12 november 2014

Actieve openbaarheid als object van onderzoek

image for Actieve openbaarheid als object van onderzoek image

Erika Hokke
Erika Hokke

Hot topic!

Erika Hokke
Erika Hokke

Hot topic!
Actieve openbaarheid is een hot topic. Niet alleen publiceerde het kabinet in september 2013 een visie op de open overheid, waarin zij stelde dat de open overheid ‘transparant, faciliterend en toegankelijk’ is. Deze visienota bepleit dat er gewerkt wordt aan het realiseren van actieve openbaarheid van overheidsinformatie, zodat burgers zonder belemmeringen relevante overheidsinformatie kunnen inzien en gebruiken.

Het is de bedoeling actieve openbaarheid in de ontwerpprincipes van overheidsorganisaties in te bouwen. Verder deed de Nationale Ombudsman onderzoek naar de werking van de huidige Wet openbaarheid van bestuur.1 En hebben GroenLinks en D66 een initiatiefwet open overheid ontworpen, waarin meer transparantie geregeld wordt doordat overheden bepaalde informatie uit eigen beweging openbaar moeten maken. Ook moeten overheden een register bijhouden van (een deel) van de documenten en datasets waarover zij beschikken.2

Actieve Openbaarheid gaat nogal wat betekenen voor overheidsorganisaties en informatievoorziening. En dus voor het recordsmanagement en de archivering. Om die reden zijn de drie Amsterdamse archiefopleidingen (Hogeschool van Amsterdam, Universiteit van Amsterdam en Reinwardt Academie) afgelopen september het atelier Actieve Openbaarheid gestart.

Atelier Actieve Openbaarheid van Wabo-dossiers
Een atelier is een nieuwe vorm voor onderwijs- en onderzoek. In een atelier werken studenten en docenten van de drie Amsterdamse archiefopleidingen samen met professionals vanuit de praktijk en (externe) experts aan het oplossen van vragen die leven in het archief- en informatiedomein.3

Het atelier Actieve openbaarheid van Wabo-dossiers onderzoekt vanuit de kabinetsvisie wat de wensen, mogelijkheden en belemmeringen zijn van het actief openbaar maken van de Wabo-dossiers. Deze dossiers ontstaan bij de uitvoering van de Wet algemene bepaling omgevingsrecht (Wabo). De wet is op 1 oktober 2010 in werking getreden en heeft als doel een eenvoudigere en snellere vergunningverlening, en een betere dienstverlening door de overheid op het terrein van bouwen, ruimte en milieu. Het realiseren van actieve openbaarheid van Wabo-dossiers roept zowel organisatorische als juridische en technische vragen op.

In dit atelier wordt samengewerkt met professionals werkzaam bij het Stadsarchief Rotterdam, DCMR Milieudienst Rijnmond, waterschap Brabantse Delta en het Noord-Hollands Archief. DCMR en het waterschap Brabantse Delta zijn immers ‘vergunningverleners en handhavers’, de beide archiefdiensten zijn ‘toekomstig beheerders’ van deze dossiers.4 Gezamenlijk proberen we tot een antwoord te komen op de vraag: ‘Wat houdt het bestuurlijk begrip actieve openbaarheid in, als het gaat om Wabo-dossiers, en is deze actieve openbaarheid en toegankelijkheid te realiseren?’. Die vraag hebben we teruggebracht tot vier onderzoeksthema’s:

  • Thema 1. Behoefte aan actieve openbaarheid
    Dit thema onderzoekt enerzijds wat de behoefte is aan actieve openbaarheid bij verschillende groepen: burgers, bestuurders, bedrijven, ambtenaren en journalisten. Het thema verkent ook hoe informatie actief openbaar gemaakt wordt of actief openbaar gemaakt zou kunnen worden.
  • Thema 2. Actieve openbaarheid by design
    Dit thema onderzoekt de vraag of actieve openbaarheid by design in te regelen is, zoals in de nota open overheid wordt voorgesteld. Binnen dit thema wordt primair gekeken naar de inrichting van de informatievoorziening ‘binnen’ de overheidsorganisatie, tot het moment waarop de informatie actief openbaar gemaakt wordt.
  • Thema 3. Juridische aspecten van actieve openbaarheid
    Dit thema kijkt naar de mogelijkheden en belemmeringen die wet- en regelgeving stellen aan actieve openbaarheid. Is actieve openbaarheid te realiseren binnen het huidige juridische kader van privacywetgeving en wetgeving rondom intellectueel eigendom.
  • Thema 4. Definities en afbakening
    Meteen bij de start van het atelier in september werd duidelijk dat er verschillende invullingen gegeven worden aan het begrip actieve openbaarheid.

Actieve openbaarheid? Gewoon doen!
Op moment van het schrijven van dit artikel is het atelier precies een maand ‘aan de slag’. Het is nog te vroeg om een antwoord te kunnen geven op de vraag of actieve openbaarheid en toegankelijkheid van overheidsinformatie te realiseren is. Toch alvast een paar persoonlijke observaties. Tijdens de slotbijeenkomst op 29 januari 2015 volgen onze formele conclusies en aanbevelingen:

Observatie 1 “Je mag alles van me weten, behalve…”
De oude reclamespot voor het beschermen van je persoonlijke pincode past ook bij actieve openbaarheid van overheidsinformatie. Pratend met gewone burgers en met ondernemers wordt duidelijk dat veel mensen een voorstander zijn van een meer transparante overheid. Informatie moet openbaar, als het tenminste over de buurman gaat. Informatie over de eigen vergunningaanvraag maar niet: ‘Privacy! Concurrentie!’.

Observatie 2 “Ze moeten het wel begrijpen”
De tweede observatie komt voort uit gesprekken met ambtenaren. Veel ambtenaren blijken heel positief te staan tegenover het actief openbaar maken van overheidsinformatie. Maar vervolgens komt een nuancering: “Moeten we volledige dossiers online publiceren, creëert dat geen enorme informatieoverload” en “Begrijpt iedereen deze stukken wel, misschien moeten we er eerst een informatieslag overheen maken.”

Observatie 3 “het is (ook) onze uitdaging”
Het debat over de mogelijkheden en onmogelijkheden van actieve openbaarheid van overheidsinformatie wordt gevoerd door journalisten, juristen, politici en Wob-functionarissen. Recordsmanagers en archivarissen lijken nog wat achter te blijven. Terwijl het toch ook ‘onze’ uitdaging is: zijn wij niet de experts in het inrichten van informatievoorziening?

Kennis en ervaring opdoen of je ideeën over de implementatie van actieve openbaarheid spuien? Kom dan naar onze Open Ateliers, de slotbijeenkomst of kijk op www.archiefateliers.nl 

erika@stroomin.nl, Erika Hokke is archivaris en werkt als zelfstandig consultant en trainer op het gebied van archief- en informatiemanagement. Zij is projectleider van het atelier Actieve Openbaarheid.


1 zie http://www.nationaleombudsman-nieuws.nl/nieuws/2013/ombudsman-doet-aanbevelingen-wet-openbaarheid-van en http://www.nationaleombudsman-nieuws.nl/sites/default/files/naar_een_open_nederlandse_overheidfinaal_2_0.pdf en http://www.nationaleombudsman-nieuws.nl/sites/default/files/rapport_2011-204.pdf, geraadpleegd 20140326.
2 http://www.vng.nl/onderwerpenindex/recht/wet-openbaarheid-van-bestuur/nieuws/initiatiefwet-open-overheid-eerste-vng-reactie, geraadpleegd 20140212 en https://groenlinks.nl/nieuws/wet-open-overheid, geraadpleegd 20140212.
3 In september 2014 zijn twee onderzoeksateliers gestart. Het ene atelier richt zicht op Actieve Openbaarheid’ het andere op ‘Documenteren van de Samenleving’. Meer informatie over beide ateliers via www.archiefateliers.nl.
4 DCMR verleent o.a. vergunningen op basis van de Wabo. Het waterschap Brabantse Delta verleent vergunningen op grond van de Waterwet en de eigen keur.