1 oktober 2010

Eén overheid op internet

image for Eén overheid op internet image

Hoe is het zo gekomen? Overheidsorganisaties zijn ontstaan vanuit een wettelijke taakstelling en een historisch gegroeide organisatie van overheidstaken. De Nederlandse overheid is nog altijd grotendeels georganiseerd volgens de principes van het zogenaamde ‘Huis van Thorbecke’ uit 1848. De grondwet verdeelt de vele verantwoordelijkheden en bevoegdheden over een groot aantal organisaties met een grote zelfstandigheid. Anderhalve eeuw later, eind vorige eeuw, beginnen overheidsorganisaties hun informatie naar eigen inzicht op internet te publiceren.

Hoe is het zo gekomen? Overheidsorganisaties zijn ontstaan vanuit een wettelijke taakstelling en een historisch gegroeide organisatie van overheidstaken. De Nederlandse overheid is nog altijd grotendeels georganiseerd volgens de principes van het zogenaamde ‘Huis van Thorbecke’ uit 1848. De grondwet verdeelt de vele verantwoordelijkheden en bevoegdheden over een groot aantal organisaties met een grote zelfstandigheid. Anderhalve eeuw later, eind vorige eeuw, beginnen overheidsorganisaties hun informatie naar eigen inzicht op internet te publiceren. Al heel snel blijkt het internet een efficiënt en goedkoop medium om veel informatie bij een breed publiek te krijgen. Dit succes leidt de laatste jaren echter tot een dusdanig groot aanbod van informatie dat de burger hierin totaal verdwaalt.

Od oktober 2010, blz. 12.1
Figuur 1. Eigen informatie op de eigen site

Deze constellatie, waarin overheidsorganisaties zelfstandig, maar daardoor ook in enig isolement, kunnen opereren, kent een aantal verleidingen:

  • doelgroep-zenden: informatieaanbod afgestemd op de grootste gemene deler onder de bezoeker van de eigen site;
  • databescherming: uit angst voor verlies van machtspositie of aansprakelijkheid voor inconsistente informatie zijn organisaties terughoudend in het beschikbaar stellen van hun authentieke brongegevens;
  • Stove Pipe-benadering: monolitische CMS-oplossingen die niet geschikt zijn voor hergebruik van informatie van of door derden.

Deze valkuilen hinderen de uitwisseling van authentieke informatie. Dit leidt tot duplicatie (en dus versieverschillen) of het opnieuw maken van reeds bestaande informatie. En dus tot nóg meer informatie die nóg moeilijker te vinden is als je de authentieke bron niet kent. Welke lijstjes met gemeentenamen bestaan er? Welk lijstje klopt? Wie weet welke postcode bij welke gemeente hoort? Wie is het bevoegd gezag voor gemotoriseerde scheepvaart op de Vecht? Hoeveel geld geeft de overheid uit aan…? Allemaal vragen, gesteld door burgers, bedrijven of ambtenaren, waar moeilijk het juiste antwoord op te vinden is.

Od oktober 2010, blz. 12.2
Figuur 2. Links zonder, rechts met semantiek
Bron: http://www.w3.org/TR/xhtml-rdfa-primer/

 

Hoe nu verder?
Internet creëert dit probleem van information overload, maar vormt ook een deel van de oplossing: het maakt samenwerking mogelijk tussen partijen met authentieke informatiebronnen en partijen die verschillende doelgroepen benaderen.
Samenwerken aan samenhang doe je door afspraken te maken over hoe je informatie aanbiedt, ordent en met elkaar deelt.
Aanbieden op een duurzame manier, dus met stabiele metadata. Delen op een flexibele manier, want afhankelijk van de vraag. En ordenen op een slimme manier om aanbod en vraag te kunnen koppelen. Per doelgroep kan dan alle authentieke informatie in samenhang gepresenteerd worden. Drie principes helpen daarbij:

1. Voorzie je informatie van metadata
ICTU heeft op basis van de Dublin Core-standaard een kernset geselecteerd van slechts negen elementen. Dat is een mooi begin. Zie: standaarden.overheid.nl/owms

2. Stel je informatie beschikbaar als open data
Tim Berners-Lee had een veel intelligenter web in gedachte toen hij zijn eerste specificaties voor het internet opschreef. Op het oorspronkelijke ‘platte’ internet, ook wel web 1.0 genoemd, moest de mens zelf navigeren op basis van de tekst die hij/zij ziet. Een zoekmachine kan alleen naar woorden zoeken. Op het ‘social web’ (web 2.0) krijgt de mens veel informatie aangereikt door kennissen uit zijn sociale netwerk. Die informatie is vaak nuttig omdat communities op web 2.0 rond een bepaald thema zijn georganiseerd. Tim Berners-Lee propageert nu om de informatie, waar een organisatie of een individu authentieke bron voor is, zo te publiceren dat, onder de motorkap, betekenis (semantiek) is toegekend aan die informatie. Op het ‘semantisch web’ (web 3.0) dat zo ontstaat ‘begrijpt’ software wat er staat.
Is deze informatie een recensie, verkoopinformatie, contactinformatie, actueel, historisch, et cetera, Tim Berners-Lee zegt: stel je authentieke data beschikbaar als ‘linked open data’ zodat een ander deze kan gebruiken. Zie linkeddata.org

Od oktober 2010, blz. 13
Figuur 3. Informatie uit authentieke bron op elke site

 

3. Houd je aan open standaarden
Probeer niet opnieuw het wiel uit te vinden. Gebruik van een open standaard die door vele anderen wordt toegepast levert veel meer op dan zelf iets nieuws verzinnen. Je informatie komt namelijk potentieel terecht bij alle gebruikers van die standaard en niet alleen bij je eigen publiek.

Denk groot, start klein. Nee, nog kleiner!
Het internet is niet gebouwd, het is gegroeid. Men heeft slechts de kleinste bouwsteentjes ontworpen: standaarden voor HTML, HTTP en vele andere. Vervolgens ging iedereen die een business case had, zelf aan de slag. Met de informatie die beschikbaar is – en aan die standaarden voldoet –, verrijkt met informatie die iemand zelf heeft, kan iedereen waarde toevoegen aan het geheel. Wie deelt, is vindbaar op internet.

Hans.Overbeek@ictu.nl

Hans Overbeek is adviseur Contentstandaarden bij het programma e-Overheid voor Burgers (onderdeel van ICTU). Ook is hij productmanager voor OWMS dat is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken.