, 15 mei 2019

“Ik kan een van mijn grote liefdes blijven uitvoeren: het doen van onderzoek”

image for “Ik kan een van mijn grote liefdes blijven uitvoeren: het doen van onderzoek” image Achtergrond

De transformatie naar een digitale wereld, waar we allemaal mee te maken hebben, heeft mij uiteraard ingrijpend beïnvloed, zowel privé als zakelijk. Het is de grootste (en meest langdurige) overgang waar ik in mijn leven mee ben (en wordt) geconfronteerd. Opgegroeid in een tijd waarin de computer geen rol speelde leven we nu in een wereld waarin die computer (in welke vorm dan ook) niet meer weg te denken is. Dat betekent accepteren, aanpassen en vooral: laten gebeuren!

De transformatie naar een digitale wereld, waar we allemaal mee te maken hebben, heeft mij uiteraard ingrijpend beïnvloed, zowel privé als zakelijk. Het is de grootste (en meest langdurige) overgang waar ik in mijn leven mee ben (en wordt) geconfronteerd. Opgegroeid in een tijd waarin de computer geen rol speelde leven we nu in een wereld waarin die computer (in welke vorm dan ook) niet meer weg te denken is. Dat betekent accepteren, aanpassen en vooral: laten gebeuren!

Digitale transitie
Ik herinner me goed dat tot veertig jaar geleden mijn voornaamste hulpmiddelen om een stuk als dit te schrijven een schrijfblok, een vulpen en een typemachine waren. Eind jaren 70 veranderde dat snel. Ik begon te experimenteren met de computers van toen: de Sinclair ZX Spectrum en de Commodore 64. In de jaren daarna werd ik steeds digitaler, al ging dat – ondanks (of misschien wel: dankzij) mijn geëxperimenteer – wel met kleine stapjes. De komst van de desktopcomputer, internet, de mobiele telefoon en de tablet hebben mij grotendeels ‘digitaal’ gemaakt. De komst van onbeperkte opslag (later: in de cloud) en online communicatie hebben dat alleen maar versterkt.

Ik blijf behept met gewoonten die stammen uit het analoge tijdperk. Daar voel ik me dan ook uitermate happy bij. Het gebruik van papier om, uiteraard met mijn oude en vertrouwde vulpen, schema’s te tekenen, outlines van artikelen te schetsen of aantekeningen te maken bijvoorbeeld. Het negeren van de digitale varianten van kranten en tijdschriften om met een kop koffie de fysieke variant in te duiken. Het negeren van streaming music ten faveure van radio, cd’s en ouderwets vinyl. Enigszins tegenstrijdig daarmee, doe ik mijn research met behulp van digitale bibliotheken en repositories, koop ik enkel nog e-books en is het aantal fysieke boeken dat ik lees te tellen op de vingers van een hand. Ik ben al meer dan twintig jaar niet meer in een fysieke bibliotheek geweest om boeken te lenen of om onderzoek te doen, wel om koffie te drinken, tijdschriften te scannen, te luisteren naar muziek en te kletsen met toevallige aanwezigen. Het is meer een sociale en minder een educatieve bezigheid geworden.

Persoonlijke kantelpunten
De digitale transformatie is de belangrijkste overgang in mijn leven, maar het was (of is) niet de enige. Er zijn drie andere kantelingen die voor mij belangrijk zijn en die de koers van mijn leven en werk hebben bepaald. Het zijn persoonlijke kantelpunten en ze zijn niet zo fundamenteel als de digitale transformatie om ons heen. In die persoonlijke overgangen speelde ik zelf een beslissende rol, al wist ik niet hoe die vergaande beslissingen zouden uitpakken en waren ze meer op intuïtie dan op verstand gebaseerd. Het eerste kantelpunt deed zich voor in het begin van de jaren 90. Ik besloot mijn ambities om als archivaris, mediëvist en wetenschappelijk historisch onderzoeker aan het werk te gaan te laten varen en te kiezen voor een zelfstandig bestaan. Ik had al enkele bedrijven gehad en opgeheven of verkocht, had een tijdje in het bedrijfsleven gewerkt, had bedrijfs- en informatiekundige opleidingen gevolgd en dacht dat de combinatie van archivaris, bedrijfskundige en informatiekundige succesvol kon zijn in de zakelijke dienstverlening.

Van Bussel Document Services werd een succes. Niet onmiddellijk, want ik heb er wel een paar jaar voor nodig gehad. Ik heb af en toe ook getwijfeld of het een juiste beslissing was geweest. Er lag geen enkele economische rationalisatie aan ten grondslag, alleen maar een intuïtief gevoel dat het zou gaan werken. Met hard werken, ontwikkelingen bijhouden, het opbouwen van een portfolio en een netwerk en voortdurend nieuwe klanten werven, werd het bedrijf uiteindelijk een veelgevraagd adviesbureau. De combinatie van archief-, informatie- en bedrijfskunde bleek een niche te zijn die me geen windeieren heeft gelegd. Vandaag de dag heeft ieder zichzelf respecterend adviesbedrijf die competenties in huis.

Mijn klantportfolio heeft altijd bestaan uit een mix van bedrijfsleven en overheid. Mijn benadering was, zeker in de eerste jaren, eigenlijk altijd dezelfde, maar dat was niet vol te houden. Waar bij mijn zakelijke klanten al snel geïntegreerde Enterprise Information Management-benaderingen de voorkeur kregen, steeds meer gebaseerd op mijn concept van de informatiewaardeketen, bleek dat voor vele overheidsorganen nog een aantal bruggen te ver. De verregaande scheiding tussen informatie- en archiefmanagement daar is in digitale omgevingen funest voor langdurig en consistent beheer van data. Pas de laatste jaren treedt er wat verbetering in op, al gaat dat met horten en stoten en hebben de bestaande technische oplossingen voor langdurig behoud van data (e-depots) eigenlijk het stadium van volwassenheid nog niet bereikt. Conceptueel is het (internationale) bedrijfsleven verder met het integreren van informatiemanagement en -beheer. Met dank waarschijnlijk aan het veel verder ontwikkelde en ingevoerde denken over information governance. Dat is bij veel overheidsorganen sterk onderbelicht.

Het tweede kantelpunt kwam rond 2009. Ik was al vanaf 1994 als docent verbonden aan de Archiefschool. In 2009 kwam ik bij de Hogeschool van Amsterdam terecht, waardoor ik meer nadruk kon leggen op het doen van onderzoek. Ik deed tot dat moment al veel onderzoek binnen mijn bedrijf, aangezien dat nieuwe kennis opleverde die weer ingezet kon worden in projecten die ik uitvoerde. Dat ik de kans kreeg dat onderzoek uit te gaan voeren bij de Hogeschool leverde veel tijd- en effectiviteitswinst op in mijn bedrijf. Mijn proefschrift1 uit 2009 ligt aan de basis van het onderzoek dat ik bij de Hogeschool doe. Mijn onderzoek daar resulteerde in een reeks aan Engelstalige artikelen.

Onderzoek
Vanaf 2012 werd onderzoek mijn belangrijkste bezigheid binnen de Hogeschool, eerst als lector en later, toen de decaan vond dat het lectoraat niet meer paste bij de faculteit Digital Media en Creatieve Industrie, als onderzoeker. Samen met het begeleiden van afstudeerstudenten (ook aan de UvA) werd dit een zeer dynamische en flexibele bezigheid die ik met heel veel plezier doe. Het heeft ervoor gezorgd dat ik een van mijn grote liefdes kan blijven uitvoeren: het doen van onderzoek, al is het op een totaal ander terrein dan ik vroeger verwachtte. Geen historisch onderzoek, maar onderzoek naar Digital Archiving, Accountability en Information Governance binnen organisaties. Ik voel me daarbij als een vis in het water.

Wat mij heel erg opvalt is dat de resultaten van mijn onderzoek internationaal meer en beter gelezen worden dan in Nederland. Dat is vreemd, want ik raak nogal wat thema’s aan die ook in Nederland hot zijn. Neem de effecten van ICT op een duurzame wereld of op privacy, Big Data en Smart Cities. Mijn raamwerk van het archive-as-is biedt een volledig model dat zo voor archiving-by-design kan worden gebruikt, ongeacht de technologie die wordt ingezet. Het model legt wel een vinger op een hele zere plek: het effect namelijk van gedrag op het omgaan met informatie. Gedrag maakt en breekt de kwaliteit van informatie, maar wordt bijna volledig genegeerd in archiefwetenschappelijk onderzoek, ook internationaal. Bijna alle gevallen – bijvoorbeeld van vaak aangehaalde problemen met ‘digitale duurzaamheid’ (zoals de Mars-expedities van NASA, het Engelse moderne Doomsday Book, het verdwijnen van websites, e.a.) – zijn niet zozeer terug te voeren op falende technologie, als wel op menselijk gedrag. Uiteindelijk hangt de betrouwbaarheid van archieven en het slagen van de implementatie van archiefsystemen grotendeels af van de wijze waarop mensen met informatie omgaan. Dat er zo weinig aandacht aan geschonken wordt, is dan ook bedenkelijk, vooral omdat het aantoonbaar heel veel geld kost.

Richtlijnen en standaarden
Het derde kantelpunt heeft weer met mijn bedrijf te maken. Mijn nauwe betrokkenheid bij richtlijnen en standaarden bracht mij ertoe om naast mijn advieswerkzaamheden ook audits te gaan uitvoeren, vooral voor archiefnormen en -richtlijnen. Vanaf 2004 toetste ik daarom op Remano, een voorganger van NEN 2082. Vanaf 2011 besloot ik hierop meer nadruk te gaan leggen en meer normen en richtlijnen te gaan toetsen (zoals ISO 15489, RODIN en (recentelijk) KIDO). Ook daarin blijf ik mij ontwikkelen. NEN 2082-toetsen combineer ik nu al vaak met ISO 16175, vanwege het op leeftijd raken van de Nederlandse norm. Een belangrijk deel van mijn huidige activiteiten bestaat uit het uitvoeren van toetsen en nulmetingen. Ik voer meer nulmetingen dan toetsen uit, overigens. Ik beperk mijn advieswerkzaamheden tot strategische advisering op hoog niveau binnen bedrijven en overheidsorganen. Het bedrijf heeft die overgang goed doorstaan. Ook aan deze beslissing lag geen enkele economische overweging ten grondslag. Ik dacht dat het wel zou kunnen. Dat bleek ook zo te zijn, maar het had ook heel anders kunnen uitpakken. Ik heb er zelf veel baat bij, omdat het heel veel hectiek heeft weggenomen en dat is veel beter voor mijn gezondheid. En uiteindelijk was deze overgang daarvoor bedoeld.

Er zullen nog wel wat kantelingen volgen. Een ervan zal zeker het stoppen met Van Bussel Document Services zijn. Dat duurt echter nog wel even, want ik doe het nog steeds met erg veel plezier. Eigenlijk is alles wat ik op dit moment doe meer hobby dan werk geworden. Het beste recept om lang te kunnen blijven doen wat ik nu doe!.


Noot
1 Het proefschrift ging over de relatie tussen verantwoording en performance in content-intensieve organisaties.


Dr. G.J. van Bussel
Directeur van Van Bussel Document Services en docentonderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam.