18 januari 2016

‘Ik werk nu eenmaal om te leven’

image for ‘Ik werk nu eenmaal om te leven’ image

Burgerlijke Stand

Burgerlijke Stand

Naam:
Han Adriaans
Geboren:
Helmond, 1966
Burgerlijke staat:
samenwonend
Opleiding:
Archiefschool (middelbaar), SOD 1 en 2 (deels), HMDI en Haagse Hogeschool (internal auditing)
Werk:
archiefinspecteur bij De Domijnen, gemeente Sittard-Geleen
Hobby’s:
muziek, wandelen, watersporten, skien, mountainbiken, fotografie, computers en koken

Je werkt bij De Domijnen, voorheen het Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen. Ben je ook ‘unne Limburgse jông’?
‘Neije, neije, ik ben en blief un Brabants menneke. Maar ik heb het wel erg goed naar mijn zin in Limburg en het dialect is prima te verstaan. Over dialect gesproken, ik heb nog nooit zo veel dialect gesproken als nu in Limburg. Mijn Hellemonds dialect welteverstaan, want doordat de Limburgers in hun eigen dialect kallen, val ik automatisch terug in het Helmonds. Natuurlijk wil het ook wel helpen dat ik dialecten altijd leuk en interessant gevonden heb, wittenie.
Eigenlijk is werken voor De Domijnen (met lange ij) voor mij alsof ik iedere dag met vakantie ga: het landschap verandert, de taal verandert en het is in de regel ook nog eens zonniger weer. Wa wilde nog meer.’

Zo te horen ben je dus in Helmond geboren.
‘Ja, toen Nederland gehuld was in dikke mist. Het was daags na de beroemde ‘mistwedstrijd’ waarin Ajax Liverpool versloeg met 5-1.’

Hoe ben je dan in Sittard beland?
‘Voorheen heb ik voor Archiefburo Voorzee gewerkt. Na elf jaar met heel Nederland als werkplek wilde ik dichter bij mijn werk gaan wonen. Het Streekarchief Land van Heusden en Altena (sinds 2013 Streekarchief Langstraat Heusden Altena) kwam met een mooi aanbod en de overstap was snel gemaakt. Het Land van Heusden en Altena heb ik altijd een prachtig gebied gevonden maar helaas vond ik niet de woning die ik zocht. En als er een woning in aanmerking kwam dan was die ver boven mijn budget.
Ook Limburg vond en vind ik prachtig – hoe zuidelijker je gaat hoe mooier het wordt. Bovendien liggen de grondprijzen er een stuk lager. Zodoende heb ik tegen mezelf gezegd dat als ik daar ooit een interessante functie zou spotten, ik sowieso zou solliciteren. Ik werk nu eenmaal om te leven en echt niet andersom, ook al lijkt dat ooit wel zo te zijn. Maar ja, dat krijg je als je leuk werk hebt dat je graag doet. De eerste die met een interessante functie kwam was het Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen. Met de mensen daar klikte het vanaf het eerste moment. Een goede overstap dus, al woon ik nog steeds in Helmond…’

Ben je ook in Helmond opgegroeid?
‘Het grootste deel van mijn tienertijd heb ik in Aarle-Rixtel doorgebracht omdat veel van mijn vrienden er woonden. Thuis kreeg ik daar vaak genoeg opmerkingen over omdat ik een dialect gebruikte wat niet Hellemonds was. Helmond heeft een op z’n zachtst gezegd excentriek stadsdialect en ik gebruikte woorden die ‘boers’ waren.’

Hoe verliep je leventje op de basisschool?
‘Na drie kleuterscholen te hebben versleten ben ik naar de Mariaschool in Helmond gegaan. Daar moest ik met alle geweld rechtshandig leren schrijven. Als echte linkspoot was dat een ramp en mijn moeder is op school gaan praten of ik niet linkshandig mocht schrijven. Blijkbaar had ik er nachtmerries van. De school stemde daarmee in en heeft het verplicht rechtshandig schrijven daarna ook afgeschaft.’

En het voortgezet onderwijs?
‘Na de Mariaschool ben ik naar de mavo gegaan. Volgens de school kon ik makkelijk havo aan maar ik was daar te speels voor. Na twee jaar mavo ben ik naar de leao gegaan. Ook nu weer was de reden dat ik te speels was. Na mijn eindexamen ben ik naar het vhbo in Eindhoven gegaan, maar ik ben daar na één jaar weer vertrokken en naar de havo in Helmond gegaan. Die lijn van scholen verslijten heb ik tot op de dag van vandaag volgehouden en ik nader inmiddels de twintig.’

Zie je nog mensen uit die tijd?
‘Ja, ik ontmoet nog geregeld mensen uit die tijd al is het minder dan vroeger. Zo komen we vrijdags voor carnaval met vier jeugdvrienden samen om de carnaval in te luiden. Een traditie die stamt uit de tijd dat we op school zaten. Nadeel is wel dat er dan een drinktempo wordt ingezet alsof we nog steeds jong zijn en op school zitten. De dag erop is het dan ook zwaar boeten.’

Was je een introvert of extravert kind?
‘Vrij extravert en eigenlijk hetzelfde als nu. Ik ben dan wel ouder geworden maar het kinderlijke is blijkbaar nog steeds niet uit me … gelukkig!’

Hoe was de gezinssituatie vroeger?
‘Samen met mijn jongere broertje ben ik opgegroeid in de kroeg. Toen ik vijf jaar was hebben mijn ouders café-restaurant De Gouden Kegel overgenomen. Dit was de eerste jaren ook nog een pension. Vaag kan ik me de verhuizing nog herinneren omdat we dat met paard en wagen deden. De hele huisraad stond op een platte kar, paardje ervoor en zo de stad in.
Het café, gevestigd in een monumentaal pand midden op de Markt en dus hartje centrum, is voor veel Helmonders een begrip. We hebben nog gevierd dat er meer dan honderd jaar een tapvergunning op het pand zat. Er zijn hele generaties bij mijn ouders over de vloer gekomen. Dat was wel ooit gemakkelijk om problemen op te lossen. Als er weer een nieuwe lichting cafégangers kwam die zich, onder invloed van alcohol en met jeugdige bravoure, niet correct wist te gedragen dan zei mijn moeder: ‘Jongen, ik ken oe moeder (of vader) dus gedraagt oe.’ Dat werkte beter dan een uitsmijter.
Een erfenis van het kroegbestaan is dat we veel mensen niet bij naam kennen maar wel weten wat ze dronken. Als ik mijn moeder de groeten moet doen van iemand en ze weet niet zo snel wie het is, dan krijg ik steevast de vraag: ‘Wat dronk die?’ Ook mijn bijnaam heb ik aan het café te danken. In Helmond kennen veel mensen mij niet als Han Adriaans maar als Han de Kegel. Zelfs vrienden die ik al jaren ken kunnen verbaasd reageren als ze mijn achternaam horen.
Na ruim 30 jaar als uitbaters hebben mijn ouders het café verkocht. Maar omdat ik vroeger mijn huiswerk altijd maakte aan de stamtafel zie ik een café nog altijd als een huiskamer, wat ook altijd de opzet van mijn ouders is geweest. Een café moet de sfeer van een huiskamer uitstralen, vond mijn vader.’

Hoe is je huidige gezinssituatie?
‘In februari is het elf jaar geleden dat ik Nicole ontmoette. Wij kenden elkaar al van school en later kwamen we elkaar geregeld tegen bij concerten. Na drie jaar zijn we gaan samenwonen en het is nog steeds erg gezellig. Samen bezoeken we onder meer concerten. De passie voor muziek delen we, maar we uiten het op verschillende manieren: in de regel staat Nicole op de dansvloer en zit ik aan de bar. Ook skiën is een gedeelde passie en ook hierin verschillen wij in de uitvoering. Nicole, die jarenlang turnster en danseres is geweest, gaat sierlijk en soepel de piste omlaag, terwijl ik het op kracht moet doen. Op snelheid win ik het maar als het op uithoudingsvermogen aankomt maak ik tegen haar geen schijn van kans. Ook wandelen doen we graag. Het liefst in de bergen, maar dan wel ver weg van het toerisme en de platgetreden paden.
Lucas, mijn zoon, komt vaak op bezoek en afgelopen zomer hebben we zijn achttiende verjaardag gevierd. Ook hij is besmet geraakt met het skivirus en gaat eens per jaar mee op wintersport.’

Wat zijn je hobby’s?
‘Muziek is mijn grootste hobby. Qua smaak varieert dat van klassiek tot funk en van soul tot blues en rock, maar bovenal zijn het gitaren die je bij mij uit de speakers hoort knallen. Denk aan Albert Collins, Led Zeppelin, Rory Gallagher, Stevie Ray Vaughan en Roy Buchanan. Eric Clapton, Ry Cooder en Stephen Stills zijn favoriete gitaristen, maar de grootste van allemaal is voor mij nog steeds Jimi Hendrix.
Ook luister ik graag naar David Bowie, Arno Hintjes, Tom Waits, Johnny Cash, Bob Dylan, Jeff Buckley, John Hiatt, Neil Young, Otis Redding, Bruce Springsteen en Pink Floyd. Thuis zet ik eerder muziek op dan dat de tv aan. Mijn muziekcollectie is nogal omvangrijk dus het is moeilijk kiezen, maar dit zijn toch wel mijn favorieten.
In deze donkere dagen voor Kerstmis vind ik het op z’n tijd heerlijk om Frank Sinatra, Elvis Presley en Burt Bacharach te draaien. Het liefst vanaf vinyl waarbij ik het niet kan nalaten om Joe Satriani en Steve Vai er tussendoor ‘te gassen’.
Ook vind ik het leuk om vrienden uit te nodigen en voor hen te koken. De recepten kunnen overal vandaan komen, maar mijn voorkeur is toch wel Italiaans. Maar dan wel met chili of sambal want dat snappen die Italianen nog steeds niet! Marco Polo kan dan wel de mie uit China hebben meegenomen, maar de sambal is hij vergeten.’

Speel je zelf ook een instrument?
‘Ja, zoals je misschien uit mijn muzieksmaak al kon afleiden speel ik gitaar. Meestal heb ik een akoestische gitaar in handen en een enkele keer een elektrische. Het spelen is lang niet meer zo intensief als vroeger maar nog steeds is een halfuurtje fieperen het eerste wat ik doe als ik thuiskom van werk.
Dat de muziek blijft kriebelen is op feestjes vaak te merken. Veel vrienden spelen instrumenten en al snel begint iemand erover of het geen goed idee is om weer eens een bandje te beginnen. Verschillende partners reageren dan grommend: ‘Wa denkte zelluf?’ Dat we niet meer samen spelen heeft niets te maken met de partners, maar komt doordat er geen tijd meer voor vrijgemaakt wordt. De carrières en ’s avonds op de bank ploffen zijn belangrijker geworden en dat is jammer. Maar wie weet, wat niet is kan nog komen…’

Het Euregionaal Historisch Centrum Sittard-Geleen is in het kader van een samenwerking van naam veranderd. Hoe zit dat precies?
‘Op 1 januari 2015 hebben we afscheid genomen van de naam Euregionaal Historisch Centrum. Vier cultuurinstellingen (Stadsschouwburg Sittard-Geleen, Museum Het Domein, de bibliotheek Biblionova en het Euregionaal Historisch Centrum) zijn vanaf dat moment samengegaan onder de vlag van De Domijnen. In 2016 komt daar als het goed is muziek- en danscentrum Artamuse nog bij. We werken nu onder de naam Archief De Domijnen. In de dagelijkse gang van zaken is weinig veranderd. Het merendeel van mijn werk doe ik namens de gemeentearchivaris, die in gemeentelijke dienst blijft. Wel zijn er veel nieuwe directe collega’s bijgekomen, wat erg gezellig is. Bij De Domijnen werken op het moment zo’n 100 mensen.’

Je bent archiefinspecteur maar ik heb begrepen dat je daarnaast ook actief bent op andere vlakken. Wat houden die werkzaamheden in?
‘In het zuiden van Limburg wordt de samenwerking meer en meer opgezocht. Zodoende ben ik betrokken bij de (verkennende) samenwerking tussen de archiefinstellingen van Heerlen, Kerkrade, Sittard-Geleen en het Regionaal Historisch Centrum Limburg. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan het opstellen van het bedrijfsplan om zodoende de gemeenschappelijke visie te concretiseren en uit te werken in verschillende scenario’s. De directe aanleiding tot deze samenwerking is de uitdaging om te komen tot een duurzaam en betrouwbaar digitaal archiefbeheer voor de lange termijn en het voornemen van een van de gemeenten om een nieuwe archiefbewaarplaats te realiseren. Dit wil niet zeggen dat ik van mening ben dat een e-depot een typisch ‘archiefspeeltje’ is. Juist het tegenovergestelde: mijns inziens dient een e-depot binnen het (dynamische) informatiebeheer van de gemeente gepositioneerd te worden.
Deze samenwerking tussen de vier verschillende archiefinstellingen is al duidelijk zichtbaar in de samenwerking van de toezichthouders. Zo hebben wij maandelijks een afstemmingsoverleg en kunnen wij elkaar vervangen bij advisering of toetsing. Hierdoor voorkomen we de bekende spagaat. Als toezichthouder behoud je dus je adviserende rol voor de eigen organisatie; voor een onafhankelijke toetsing wordt een beroep gedaan op een collegatoezichthouder.
Ook zijn we hard aan het werk om een gezamenlijk advies- en toetsingsinstrument te ontwikkelen dat met name betrekking heeft op digitale vraagstukken. Door bij advisering en toetsing hetzelfde instrument te hanteren, worden in beide gevallen dezelfde aandachtspunten met bijbehorende normen en inzichten gehanteerd en kunnen de toezichthouders elkaar makkelijker vervangen.
Niet alleen de archiefinstellingen zoeken de samenwerking, maar ook de DIV-afdelingen van de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. Naar aanleiding van diverse KPI-rapportages, waaruit bleek dat vrijwel alle organisaties een aantal overeenkomstige aandachtspunten hebben, is het ‘Regionaal werkverband informatiemanagement Zuid- Limburg’ ontstaan. Inmiddels nemen 24 organisaties deel aan dit samenwerkingsverband dat een tweeledige hoofddoelstelling heeft. Om de gemeenschappelijke knelpunten aan te pakken wordt enerzijds aan gezamenlijke opleiding en competentieontwikkeling gedaan. Anderzijds worden er concrete producten (zoals handboeken, procedures, protocollen et cetera) opgeleverd die de organisaties zelf kunnen implementeren. Binnen deze samenwerking ben ik lid van de stuurgroep en heb ik een adviserende rol bij de werkgroep ‘Digitale archivering’.
Ook binnen De Domijnen neem ik deel aan uitdagende projecten. Zo ben ik betrokken bij het ontwerpen en inrichten van onze ICT-architectuur. Door de samenvoeging van vier culturele instellingen komt er ook veel hard- en software samen, met alle verschillen die daarbij horen. Zo werkte bijvoorbeeld de ene organisatie met Apple en de andere met Windows; werkte de een in the cloud, beheerde een ander een eigen netwerk en zat de derde op het door de gemeente beheerde netwerk.
Daarnaast zijn we binnen De Domijnen bezig een kwaliteitssysteem op te zetten met bijbehorende audits. Ook deze samenwerking met collega’s afkomstig uit andere organisaties en kijkend door verschillende brillen, is leerzaam maar bovenal leuk om te doen.’

Heb je nog wensen of uitdagingen voor de toekomst?
‘Oh ja hoor, er zijn nog genoeg wensen. Ik hoop het eindelijk eens voor elkaar te krijgen om landelijk te gaan wonen. En dan weer twee honden te hebben, want daar hebben we nu geen tijd voor gezien onze werk- en reistijden.’

Fransien Smeets, redacteur Archievenblad, archivaris en beheerder collecties Erfgoedcluster Weert.