van Genieke Hertoghs legt de vinger op die wond, met verfrissende eerlijkheid.
Het boek gaat voorbij de versleten kreet: what’s in it for me. Het zinnetje dat in elke opleiding rond informatie- en archiefbeheer terugkeert. Die benadering is te mager, laat Hertoghs zien. Een ander noemen wat hij of zij erbij wint, brengt hem nog niet in beweging.
De kern van Hertoghs’ betoog is even helder als ongemakkelijk: je krijgt iemand pas mee als je hoog staat op diens “beslissingsladder”. Die positie verdien je niet met argumenten, maar met begrip en erkenning. Ontbreken beide, dan zak je weg. De ander vindt je minder competent en sluit zich af voor je boodschap, hoe degelijk ook.
Diagnose
Voor ons vak is dat een rake omkering. We vliegen het rationeel aan: de Archiefwet, de Woo, governance, risico’s en compliance. Maar mensen willen eerst praten over het probleem voordat ze zich openstellen. Erkenning komt voor de oplossing. Wie die volgorde omdraait, is aan het duwen en duwen roept weerstand op. De titel Don’t push me! is geen kreet, maar een diagnose. Precies daar verdiept Hertoghs haar centrale les. Je maakt pas connectie met een ander door begrip en nieuwsgierigheid naar waar de ander staat, niet door een vloed aan informatie over hem heen te storten. Connectie ontstaat pas wanneer het vertrekpunt voor beide partijen helder is. Wie meteen alles op tafel legt, overspoelt; wie eerst vraagt, opent de deur.
Hertoghs voegt zo een inzicht toe dat haaks staat op onze reflex. Je standpunt herhalen en nog meer cijfers aandragen helpt niet: de ander stemt er bewust mee in of biedt bewust weerstand. Wil je iemand onbewust raken en in beweging krijgen, dan helpt juist het tegenovergestelde: stoppen met duwen en beginnen met erkennen.
Spiegel
De grootste verdienste van Hertoghs’ boek is de spiegel die het voorhoudt. Het ontmaskert de illusie dat vakinhoudelijke competentie vanzelf gezag oplevert. Gezag kent de ander je toe, afhankelijk van of je je eerst hebt verdiept in zijn werkelijkheid.
Waar het boek tekortschiet, is de vertaalslag naar de praktijk. De ladder en de componenten zijn helder, maar wie concrete gespreksinterventies zoekt voor het overleg met een gemeentesecretaris of een weerbarstige lijnafdeling, blijft op zijn honger zitten. Wat meer casuïstiek had het raamwerk steviger verankerd.
Toch is dat slechts een kanttekening bij een uitstekend boek. Don’t push me! is verplichte kost voor wie mensen écht in beweging wil krijgen in plaats van alleen gelijk te hebben. Voor een vak dat te lang leunde op rationele overtuigingskracht, een welkome correctie. De boodschap blijft hangen: stop met duwen, begin met erkennen. Dan ontstaat ruimte voor richting.
*Dit is het eerste deel van een artikel uit Od 53: Kwaliteit van informatie. Verder lezen? Meld je dan hier aan voor een abonnement of vraag een gratis presentexemplaar op.