15 april 2013

Bouw informatiemodellen

image for Bouw informatiemodellen image

Jo Jansen
Jo Jansen
Theo Kremer

Jo Jansen
Jo Jansen
Theo Kremer
Theo Kremer

Wij, informatiespecialisten, hebben kennis van DMS’en, zowel van nieuwe pakketten als de diverse updates. En ook van koppelingen met applicaties die elders in de organisatie worden gebruikt. Wat wij als informatiespecialist niet doen is ons bemoeien met inhoudelijke aspecten van de primaire processen. Ons interesseert wel de vraag welke informatie een ingenieur nodig heeft om een brug te ontwerpen, maar niet het antwoord op de vraag welke ontwikkelingen er zijn met betrekking tot de manier waarop bruggen worden ontworpen. Je kunt immers niet alles weten en als we ons ook hiermee gaan bemoeien, waar ligt dan de grens? Als we bruggen willen ontwerpen, waren we wel ingenieur geworden.
Echter, soms verandert er iets dusdanig fundamenteel in de werkmethodiek, de manier van samenwerken, dat daardoor ook de informatievoorziening totaal verandert. Geen evolutie, maar revolutie. Zomaar!

Ontwikkelingen
Zomaar? Een aantal ontwikkelingen hebben deze revolutie in gang gezet. Ten eerste de gevolgen van de bouwfraude. Begin deze eeuw werd Nederland opgeschrikt door de bouwfraude. Het werd duidelijk dat tal van vooraanstaande bouwbedrijven jarenlang onderlinge prijsafspraken maakten, waardoor zij elkaar niet kapot concurreerden en goede winstmarges gerealiseerd konden worden. De kosten voor opstellen van vaak zeer uitgebreide offertes werden onderling verrekend. Een gangbaar businessmodel. Dit systeem dat al vele jaren functioneerde, werd voortaan als fraude aangemerkt en was niet langer bruikbaar. Er werd aangedrongen op transparantie. Voortaan moest het handelen van bouwbedrijven transparant zijn.
Ten tweede een andere rol van de overheid. De terugtredende overheid, die zich niet langer tot in detail met alles wil bemoeien. De overheid die zich terugtrekt op haar kerntaken en vooral op afstand wenst te blijven. Verre wenst te blijven van de manier waarop taken worden uitgevoerd. Een overheid die niet wil zeggen: bouw mij een brug die er zo en zo uitziet, maar eisen formuleert. Eisen die er als volgt uit kunnen zien: ik verwacht op basis van economische en demografische berekeningen dat deze stad de komende tien jaar gaat groeien met 40.000 inwoners. Leg mij keuzes voor die mij ontzorgen voor de gehele levensloop van de benodigde infrastructuur. Ik wil inzichtelijk hebben wat de jaarlijkse kosten zijn gedurende de gehele levensloop van de infrastructuur. Denk hierbij bijvoorbeeld aan bruggen en kades die slechts één keer in de vijftig jaar fundamentele aanpassingen behoeven. Steeds meer werkt de overheid met dergelijke geïntegreerde contracten.
Ten derde de noodzaak tot bezuinigingen en de sterk oplopende faalkosten. Faalkosten, dat wil zeggen kosten die het gevolg zijn van fouten tijdens de bouw. Voorbeelden van dergelijke kosten zijn het niet op de hoogte zijn van leidingen waardoor vertragingen ontstaan, maar soms ook ernstiger fouten zoals de aanleg van rotondes waar de net bestelde bus van de OV-maatschappij de bocht niet kan maken, waardoor de rotonde veranderd moet worden. Inmiddels wordt geschat dat de faalkosten tien tot twaalf procent van de totale bouwsom uitmaken. Uitgedrukt in euro’s: vier tot zes miljard euro. Nee niet de bouwsom, maar enkel de geschatte jaarlijkse faalkosten binnen Nederland.
En tot slot de IT-ontwikkelingen, waardoor nieuwe technische mogelijkheden ontstaan. Technische mogelijkheden die met name in het verre oosten worden toegepast bij de bouw van superwolkenkrabbers: tekenen in 3D, maar ook planningsprogramma’s en onderhoudssystemen. Allemaal databases die door middel van koppelvlakken als één model ingezet kunnen worden. Door dergelijke koppelingen kan in de ontwerpfase bekeken worden wat de effecten zijn van andere keuzes en kunnen deze visueel zichtbaar worden gemaakt. Dergelijke koppelingen waardoor één bouwmodel ontstaat, faciliteren en vergemakkelijken samenwerken.

Revolutie
Wat is de revolutie? Momenteel wordt er bij bouwprojecten projectmatig gewerkt. Dit betekent nu dat het hele bouwproject in stukjes wordt geknipt. Herinrichting van een gebied betekent soms dat er meer dan vijftien verschillende projecten worden opgestart, ieder met elk hun eigen verantwoording, budget en doelen. Deze projecten worden bovendien gefaseerd uitgevoerd. Hierbij moet over iedere afzonderlijke fase verantwoording worden afgelegd. Verantwoording over de behaalde doelen, budgetten et cetera. Dit heeft tot gevolg dat iedere projectverantwoordelijke vooral kijkt of hij binnen de projectopdracht blijft. En dat deze niet of nauwelijks belang heeft bij het grote geheel. Is een project afgerond, dan wordt het opgeleverd en eindigt de verantwoording van de projectleiding. De toekomstig beheerder is hier niet bij betrokken.
Bij bovenstaande werkwijze is het voorstelbaar dat er afstemmingsfouten worden gemaakt. Afstemmingsfouten tussen de vijftien verschillende projecten. Afstemmingsfouten tussen de ontwerpers, de constructeurs en de toezichthouders, maar vooral tussen de ontwerpers/constructeurs en de beheerders. De beheerders die vooral na de oplevering in beeld komen. Afstemmingsfouten oftewel faalkosten.
De revolutie? De revolutie is dat er in plaats van lineair en gefaseerd, integraal wordt gewerkt. Integraal, dat wil zeggen met alle partijen tegelijk aan tafel. Dus vanaf de tekentafel zijn de opdrachtgever, de ontwerper, de constructeur en de toekomstig beheerder betrokken. Alle betrokkenen werken in één bouwinformatiemodel (BIM). Dit model is de totale set aan software die nodig is om de projecten te realiseren. In dit model wordt ontworpen, gepland, gerekend en beheerd. Daar zijn verschillende softwarepakketten in werking die aan elkaar gekoppeld zijn. Tekenpakketten, planningspakketten, financiële pakketten, beheersapplicaties et cetera. Én door nieuwe software is het mogelijk om integraal naar het gehele gebied te kijken en de consequenties van soms kleine veranderingen in aspecten van een of meer deelprojecten direct inzicht te krijgen voor het gehele gebied. Slimme software, clash-detection, signaleert direct de (on)mogelijkheid van bepaalde keuzes. Bijvoorbeeld de breedte van een rotonde, die te smal is voor het nieuwste type bus dat over een jaar in gebruik genomen gaat worden. Keuzes die in driedimensionale modellen helder en direct zichtbaar worden, ook voor de niet-ingenieur/aannemer. Keuzes ten aanzien van de kwaliteit van de nieuwe infrastructuur, de doorlooptijd van het totale project en de kosten. Niet alleen voor de kosten die gemaakt worden tijdens de realisatie, maar voor de totale kosten gedurende de gehele levenscyclus van de diverse objecten.

Consequenties
De consequenties voor de informatievoorziening? Die zijn tweeledig. Allereerst: als projecten gerealiseerd worden in een bouwinformatiemodel vervalt de noodzaak om van ieder afzonderlijk project een eigen dossier aan te leggen met sets ontwerptekeningen (voorlopig en definitief), bestek-, vergunning-, detail- en as-builttekeningen of revisietekeningen. Sets die meestal in veelvoud circuleren, al dan niet voorzien van commentaar en begeleid door uitgebreide correspondentie, inclusief planningen en vergadersets, eveneens in veelvoud. Dit alles meestal zowel analoog, gescand en met uitgebreide sets cadtekeningen op de werkomgeving van de techneuten. Dossiers die niet meer gevormd hoeven te worden, niet meer beheerd hoeven te worden en niet meer overgedragen hoeven te worden aan beheerders. En mogelijk geldt dit in de nabije toekomst ook voor omgevingsvergunningen. Als alle informatie in een BIM is vastgelegd, kan dit als bouwaanvraag gebruikt worden en zullen bouwinformatiemodellen direct aan het omgevingsloket worden aangeboden.
Ten tweede zullen dergelijke modellen beheerd moeten worden. De periode waarover het beheer zich uitstrekt loopt gelijk met de levensloop van de te realiseren objecten. Kademuren die waarschijnlijk pas over vijftig jaar weer aangepast hoeven te worden, woningen, bruggen et cetera. De aandacht is tot nu toe vooral gericht op de ontwerp- en de realisatiefase. Vragen over hoe deze informatie beheerd moet worden tijdens de beheerfase en wie dat doet, staan niet of nauwelijks op de agenda. Maar ook vragen als ‘Wie gaat informatie verstrekken aan burgers?’, ‘Wie is eigenaar van de informatie?’, ‘Gaan we alle informatie uit het model bewaren of gaan we delen van de informatie tussentijds verwijderen?’ en ‘Hoe zorgen we ervoor dat de informatie over twintig jaar nog steeds beschikbaar is?’. En: ‘Welke oude informatie die nu in diverse archieven zit moet aan dit model worden toegevoegd?’, ‘Hoe moet dat?’ en ‘Wat is zinvol en wat kan veel slimmer?’. Oftewel: het model gaat uit van integraal objectenbeheer, maar dat betekent ook integraal informatiebeheer gedurende de gehele levenscyclus.

‘Bimmen’, zoals het bouwen met behulp van bouwinformatiemodellen wordt genoemd, is in Nederland, maar ook internationaal, nog volop in ontwikkeling. Er wordt steeds meer mogelijk, maar dat zorgt ook voor steeds nieuwe vragen.
Belangrijk is te realiseren dat er niet één invalshoek of waarheid in deze is. Voor een ontwerper is BIM iets totaal anders dan voor een toekomstig beheerder of voor een toezichthouder of opdrachtgever. Laten wij vanuit onze expertise kijken naar wat onze inbreng zou kunnen zijn. Kunnen wij een schakel vormen in dit proces? En zo ja hoe zouden wij dat willen?

Er valt nog veel meer te vertellen over specifieke onderdelen of aspecten, maar dat zou binnen dit kader te ver voeren. Wij sluiten af met enkele verwijzingen naar een aantal artikelen, instructiefilmpjes en sites voor meer informatie.

jhm.janssen@Rotterdam.nl, Jo Jansen is risicomanager bij Gemeentewerken Rotterdam.
TKremer@stadsarchief.amsterdam.nl, Theo Kremer is senior medewerker Advisering en Ondersteuning bij Stadsarchief Amsterdam.

Artikelen
E-doc manager:

Cobouw:

Overige informatie
Bouwinformatieraad:

Algemene informatie:

Praktijkvoorbeelden: