22 juni 2012

Naar normalisatie voor infrastructuur

image for Naar normalisatie voor infrastructuur image

Interoperabel Nederland cover

Deel V van het boek (de bundel) bestaat uit zeven hoofdstukken, waarbij het ene hoofdstuk een beroep doet op theoretisch inzicht en het andere zicht geeft op interoperabiliteit in de gewone praktijk.

Interoperabel Nederland cover

Deel V van het boek (de bundel) bestaat uit zeven hoofdstukken, waarbij het ene hoofdstuk een beroep doet op theoretisch inzicht en het andere zicht geeft op interoperabiliteit in de gewone praktijk.

De automatisering voorbij: herstel van een ongezond evenwicht – Michiel Leenaars
Michiel Leenaars beschrijft de informatietechnologie als het zenuwstelsel van de moderne overheid. Als er sprake is van een juiste inzet van normalisatie dan kunnen we een hoop winnen. De vraag is of we op de huidige wijze gewoon moeten doorautomatiseren of dat we de koers daadkrachtig moeten verleggen en meegaan in de stroom van de mogelijkheden, vergelijkbaar met de vleugelslag van een vlinder die een orkaan veroorzaakt. De overheid is een instelling met onbeperkt geld en kan dat dan ook over de balk gooien, waarmee ICT-projecten financieel uit de hand lopen. Daar waar het nodig zou zijn om uit financieel oogpunt voor standaarden te kiezen wordt die keuze niet gemaakt door onkunde, door onwetendheid en door de beschikbaarheid van schijnbaar onbeperkte middelen. Een bedrijf balancerend op kosten en baten (winst en verlies) voelt de noodzaak tot een dergelijke keuze veel eerder en handelt daar dan ook naar. Leenaars is zeker niet positief over de zoektocht naar een oplossing. Overheden zijn van elkaar afhankelijk, verschillen te veel in grootte en zijn veelal gevangen in een Vendor lock-in. Wel geeft Leenaars in zijn artikel duidelijk aan wat de doelen zijn van standaarden voor overheden, waaronder betrouwbaar zijn en toepassingen kunnen verbinden. Ofschoon niet echt positief gestemd – hij adviseert een cowboymentaliteit – ziet Leenaars een aantal goede ontwikkelingen, als ODF, Nederland Open in Verbinding en de vereniging OpenDoc Society, waardoor de markt mee moet in een consistente vraag van die overheid.

Standards for infrastructure: new directions for matching compatibility with flexibility – Tineke M. Egyedi
Het tweede hoofdstuk, van Tineke Egyedi, gaat in op de mogelijkheid flexibel en tegelijk uitwisselbaar te zijn. Onder flexibiliteit verstaat Egyedi het gemak waarmee een systeem aangepast kan worden aan veranderende omstandigheden en eisen. Als uitwisselbaarheid vereist is dan moet flexibiliteit de gesloten infrastructuur (entrenchment) openen. Flexibiliteit wordt gevoed door standaardisatie en is dus de katalysator voor een open infrastructuur. Uitwisselbaarheid, ofwel interoperabiliteit, beschouwt Egyedi als de wijze waarop, met netwerkpunten of apparaten, het gebruik van producten, processen en diensten in elkaar passen.
Uitwisselbaarheid kan door een marktproduct geïnitieerd worden, denk aan PDF van Adobe, en beter functioneren dan een product dat is afgedwongen door een commissie. Egyedi gaat verder in op de voordelen van goede protocollen voor netwerken en noemt voorbeelden als het netwerkprotocol voor elektriciteit, telefonie en andere zendontvanginstallaties. Soms wordt er gebruik gemaakt van open source, wat voordelen heeft op het gebied van transparantie en dus indirect op dat van de uitwisselbaarheid. Egyedi verduidelijkt de relatie tussen flexibiliteit en uitwisselbaarheid een aantal keren schematisch en verbindt het middel comptabiliteit met de eisen voor flexibiliteit. Bijvoorbeeld wat zegt de comptabiliteitseis ‘netwerkprotocol’ over de flexibiliteit deze op te waarderen (upgradeability). Egyedi concludeert dat er nog veel onderzoek nodig is om te komen tot de noodzakelijke comptabiliteit om te komen tot een open en innovatieve ICT-infrastructuur voor de overheid. De vraag is ook of er verschil zal zijn met de eisen aan flexibiliteit in het bedrijfsleven en welke strategische keuzes er gemaakt moeten worden om aan uitwisselbaarheid te voldoen.

Open einde – Henk-Jan van der Molen
Henk-Jan van der Molen benadert normalisatie voor infrastructuur op een totaal andere wijze en maakt er een thriller van, waarbij het Nationaal Cyber Security Centrum een belangrijke rol speelt. Het verhaal is spannend en leerzaam door de aandacht voor beveiliging, de aandacht voor computervirussen, operating systemen, open source enzovoorts. Veiligheid, e-mail, uitwisseling van kennis, samenwerking tussen instanties, het kraken van computers door specialisten en kansberekening leiden tot de oplossing van de beschreven criminele zaak.

Hebt u een afspraak? – Sylvia Veereschild
Een mooi verhalend stuk over interoperabiliteit, standaarden en semantische aspecten is het hoofdstuk van de hand van Sylvia Veereschild. Hoe kun je een probleem herkennen, samen zoeken naar oplossingen en goede, bruikbare afspraken maken? Veereschild noemt een aantal inmiddels bekende normen (bijv. de centimeter) en de normen voor informatiebeveiliging, waarbij gezamenlijke afspraken de basis zijn. Normen zijn vrijwillig, maar worden toch nageleefd omdat mensen daar belang bij hebben. Die afspraken en de semantische aspecten zijn in de gezondheidszorg cruciaal, zeker gezien vanuit het kostenaspect. Zonder genoemde interoperabiliteit, standaarden en de juiste semantiek zullen de kosten echt oplopen tot 25% van ons nationale geld. Bezuinigen op normalisatie is dus uit den boze en versnipperde informatie door teveel de nadruk op privacy is voor Veereschild onwenselijk, zelfs bedreigend. Veereschild schrijft haar stukje ook als ervaringsdeskundige, waarbij zij de toekomst van de zorg, door standaardisatie juist te organiseren, veilig en doelmatig wil zien. Normalisatie zorgt voor besparing en efficiëntie juist ook in de zorg.

Seriality for all: the role of protocols and standards in critical theory – Geert Lovink and Ned Rossiter
Geert Lovink en Ned Rossiter geven hun hoofdstuk de titel Seriality for all en stellen eerst de noodzaak vast van standaardisatie met de vraag of de standaardhoogte van 72 cm voor een computertafel relevant is voor de kwaliteit van het geleverde product. Blijkbaar vinden ook zij het een complex onderwerp, want ze raden aan een bepaald muziekstuk te beluisteren bij het lezen van het artikel.1
Een echte revolutie in de huidige technologische maatschappij moet zorgen voor een volledige vernieuwing van de huidige standaarden en protocollen. Daarbij stellen Lovink en Rossiter dat protocollen worden gedomineerd door het geld; de kracht van het protocol lijkt in de handen van de MBA’ers. Lijkt, want het voorbeeld van MySpace toont dat de echte macht bij de consument ligt die bepaalt of een protocol geaccepteerd wordt; Murdoch verloor hier 545 miljoen dollar.
Wat bedoelen de schrijvers met ‘seriality for all’? Zij omschrijven seriality als het concept of ontwerp dat een techniek en strategie biedt voor totale ambivalentie in het organiseren van netwerken en het vastleggen van autonome standaarden in de huidige controlmaatschappij (protocological society of control). Seriality biedt een richting met mogelijkheden voor de toekomst. De richting zorgt voor de productie van standaarden vanuit een kern, waarbij de kern de verzameling is van praktijk, vaardigheden, lessen, capaciteiten, verbindingen, concepten, strategieën en tactieken gebouwd op collectieve ervaringen. Seriality gebruikt tijd als verbindende en complicerende factor. In het artikel ligt de nadruk op netwerken. Het artikel eindigt met de vraag of de huidige losse netwerken in staat zijn regels voor de netwerken van de toekomst te realiseren. Zeker, stellen de schrijvers, als zij ervoor zorgen de standaard te zijn (set the standard).

Open source computing and public sector policy – Victor de Pous
Victor de Pous neemt ons mee in de relatie tussen open source en het beleid van de overheid. Hij legt open source uit aan ‘ons’ de overheid, zodat we weten wat open source is en op basis daarvan beleid kunnen maken. De Pous hekelt de continue stroom van nieuwe technieken, zoals cloud computing en de erbij horende Software As A Service. De ontwikkelingen zullen niet meer stoppen, ook omdat wij overal bij willen, op elk moment en op elke plaats. Ook op organisatorisch gebied zijn veranderingen dagelijks aan de orde. Hoe kun je goede keuzes in beleid en aanschaf maken als de leverancier mooie dingen levert, maar je open standaarden moet gebruiken en open source wordt aangeraden? Cruciaal in een keuze is interoperabiliteit en hoe die zich verhoudt tot open source. De Pous gaat dan dieper in op de juridische consequenties van open source, zoals garanties, licenties, copyright. Hij stelt dat de Europese Commissie in haar beleidsdocument geen verplichting voor de overheid voorschrijft om te kiezen tussen open source en gesloten source. Ook open source software kent meerdere leveringsmodellen (zoals freeware en escrowe) en valt net als ‘gesloten’ source software onder het intellectuele eigendomsrecht. Dit heeft weer consequenties voor de keuze van een licentie.
De Pous bekritiseert de Nederlandse benadering van de verplichting open standaarden en open source te gebruiken. Er zijn meer wegen die naar Rome leiden om interoperabiliteit te bereiken. De keuze voor open source kan niet in z’n algemeenheid gemaakt worden, maar alleen als de organisatorische doelstellingen vertaald zijn naar een informatiestrategie en een IT-strategie. De vrijheid van open source wordt meer en meer ter discussie gesteld bij de rechter, denk maar aan het operation systeem Android voor mobiele communicatie. De Pous eindigt met de stelling dat open source complex en uitdagend is, er veel misvattingen over bestaan, er geen garantie is, het twijfelachtig is of er sprake zal zijn van minder kosten, er veel onbewezen voordelen worden genoemd en het beleid soms haaks staat op de wijze waarop aanbestedingen ingezet worden.

Overheid, mis de aansluiting niet! – Henk J. de Vries
Nederland is geen eiland, stelt Henk de Vries. Er zijn dus normen nodig die nationaal en internationaal geaccepteerd zijn. Hij beschrijft een aantal voorbeelden, waarbij het gebruik van verschillende bestandsformaten tot hoge kosten hebben geleid, zowel dertig jaar geleden als tegenwoordig (Betuwelijn). De Vries beschrijft daarna het strategisch belang voor Nederland van afstemming tussen systemen en de gewenste situatie. Nederland is met een aantal zaken spin in het web door gebruik van of voorsprong op het gebied van normen. Hij noemt voorbeelden als Schiphol, de Rotterdamse haven en de gasverspreiding waar Nederland functioneert in een zogenaamde hub (knooppunt). Voor een hub zijn normen nodig op het gebied van interoperabiliteit, kwaliteit en informatiebeveiliging. Wie gaat deelnemen aan die normontwikkeling? En hoe krijgen we het voor elkaar dat die ook op de prioriteitenlijst van de regering blijft, zonder dat er sprake is van een planeconomie en we het tegengestelde bereiken? De Europese Unie heeft wat dat betreft lessen geleerd door een aanpak waarbij Europese richtlijnen alleen globaal geformuleerde essentiële eisen bevatten om later vast te leggen in Europese normen. Er ligt een overheidstaak in het bewaren van de interoperabiliteit en kwaliteit van de systemen en de informatiebeveiliging, waarvoor, niet te veel, normen nodig zijn. De Vries adviseert een promotiecampagne en onderwijs om gebruikers bewust en vaardig te maken om de weg naar betere informatiesystemen in te slaan.

Tot slot
De diversiteit van de hoofdstukken van het boek2 maakt dit deel goed leesbaar. Je kunt een hoofdstuk overslaan en op een ander moment (bijv. als je de muziek bij de hand hebt) lezen, zonder dat dit de structuur (het verhaal) negatief beïnvloedt. De Engelstalige artikelen nemen door het gebruik van complexe vaktermen meer leestijd in beslag.

hvanrijn@gmail.com


1 http://www.youtube.com/watch?v=z6Xae9jsqxU
2 Interoperabel Nederland, Forum Standaardisatie, ISBN 978-79490- 03-5; te downloaden van http://www.forumstandaardisatie.nl/actueel/item/titel/e-book-versie-interoperabel-nederland