6 oktober 2016

Bouwen met informatie

image for Bouwen met informatie image

Op een tablet kunnen op een willekeurige locatie zeer zware bestanden soepeltjes worden gedownload om meer te weten te komen over de locatie. Of dat nu gaat over de bewoners, de geschiedenis van de streek of het gebouw, de technische constructie of aanwijzingen voor het leggen van kabels en leidingen, of het gaat om films, foto’s, tekeningen dan wel 3D-modellen, al dan niet in combinatie, het maakt steeds minder uit. En als je tablet het nog niet trekt of wat traag is, geheid dat je over twee of drie jaar, en waarschijnlijk eerder, lacht om deze onvolkomenheden.

Op een tablet kunnen op een willekeurige locatie zeer zware bestanden soepeltjes worden gedownload om meer te weten te komen over de locatie. Of dat nu gaat over de bewoners, de geschiedenis van de streek of het gebouw, de technische constructie of aanwijzingen voor het leggen van kabels en leidingen, of het gaat om films, foto’s, tekeningen dan wel 3D-modellen, al dan niet in combinatie, het maakt steeds minder uit. En als je tablet het nog niet trekt of wat traag is, geheid dat je over twee of drie jaar, en waarschijnlijk eerder, lacht om deze onvolkomenheden. (Je ergernis gaat dan wellicht over zaken waarvan je nu niet weet dat je het zou kunnen gebruiken.)

Tegelijk signaleer ik dat onze beroepsgroep, die ik gemakshalve maar als DIV aanduid, bij veel van deze ontwikkelingen niet is aangehaakt. Dit geldt in versterkte mate binnen de bouwwereld, en dat geldt zowel voor ontwerp, realisatie, beheer als onderhoud. In afnemende mate spelen wij een rol.

BIM
Er is in dit tijdschrift al meerdere keren geschreven over BIM, bouwen met informatie, de Omgevingswet en dergelijke, maar ik kom zelden collega’s met een DIV-achtergrond tegen bij BIM-congressen. Is het onderwerp dan niet relevant genoeg? Dat betwijfel ik; eerder denk ik dat er sprake is van een schromelijke zelfonderschatting van mijn professionele collega’s. Wat vervolgens resulteert in te weinig inschakelen van onze expertise en te weinig proactief bemoeien door onze beroepsgroep, waardoor basisprincipes van informatiebeheer, die voor ons gesneden koek zijn, soms weer opnieuw uitgevonden worden. Met alle beginners fouten die daar bijhoren en vermijdbaar waren als… we ons bewust waren van onze kernkwaliteiten en wat deze kunnen toevoegen in een snel ontwikkelende bouw-/ infrastructurele informatiewereld. De vraag die voorligt, is tweeledig. Ten eerste wat zijn de ontwikkelingen? En ten tweede, wat vraagt dit aan informatiebeheer, -kennis en -kunde, en daarmee samenhangend wat vraagt het van ons om hier proactief een rol in te vervullen? Ik probeer op beide aspecten een begin van een antwoord te geven.

Ontwikkelingen
Legolisering
Ten eerste de legolisering van de bouw. Ondanks alle ontwikkelingen is een groot deel van de bouw nog steeds ambachtelijk maatwerk. Een brug, een tunnel of een gebouw wordt ter plaatse ge(ver)bouwd als een uniek bouwwerk onder unieke omstandigheden. Legolisering betekent dat industrieel maatwerk mogelijk wordt, waarbij de elementen seriematig en industrieel worden gefabriceerd en ter plekke in elkaar gezet worden. Met een enorme verkorting van de bouwtijd op de bouwplaats en verminderde belasting van de openbare ruimte. En waardoor er makkelijker aangepast kan worden bij veranderd gebruik. We praten dus over standaardisatie, uitwisselbaarheid en dat vereist branchebrede afspraken. Als we spreken over een deur, moet duidelijk zijn of het over een binnendeur of een buitendeur gaat. Hout of kunststof, profiel, etc. Alsof je een legodoos hebt waar je je steentjes, deuren en raampjes uithaalt, waarbij elk bouwwerk anders is, maar de elementen gelijk. Dit vereist wel dat in alle legofabrieken waar ook ter wereld de stenen even groot zijn, duidelijk is welke soorten deuren, ramen en daken er zijn en dat wat er verder nog ontwikkeld wordt, aan gedeelde afspraken voldoet. Dit maakt automatische productie mogelijk.

Gestandaardiseerde data
Parallel hieraan verloopt de ontwikkeling van BIM, zowel in de betekenis van ‘bouwinformatiemodellen’ als de bredere term ‘bouwinformatiemanagement’. Bouwen met gestandaardiseerde data, waardoor vóóraf bekeken kan worden hoe gebouwd wordt, tíjdens de bouw op basis van de modellen gebouwd kan worden en na oplevering met de datasets/modellen de gecreëerde objecten beheerd kunnen worden.
Wat maakt dit anders dan de traditionele tekeningen? Een model is een geïntegreerd samenspel van data. Denk concreet aan een huis, dat bestaat uit stenen, elektra en water leiding. (Het is vermoedelijk iets complexer, maar voor het idee laten we het hierbij.) Traditioneel werden van de stenen/betonnen buitenkant tekeningen aangeleverd en daarnaast apart tekeningen van leidingen. Hoe dit zich onderling verhield of elkaar in de weg zat, werd ofwel door een zeer ervaren directievoerder onderkend of op de bouwplaats ervaren. Nu iedereen in hetzelfde model werkt, zijn de data op elkaar afgestemd en kunnen de afzonderlijke aspecten gekoppeld worden. Om dit te kunnen realiseren zijn er afspraken nodig over datagebruik. Met vragen als ‘Wat is een deur?’, ‘Wat is een raam als we praten over een raam?’ et cetera. Landelijk en internationaal zijn hierover afspraken gemaakt. Op het hoogste niveau in Nederland is dat in een overleg CB-NL genaamd. En omdat dit zeer globaal is, worden op lokaal niveau nadere afspraken gemaakt, in een objectenbibliotheek, een Object Type Library (OTL). Archivarissen en vooral bibliothecarissen herkennen dit als een ver uitgewerkte thesaurus. Afspraken die de hiervoor beschreven legolisering ook mogelijk maakt.

Wat hebben we nu? Een virtueel model dat een object representeert en het uit standaardonderdelen opgebouwde fysieke object waarin gewoond, of overheen of doorheen gereden kan worden. En aan het model kunnen tal van extra data worden gekoppeld. Denk aan verwachte slijtage, wanneer geverfd moet worden met welke verfsoorten, maar ook wie verantwoordelijk is voor het beheer, of wie van welk deel de eigenaar is. Zoals onlangs door het kadaster in Delft voor het eerst met het station en haar directe omgeving is vastgelegd.

En een model dat geplaatst kan worden in een groter landschappelijk geheel. Een landschap boven en onder de grond, waarover ook tal van gegevens zijn vastgelegd. En waarover nu landelijk afspraken gemaakt worden in een nieuwe Omgevingswet.

Wat kan DIV?
En wat kunnen en moeten wij als DIV hiermee? Is dit niet het feestje van de techneuten uit de bouwwereld, ondersteund door ICT? Ook, maar niet alleen. Want vragen die niet gesteld worden, zijn: ‘Welke gegevens willen we hoe lang beschikbaar hebben?’, ‘Wat betekenen open formaten?’ en ‘Is open ook duurzaam?’. Open wil alleen zeggen dat ze gedeeld kunnen worden, zonder dat leveranciers hun rechten kunnen laten gelden, maar zegt niets over het kunnen blijven openen in de tijd. Is er nagedacht over herbruikbaarheid van data? Wordt er nagedacht over eventuele opschoning van bestanden en bewaren van kerngegevens? En over ontsluiting van terminologie voor bredere groepen dan uitsluitend de superexperts? Als je data wil delen, wat deel je wel en wat niet? Op grond van welke wet- en regelgeving moet/mag je wat openbaar stellen? Wat zijn de bronbestanden voor het opstellen van BIM-modellen en waar haal je die oude gegevens vandaan? Vragen die ons bekend voorkomen, maar die in de wereld van bouwtechnici en ICT vaak als zeer lastig worden ervaren.

Ja maar, hoe werkt dat dan? Wij hebben de vragen wel, maar hoe gaan we dat dan doen? Hoe moet dat dan met onze DMS? Een deel van de informatie in de bouwinformatiemanagementsystemen is gekoppeld met een DMS, zeker de oude bestaande informatie. En wellicht ook nieuwe nog te vormen informatie. En onze selectielijsten? Niet alles wat aan informatie wordt gemaakt in de ontwerp-, project-/ realisatie- en beheerfase willen we eindeloos beschikbaar houden, maar delen ervan wel. De vraag is welke delen en hoe organiseer je dat? Die indelingen hebben wij niet zelf gemaakt, nee, maar worden wel gedragen door het primair proces. En een objectenbibliotheek is in de basis niet ingewikkelder dan de basisarchiefcode. Sterker nog, ik denk eenvoudiger, en alle DIV’ers van boven de vijftig hebben hiermee leren werken.

Ermee beginnen?
Dus op de vraag ‘Is dit ons vak wel?’ wil ik positief antwoorden. Al is het met de kanttekening dat we haar opnieuw moeten vormgeven. En ons regelmatig de vraag moeten stellen: ‘Wat is dit?’, ‘Wat levert dit pakket aan informatie?’, ‘Wat is de waarde?’, ‘Waarom wordt dit gevormd’, op basis van onze oude vertrouwde basisprincipes met nieuwe onbekende pakketten en informatiestromen.

Moeite met veranderingen
Wat vraagt dit? Wat moeten we allemaal gaan leren? Ik denk dat het meevalt. Hoewel het gaat om een fundamentele wijziging in werken in de hele samenleving, die nu eindelijk ook de bouw/infrastructuur in volle omvang bereikt heeft – veertig jaar na de vliegtuigindustrie. Het is een beroepsgroep die begrip heeft voor moeite met veranderingen. De veranderingen waar wij als beroepsgroep tegenaan hikken zijn niet uniek. De traditionele beheerders, denk aan de bruggenbeheerders, tunnelbeheerders, beheerders openbare ruimte, groen, blauw en grijs; de beheerders van openbare bomen, struiken, sloten, rivieren en dijken en asfalt; voor deze groepen geldt dit minstens net zo sterk. Zij waren of zijn tot recente datum gewend met ordners vol papieren tekeningen hun werk te doen. En ze worden nu langzaam gedwongen over te schakelen op assetsystemen. Databases die gevoed gaan worden en soms al gevoed worden met databestanden afkomstig uit de BIM-modellen met de bijbehorende informatie. En als zij dit moeten en kunnen, kunnen wij het toch ook? Ook zij willen op een stevige verantwoorde manier hun informatie kunnen vinden en gebruiken, en ook zij zitten niet te wachten op continue verandering. Liever niet. Soms als ik tussen mijn oogleden kijk, zie ik nauwelijks onderscheid.

Selectielijsten
Ja maar, kunnen we onze oude selectielijsten wel blijven toepassen? Op de manier waarop deze zijn ingericht en waarop wij gewend zijn deze te gebruiken in een DMSomgeving niet, denk ik. Maar projecten werken met planningspakketten, risicoanalyses, financiële pakketten, interne procesverantwoording, externe procesverantwoording, besluitvormingssytemen et cetera. Pakketten die ieder een schakel leveren in het totale bouwwerk en/of de levenscyclus van objecten als bruggen of tunnels. In de oude vernietigingslijsten stond een categorie voorbereiding grote infrastructurele projecten, met bewaartermijn tien jaar. Ruim voldoende om op terug te grijpen. Iets dergelijks vertegenwoordigen deze pakketten. Het zijn onderdelen van een groter geheel waarvan waarschijnlijk alleen de eindproducten gedurende lange tijd bewaard moeten worden. Maar hier moet vanuit oude principes opnieuw naar gekeken worden. Wat doet dit pakket in de totale levenscyclus, tijdens het gehele project? En wat is de waarde en waarom? En kunnen we hier algemeen geldende afspraken over maken? En hoe houden we die actueel?
Schonen, ja met verstand en soms rigoureus en soms niet. Waardoor we tijd en geld beschikbaar houden om samen met andere disciplines na te denken hoe we ervoor kunnen zorgen dat er goede beheerregimes komen om op termijn waardevolle informatie werkelijk beschikbaar te houden. En zo kan ik nog even doorgaan.

Afsluitend zou ik willen bepleiten om samen met andere disciplines het gesprek aan te gaan over wat nodig is, om de uitgangspunten overeind te houden, namelijk: hoe zorgen we ervoor dat we de komende vijftig jaar nog steeds met droge voeten over onze bruggen en achter onze dijken kunnen blijven? Ook al gebruiken we daarbij BIM of iets wat in de toekomst daarvoor gebruikt wordt.

Geïnteresseerd geraakt?
Kijk eens op bouwenmetinformatie.wordpress.com en als je dan geïnteresseerd raakt – en dat risico loop je –, zijn er genoeg termen en verwijzingen om verder te zoeken. Alvast veel plezier gewenst.

 

tgjkremer@gmail.com, Theo Kremer is informatiespecialist bij ingenieursbureau Amsterdam. Hij is betrokken bij het programma BIM Amsterdam.