20 december 2012

‘Alle ruimte voor innovatie’

image for ‘Alle ruimte voor innovatie’ image

Voorafgaand aan het congres hield de vereniging zijn algemene ledenvergadering. Dit jaar in een recordtijd van acht minuten, aldus een trotse voorzitter Joost Cox. Dat zegt natuurlijk wel iets over de staat waarin een vereniging zich bevindt. Hoeveel dialoog kun je hebben in acht minuten? Maar wellicht was dit voldoende tijd voor iedereen die iets wilde inbrengen om zijn zegje te doen. Dat zou trouwens nog veelzeggender zijn. In ieder geval werden actuele ontwikkelingen, zoals die rond de stichting SOD, zorgvuldig onbesproken gelaten.

Voorafgaand aan het congres hield de vereniging zijn algemene ledenvergadering. Dit jaar in een recordtijd van acht minuten, aldus een trotse voorzitter Joost Cox. Dat zegt natuurlijk wel iets over de staat waarin een vereniging zich bevindt. Hoeveel dialoog kun je hebben in acht minuten? Maar wellicht was dit voldoende tijd voor iedereen die iets wilde inbrengen om zijn zegje te doen. Dat zou trouwens nog veelzeggender zijn. In ieder geval werden actuele ontwikkelingen, zoals die rond de stichting SOD, zorgvuldig onbesproken gelaten.

Vervolgens kon het congres beginnen. De ochtend was gereserveerd voor twee keynote speakers, die elk ook buiten het DIV-vakgebied bekendheid genieten.

Onderschat probleem
Als eerste betrad de bekende journalist Brenno ‘Lektober’ de Winter het podium. De titel van zijn voordracht ‘De overheid en digitale informatie’ verklapte nog niet veel, maar insiders verwachtten een betoog over openheid (De Winter is een notoire WOB’er) en gegevensbescherming. Ze werden niet teleurgesteld. De Winter liet aan de hand van enkele voorbeelden zien hoe eenvoudig het is om heel gedetailleerde en privacygevoelige gegevens argeloos beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld omdat hierom wordt gevraagd als je iets betaald hebt, zeg voor een vliegticket, en je wilt je geld terug. De data die je hiervoor moet leveren, inclusief kopieën van documenten als ID-kaart of paspoort, blijken in de praktijk bijzonder slecht beveiligd. Met andere woorden: een beetje handige hacker komt er zo bij. De Winter noemt dit een nog steeds grovelijk onderschat probleem. Ondanks de inmiddels vele bekende voorbeelden blijven de meeste organisaties in gebreke als het gaat om het goed op orde brengen van de beveiliging.
Uiteraard geldt dit niet alleen voor bedrijven, maar zeker ook voor overheden. Overheids ICT dreunt nog na van de klappen die De Winter c.s. uitdeelden in Lektober (waarover Od eerder uitvoerig berichtte). Maar de verantwoordelijken bagatelliseren het probleem. “Jullie doen allemaal hartstikke je best om die informatie goed te beheren, maar het interesseert de bestuurders helemaal niks, behalve wanneer er gezeur van komt.” Velen in de zaal knikten instemmend bij deze woorden van De Winter.

Publiek belang
Wat doet de overheid nu eigenlijk met zijn informatie? Aan de ene kant worden ook zeer gevoelige data onvoldoende beschermd, maar aan de andere kant doet men krampachtig als het erover gaat gegevens beschikbaar te stellen aan belanghebbenden. Een belanghebbende kan iedereen zijn, bijvoorbeeld als je je medische gegevens wilt inzien. De Winter noemt het VUMC als voorbeeld van een instelling die gegevens afschermt voor zijn patiënten. Dan is er nog een ander soort belanghebbenden, namelijk journalisten, die openbaarheid willen vanwege de transparantie van overheidshandelen. De WOB is een onmisbaar hulpmiddel om informatie los te krijgen. Zo gebeurde er vorig jaar iets bijzonders: voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog nam de AIVD een bedrijf over, en wel DigiNotar. Na een jaar was er nog steeds niet duidelijk wat er nu eigenlijk misgegaan was en hoe het mogelijk was dat de overheid zijn gegevenshuishouding in een zo groot gevaar had gebracht dat de geheime dienst op staande voet een bedrijf overnam. Een WOB-procedure was nodig om hier informatie over los te krijgen. Dat is toch dubieus bij zaken met zo’n groot publiek belang. De democratische legitimiteit is in gevaar, vond De Winter. Maar bestuurders couldn’t care less.
Hoe kan het ook: de Noorse website www.oep.no geeft alle informatie waarover de Noorse overheid beschikt. Het Noorse voorbeeld geeft eigenlijk aan wat we in Nederland zouden moeten doen: onze overheidsinformatie op orde brengen en toegankelijk maken, de persoonsgegevens beschermen en vervolgens alle informatie ter beschikking van de samenleving stellen.

Allemaal gehackt
Naast de bestuurders, die het onderwerp lastig en oninteressant vinden, is er nog een groep die verantwoordelijk is voor de huidige situatie, namelijk de techno-optimisten. (soms vallen beide groepen trouwens samen). Deze techno-optimisten stellen: laten we maar vast beginnen met het aanleggen van databases, dan zien we later wel hoe we alle gegevens aan elkaar knopen en hoe we de gegevens beveiligen. Daar komen de grootste ongelukken van, waarschuwt De Winter. Denk erom, hield hij zijn publiek voor, jullie worden in de komende vijf jaar allemaal gehackt! Als je gehackt wordt, leer er dan van en vraag de hackers om je precies op de gevonden lekken te wijzen in plaats van ze voor de rechter te slepen. Durf ervoor open te staan dat technologie soms niet werkt. De Winter eindigde zijn met talloze voorbeelden verlevendigd betoog met de oproep: laten we in godsnaam nadenken hoe we met gegevens omgaan en welke waarborgen we moeten inbouwen in verband met ons aller privacy. Eerst denken, dan doen (bijvoorbeeld een DNA-databse oprichten). Voor ons vak zag De Winter een belangrijke rol weggelegd. Hij kreeg dan ook een hartelijk applaus van de aanwezigen.

Gouden baan
Na de inhoud was het tijd voor peptalk. De tweede keynote speaker was Eppo van Nispen tot Sevenaer, voorman van de CPNB (Stichting Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek). Deze spreker hield een voordracht onder de titel ‘De onmisbaarheid van de moderne informatieprofessional’, welke titel in elk geval voor een volle zaal zorgde. Men kwam niet voor niets, want Van Nispen pakte weer eens lekker uit zoals we dat van hem gewend zijn. Hij hield een enthousiast verhaal, doorspekt met vele anekdotes. Zijn betoog begon met: u heeft een gouden baan en die wordt alleen maar meer goud. Dat klonk zijn gehoor als muziek in de oren: perspectief! Echter, zo vervolgde hij, eerst moeten we pijn lijden.
Shift happens, stelde hij daarna, en wel paradigm shifts. Van Nispen stelde dat er door technologische innovaties vele informatieprofessionals bijgekomen zijn, en wel in de rol van zelfhelpers. Daarmee moeten de bestaande informatieprofessionals op zoek naar hun nieuwe rol.
De belangrijkste veranderingen waarmee we te maken hebben zijn de volgende:

  • de opkomst en verspreiding van mobieltjes: smart en altijd aan; hiermee samen hangt BYOD: bring your own device;
  • veranderingen van bezit/gebruik: toegang = bezit/gebruik;
  • de informatie-overload;
  • opkomst van de prosumer: de klant consumeert niet allen, maar produceert tegelijk;
  • power to the people, de verhoudingen zijn voor altijd veranderd door technologie.

Wat betekenen deze veranderingen? Onder andere dat er met data geld te verdienen valt. Er is alle ruimte voor innovatie en nieuwe concepten over wat je allemaal kunt doen met data. Kom uit je kelders! roept Van Nispen zijn publiek toe, en pak je kansen.
Alles is data, Big Data. Een goede informatieprofessional die vraagt niet alleen, maar die brengt ook iets, namelijk analyses en business intelligence.
Van Nispen geeft tot slot de volgende adviezen voor de weg naar meer goud:

  • curatorschap (het duiden van informatie);
  • betrouwbaarheid (waar komt informatie vandaan);
  • groot dromen.

Parallelsessies
Na het enthousiaste verhaal van Van Nispen toog de congresgemeente aan de lunch. Na de lunch werden parallelsessies gehouden, waaronder presentaties van de finalisten van de Mailprofs Kwaliteitsaward. Een van de sprekers tijdens de parallelsessies was Hans Kaashoek, die een verhaal vertelde over de Moreq. Elders in deze Od leest u meer hierover.

Interactieve discussie
Na de parallelsessies leidde de dagvoorzitter, Joost Cox, een interactieve discussie tussen vier panelleden en de zaal. Door middel van kaarten kon van tevoren door de zaal al stelling worden genomen, waarna het panel de stellingen besprak. De eerste stelling sloot aan bij het verhaal van Brenno de Winter en luidde: “De overheid moet zoveel mogelijk informatie online publiceren.” De panelleden waren het hier grotendeels mee eens, alleen de mate van openheid zorgde voor verschillen.
De tweede stelling ging in op de vraag of de informatieprofessional in de toekomst overbodig wordt. Er werd instemmend geknikt in de zaal bij de gedachte dat iedereen ernaar moet streven om zijn eigen functie overbodig te maken. Dit betekent namelijk dat je werk geautomatiseerd is of tussen de oren van andere medewerkers terecht is gekomen. Het is geen haalbaar streven, dat staat vast, maar als er niet vanuit die gedachte gewerkt wordt, worden er ook geen stappen in die richting gezet. De laatste stelling van in totaal vier, ging over de toekomst van de vereniging SOD. De stelling luidde: “De vereniging SOD moet meer gaan samenwerken met andere verenigingen.” In het panel zaten ook een aantal niet-SOD-leden, die zich afvroegen wat de meerwaarde is van een vereniging voor de huidige generatie Y. Deze generatie regelt zijn zaakjes online en vindt daar zijn medestanders. Op Twitter werd na afloop de vraag gesteld of met deze discussie niet een indirecte aankondiging werd gedaan over de opheffing van de vereniging? Het antwoord daarop moet de komende jaren blijken.

Winnaar trofee
Tot slot van de dag mocht ondergetekende als voorzitter van de vakjury (naast Erica Hokke, Hans Hofman en Remko Oosterwijk) voor de zevende maal de Mailprofs Kwaliteitsaward uitreiken. De drie finalisten, gemeente Nieuwkoop, gemeente Peel en Maas en Waterschap Brabantse Delta zaten gespannen in de zaal. Het waterschap bleek de unanieme winnaar en kon met de trofee, een fraai beeld op sokkel, naar huis.

Al met al was het SOD-congres ook dit jaar bijzonder geslaagd.

gertjan.degraaf@dino4.nl, Gert-Jan de Graaf is hoofdredacteur van Od.