Tekst: ELO
Beeld: Hilbert Krane
Digitalisering is voor archiefdiensten onmisbaar om informatie duurzaam toegankelijk te houden. Tegelijkertijd groeit het besef dat die digitale infrastructuur zelf ook een ecologische voetafdruk heeft. Servers, opslag, datatransfer en hardware vragen energie, grondstoffen en water. Bij Erfgoed Leiden en Omstreken (ELO) leidde dat tot een fundamentele vraag: hoe duurzaam is digitale duurzaamheid eigenlijk?
Esther Monteiro Snepvangers is projectleider eDepot bij Erfgoed Leiden en Omstreken en initiatiefnemer van het Green IT-project. ‘Wij werken dagelijks aan digitale duurzaamheid: het duurzaam toegankelijk houden van informatie,’ vertelt ze. ‘Dat is de kern van ons werk. Maar tegelijkertijd merkte ik dat we nauwelijks stilstonden bij de vraag hoe duurzaam onze eigen digitale infrastructuur eigenlijk is. Dat begon steeds meer te wringen.’
Persoonlijke aanleiding
De aanleiding voor het Green IT-project was geen beleidsopdracht, maar een persoonlijke observatie. ‘Ik las steeds meer over de impact van IT op het milieu. Over CO₂-uitstoot, waterverbruik, het gebruik van zeldzame grondstoffen en e-waste. Toen dacht ik: wij zijn een archiefdienst die voor toekomstige generaties werkt, maar hoe verhoudt zich dat tot onze eigen bijdrage aan die problemen?’ Dat besef maakte het onderwerp onontkoombaar. ‘Juist als organisatie die erfgoed bewaart voor later, kun je dit niet naast je neerleggen. Als wij bijdragen aan klimaatverandering, ondermijnen we uiteindelijk ook het erfgoed dat we proberen te beschermen.’ Het onderwerp kreeg ruimte binnen de organisatie tijdens een functioneringsgesprek. ‘Daarin werd gezegd: “Leuk idee! Prima, ga het maar uitwerken en dan bespreken we het.” Dat was het moment waarop het Green IT-project echt begon.’
Vanaf het begin was voor Monteiro Snepvangers duidelijk dat het project niet moest blijven steken in intenties of aannames. ‘Ik wilde vooral graag weten waar we stonden. Je kunt namelijk wel van alles vinden, maar zonder cijfers weet je eigenlijk niets.’ Samen met adviesbureau Copper8 werd daarom een nulmeting uitgevoerd, waarbij werd gekeken naar drie onderdelen: hardware, datatransfer en opslag.
‘Het project leverde ook concrete cijfers op. Zo stoot ELO jaarlijks circa 26 ton CO₂ uit. Om dat tastbaar te maken: dat staat gelijk aan bijvoorbeeld drie keer de wereld rondvliegen, 221 retourritten Leiden–Eiffeltoren met een gemiddelde benzineauto, het voeden van een gemiddelde Nederlander tot en met 2039, of de jaarlijkse uitstoot van ongeveer 1,4 huishoudens. Zulke vergelijkingen zijn essentieel om het gesprek goed te kunnen voeren.’ De verdeling van die uitstoot verraste haar. ‘De grote impact van hardware was voor ons echt een eyeopener. Wij dachten vooraf vooral aan opslag, maar juist de productie, het gebruik, het transport en het afschrijven van hardware bleken verreweg de grootste factoren.’
Dat inzicht leidde tot een andere kijk op oplossingen. ‘In plaats van hardware steeds vaker te vervangen, kun je de CO₂-afdruk mogelijk verkleinen door levensduurverlenging. Dat is een heel ander gesprek dan alleen maar kijken naar datacenters en opslag.’
*Dit artikel verscheen in Od 49: Open overheid in beweging. Meer lezen? Meld je dan hier aan voor een abonnement of vraag een gratis presentexemplaar op.
Od Kwaliteitsawards 2026: inschrijvingen geopend
De Od Kwaliteitsawards zijn geopend voor inschrijvingen. Overheids- en non-profitorganisaties kunnen hun eigen organisatie aanmelden of een andere organisatie nomineren die aantoonbaar werk maakt van het verbeteren van de informatiehuishouding. Inschrijven of nomineren kan via: https://kwaliteitsaward.od-online.nl/