Wie denk je dat je bent?

Trend,Artwork,Composite,Banner,3d,Photo,Collage,Of,Young,Ladu

Tekst: Durga Saraya
Durga Saraya is onderzoeker archief en adoptie

Als onderzoeker op het gebied van archieven en adoptie wilde ik begrijpen wat er over ons als geadopteerden en over het adoptiesysteem is vastgelegd, hoe die informatie tot stand is gekomen, wat ontbreekt en waarom. Mijn onderzoeksvraag ontstond vanuit een eenvoudige behoefte: grip krijgen op informatie. Wat volgde was echter geen lineair proces van aanvraag en inzage, maar een confrontatie met een informatiewereld die zich presenteert als transparant, terwijl zij in de praktijk selectief toegankelijk blijkt zodra je haar bevraagt.

De archiefwereld bleek niet alleen maar een infrastructuur van documenten. Het is ook een cultuur en een machtsstructuur die ik zonder censuur even leerde kennen. Regels, procedures en professionele normen bleken hand in hand te gaan met persoonlijke overtuigingen en (emotionele) blinde vlekken. Waar de ene medewerker met mij meedacht, sloot de ander met bombastisch juridisch taalgebruik en verbaal overgewicht de archiefdeur. Publieke waarden worden zowel politiek links als rechts benoemd, maar zijn in de praktijk behoorlijk strak en tegelijkertijd onduidelijk. Zelfs advies om mij verder te verdiepen via archiefopleidingen werd actief ontmoedigd. De afgelopen twee jaar ervoer ik als onderzoeker archief en adoptie een ononderbroken stroom van systemisch, racistisch en koloniaal geweld, nauwelijks te bewijzen doordat mijn klachten structureel ondergeschikt werden gemaakt aan die van de instituten die mij tegelijkertijd beoordeelden en hun eigen gelijk bij voorbaat veiligstelden.

Op een bepaald moment voelde het als een omkering van controle, vergelijkbaar met Rhythm 0 (https://www.artsenauto.nl/het-lichaam-als-artistiekgereedschap/) van Marina Abramović, waarin het publiek vrij spel kreeg en de publieke waarde zijn werk moest doen. Een wrange parallel met een archiefsysteem dat zich beroept op regels, maar de gevolgen dus volledig bij de gebruiker neerlegt, in dit geval bij mij als onderzoeker archief en adoptie. In vele gesprekken met belanghebbenden, archiefmedewerkers, inspecteurs en beleidsmakers in binnen- en buitenland werd herhaaldelijk uitgelegd hoe “het informatiesysteem” werkt. Tegelijkertijd werd mijn positie als vragende partij steeds indringender bevraagd: wie ben jij? Wat kom je doen? Ben je objectief genoeg?

Dat zijn geen onschuldige vragen. Het zijn poortwachtersvragen. Mijn persoonlijke betrokkenheid als geadopteerde zelf en mijn emotie werden zelden erkend als kennisbron. Ze werden juist maar al te graag gebruikt als reden tot terughoudendheid. Alsof degenen voor wie deze archieven van existentieel belang zijn, per definitie te nabij zouden zijn om er betekenis aan te kunnen geven als onderzoeker. Ongefundeerde afstand werd gezien als legitimatie, nabijheid als risico. (Kom nog over twee jaar nog maar eens terug, werd er gezegd in het Nationaal Archief. Dan hebben wij alles af, wij hebben geen enkele behoefte aan jouw vragen).

Mijn verschijning en communicatiestijl werden soms bij de voordeur al aangegrepen voor insinuaties dat ik als vrouw van kleur me ‘te nabij’ zou uiten tegenover sommige mannen in het archief. Steeds vroeg ik me af waarom mijn echtheid en professionele intentie zo makkelijk werden verdraaid tot seksuele toespelingen. Dit ondermijnde mijn onderzoek en raakt me diep tot op de dag van vandaag. Als onderzoeker wil ik de vrijheid hebben om vragen, betrokkenheid en mijn menselijkheid onverkort te kunnen benoemen.

*Deze prikkel verscheen in Od 52: Openbaarheid en transparantie. Verder lezen? Meld je dan hier aan voor een abonnement of vraag een gratis presentexemplaar op.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Magazine