, 24 januari 2019

De thematiek van TOEGANG leeft enorm

image for De thematiek van TOEGANG leeft enorm image Achtergrond

Het is inmiddels voor iedereen wel duidelijk dat TOEGANG geen antwoorden geeft, maar zich vooral richt op informeren, bewustzijn verhogen en de oproep om kritisch te blijven kijken. En dat de documentaire daarin slaagt, blijkt uit de discussies die na het kijken ontstaan. Deze discussies hebben bij diverse organisaties geleid tot vervolgacties en grotere belangstelling voor aspecten zoals Open Data, privacy en toegang tot informatie.

Het is inmiddels voor iedereen wel duidelijk dat TOEGANG geen antwoorden geeft, maar zich vooral richt op informeren, bewustzijn verhogen en de oproep om kritisch te blijven kijken. En dat de documentaire daarin slaagt, blijkt uit de discussies die na het kijken ontstaan. Deze discussies hebben bij diverse organisaties geleid tot vervolgacties en grotere belangstelling voor aspecten zoals Open Data, privacy en toegang tot informatie.
Niet alleen uit de discussies blijkt dat de thematiek van TOEGANG enorm leeft bij medewerkers die zich bezighouden met het toegankelijk maken en beheren van informatie(systemen). Tijdens Smart Humanity 2018 op 13 december 2018 trok TOEGANG (en de presentatie van een van de hoofrolspelers Maxim Februari) een meer dan volle zaal. Helaas konden niet alle belangstellenden op die dag TOEGANG zien.
Omdat ook uit de documentaire blijkt dat gelijke toegang tot informatie van groot belang is, is vanaf nu TOEGANG vrij online te bekijken. Via de website van de KNVI en Vimeo hebt u nu toegang tot de documentaire. Om u wegwijs te maken door de documentaire vindt u hieronder een ‘kijkwijzer’. Dit maakt het mogelijk om gericht de specifieke thema’s van TOEGANG snel op te zoeken. 

“Er is een ongelijkheid in de toegang tot informatie” (van 3’29” tot 8’35”) 
Deel 1 van de documentaire behandelt de relatie tussen toegang tot informatie en een rechtvaardige democratische samenleving met gelijke mogelijkheden voor iedereen. Marens Engelhart (Nationaal Archief) vat de problematiek rond de asymmetrie van de toegang tot informatie en het democratisch gehalte van een land samen met een citaat van de Franse filosoof Derrida: “Er is geen macht zonder de controle over het archief. Democratie wordt altijd afgemeten aan dit criterium…”. En daar ligt direct een kernprobleem van de informatie- of datasamenleving als we luisteren naar Martijn Aslander, techfilosoof: “De asymmetrie van toegang zie ik als een groter probleem dan de privacy. De asymmetrie over wat wij van de overheid mogen weten en wat de overheid over ons weet, die deugt niet.”
Arjan El Fassed van de Open State Foundation zegt daarover: “Er is een ongelijkheid in de toegang tot informatie. De overheid weet veel en heeft veel informatie, terwijl je eigenlijk zou denken dat die overheid er voor ons is.” En Marleen Stikker, directeur van Waag: “Als je een democratie wilt hebben waar iedereen gelijkwaardig aan kan deelnemen, dan hoort informatie gelijkelijk aanwezig te zijn.” 

“We zijn ons niet voldoende bewust van de waarde van data!” (van 8’40” tot 17’15”)
De documentaire vervolgt met het vraagstuk over de waarde van informatie en data en het eigendom hiervan. Vooral als het gaat om de waarde en controle van persoonlijke data is dit een aspect van de informatiesamenleving met een enorme invloed op bedrijven, overheid en het individu. Welke informatie zou openbaar moeten zijn en is het juist niet en wat zou je juist moeten beschermen, maar lijkt onbeheersbaar te zijn geworden?
Brenno de Winter, internetonderzoeker: “[…] dat persoonsgegevens en alles wat er omheen hangt heel veel waard is. En dat er ook enorme gevolgen kunnen zijn op het moment dat daar misbruik van wordt gemaakt of het tegen je wordt ingezet.”
Martijn Aslander is er heel stellig over dat het handelen van overheid en organisaties als het gaat om ‘beschermen’ van data die eigenlijk openbaar zou moeten zijn: “Gewoon niet meer liegen! Dingen controleerbaar, verifieerbaar maken. Als je ziet hoeveel moeite […] hebben gedaan om de informatie boven water te halen over hoe de kostenstructuur van ziekenhuizen is…. Dat zijn cruciale vragen. Als je dan zo hard op de rem trapt en niet wilt delen, heb je blijkbaar iets te verbergen.”
Marleen Stikker geeft een voorbeeld van hoeveel data waard kan zijn: “In het biodomein zijn we zelf hartstikke nieuwsgierig en willen we weten wat onze genetische code is en sturen we een sample op naar zo’n dienst en daar betalen we honderd euro voor. Ondertussen bouwen zij daar aan een gigantische database aan genetische informatie waarmee ze nu alweer miljoenen waard zijn op de aandelenmarkt. Dus elke keer als jij daar honderd euro betaalt, zijn zij duizend euro rijker.” 

“Je levert de hele publieke sector over aan het bedrijfsleven!” (18’00” tot 20’36” en 31’37” tot 34’06” en 46’08 tot 54’52”)
Om nieuwe technieken toe te passen, maken veel (overheids)organisaties gebruik van commerciële bedrijven. Leveranciers van technieken, applicaties en systemen krijgen daardoor al dan niet toegang tot data die oorspronkelijk niet voor hen van bedoeld is. Wat is nu eigenlijk de rol van de overheid en wat zou die moeten zijn?

Een kritische blik op deze ontwikkeling is noodzakelijk, aldus Maxim Februari, filosoof en schrijver: “Je stopt de hele stad vol met sensoren, waardoor de burgers voortdurend een kant op gestuurd worden of weggehouden worden of in de gaten gehouden worden. Er zijn allerlei bedrijven die er belang bij hebben om die data te verhandelen of de hardware op te hangen, sensoren te verkopen. Dus alles wat we tot nu toe publiek deden […], dat gaan we nu via bedrijven doen.”
Ook Brenno de Winter waarschuwt voor de opmars van de techniek in de maatschappij: “Een ding weten we; die techniek gaat echt wel door. Met of zonder politiek… Vernieuwingen komen er wel. Maar de positie van de mensen is iets wat minder vanzelfsprekend is. Je ziet groepen mensen achteropraken.”
Neemt de overheid wel haar verantwoordelijkheid als het gaat om technologie in combinatie met het gebruik en inzetten van data? Marleen Stikker vindt van niet: “Er is een ongelooflijke angst voor overheidsregulering en tegelijkertijd reguleren ze alles! Er bestaat niets dat wij om ons heen hebben dat niet gereguleerd is. Maar als het over technologie gaat zeggen we ‘nee, nee, blijf er met je vingers van af want het is open markt. Blijf vooral van het internet af.’ […] Ik heb dus liever expliciet beleid, waarin je met elkaar afspreekt wat je wilt reguleren en wat niet, dan dit ambigue beleid wat al enorm veel effect heeft, maar waarvan niemand kan aantonen wat dat is.”
Marens Engelhart: “Als het gaat om al dat informatiegeweld dan zitten we in zo’n fase dat we nog heel erg proberen te snappen wat ons overkomt. […] Met toch een gebrek aan regulering of de overheid die er toch wel erg achteraanloopt, omdat ze zichzelf nogal op afstand heeft gezet. Een stukje van dat soort macht moeten we gewoon terughalen via onze eigen overheden.”
Zowel Martijn Aslander als Marleen Stikker pleit voor een andere organisatie- en denkwijze van de overheid als het gaat om het ontwikkelen van (technologische) oplossingen. Marleen Stikker: “In het Verenigd Koninkrijk hebben ze op een gegeven moment gezegd ‘wij willen die software weer in eigen hand nemen. We gaan dat doen door het open te maken’ […]. En user experience staat centraal. Niks gaat live als het niet door mensen begrepen wordt. Dat heeft tot enorme besparingen geleid, omdat ze niet meer afhankelijk zijn van een of twee, drie bedrijven.”
Ook Martijn Aslander hecht grote waarde aan het delen van informatie om kosten te besparen en betere resultaten te behalen: “We geven geld uit aan dingen die we gratis kunnen krijgen. Er zit een ongelooflijk materieel en cognitief surplus in de samenleving, dat je prima zou kunnen aftappen met al die technologie om dingen gedaan te krijgen die we moeten oplossen!” 

“Om van die leuke dingen gebruik te maken, moet ik een stuk van mijn privacy opgeven” (20’37” tot 30’56” en 34’07” tot 38’32”)
Nieuwe technologieën die drijven op het gebruik van data maken ons leven vaak leuker en makkelijker. Dat de leveranciers van deze technologieën onze data verzamelen en daar ‘dingen’ mee doen moeten we dan maar accepteren.
Of niet? Wouter Slotboom, ethisch hacker en liefhebber van gadgets, realiseert zich maar al te goed hoe het werkt: “Het is voor mij heel dubbel. Ik vind het geweldig en ik vind het verschrikkelijk. Ik vind het een eng idee eigenlijk, dat die hele grote machtige bedrijven in staat zijn om op die manier een heleboel informatie te verzamelen. En aan de andere kant vind ik het geweldig als ik tegen dat apparaat zeg ‘ik ga naar bed’ dat-ie automatisch mijn tv uit doet en al mijn lampen, en dat op de slaapkamer langzaam het licht aangaat.”
Datajournalist Dimitri Tokmetzis onderzoekt al geruime tijd hoe het nu precies zit het verzamelen en gebruik van data door techbedrijven: “Je pakt je telefoon. Prachtig apparaat. Doet wat-ie moet doen. Maar wij zien alleen maar het resultaat van wat ons teruggevoerd wordt […]. Dat wat wij erin stoppen gaat naar heel veel verschillende plekken. Dat gaat niet alleen naar Apple of naar Google, maar dat gaat naar tientallen adverteerders, analyticsbedrijven en app-bouwers.”
Esther Keymolen, assistent professor Universiteit van Leiden, vertelt over hoe de organisaties (bijvoorbeeld Google) ons verleiden om data prijs te geven: “Het is toch prachtig! Het is een wit scherm met één blokje erin waar je wat in moet schrijven. Ik vind dat een fantastisch voorbeeld van het ‘verdwijnen’ van het hele platform […]. Ogenschijnlijk heel transparant, tegelijkertijd verbergt het eigenlijk alles wat erachter zit […]. Het werkt heel intuïtief […]. We vergeten wat Google met onze informatie doet.”
Wie is dan eigenlijk eigenaar van die informatie? Brenno de Winter is van mening dat we dat zelf zouden moeten zijn: “Ja, ik vind als persoon en vanuit de visie van de informatiesamenleving dat het logisch is dat als een bedrijf zijn voordeel doet met gegevens die jou aangaan, je daar dan dus ook een recht op hebt.”
Een advies van Wouter Slotboom: “Ik geef ook altijd het advies aan mensen als zij zo’n apparaat in huis halen of diensten afnemen: bekijk wat het je oplevert en bekijk wat het je potentieel kan kosten.” 

“De mens staat ernaast en begrijpt niet meer wat er gebeurt” (38’32” tot 46’08”)
De invloed van data op ons leven is groter dan ooit. Deze ontwikkeling zorgt voor veel vragen. Hoe gaan we daar nu en in de toekomst mee om? Krijgen de grote techbedrijven met hun big data-toepassingen en het gebruik van ingewikkelde algoritmes niet te veel macht in onze gedataficeerde samenleving? Of zijn dat eigenlijk gewoon maar spookverhalen van de ‘oude’ macht? Of begeven we ons inmiddels op een glijdende schaal die niet meer is terug te draaien? Bepalen algoritmes ons leven?
Dimitri Tokmetzis over het toepassen van algoritmes: “Het hoeft niet eng te zijn […]. Vaak is het ook nodig om apparatuur goed te laten werken. Ze mogen ook best mijn kijk- en luistergedrag analyseren als ik daarvoor goede aanbevelingen krijg. Dat vind ik het probleem niet. […]. Wanneer ik het wel problematisch vind worden, is als de beslissingen die eruit komen van invloed zijn op mijn leven […], of ik wel of geen hypotheek krijg, of een land wel of niet in mag.”
Maxim Februari ziet gevaren in de toenemende invloed van algoritmes, kunstmatige intelligentie en big data-toepassingen op het nemen van beslissingen: “In de toekomst zal er heel veel geweten worden en op basis van weten wordt er geregeerd. De mens staat ernaast en begrijpt niet meer wat er gebeurt. Het gaat niet meer via betekenis maar via weten.”
Esther Keymolen ziet een ander bezwaar van het dataficatie van ons leven: “Als alles gedataficeerd wordt en alles wordt vastgelegd, kom je als het ware niet meer weg van je verleden. Je wordt als het ware door het verleden gevangen in de toekomst. Die algoritmes zijn gebaseerd op wat jij vroeger gedaan hebt en ze voorspellen wat je in de toekomst gaat doen. En dat is wel een risico dat we lopen.”
Dimitri Tokmedzis weet wel waarom organisaties zo veel mogelijk gebruik willen maken van ‘voorspellende data’: “De kerngedachte achter het hele vergaren van informatie is maakbaarheid. Het maakbaarheidsgeloof. […] Het hele idee is dat als je mensen leesbaar kunt maken en dus kan lezen wat ze gaan doen, je ze ook kunt sturen. Daar is heel veel beleid op gestoeld. […] Het doel daarvan is risico vermijden.”
Zorgt het in grote mate gebruiken van data dan niet voor goede beslissingen? Maxim Februari bestrijdt ook het idee dat data objectief zijn. Juist in die opvatting ziet hij het gevaar als het gaat om een datagestuurde samenleving: “Mensen denken dat data aan struiken groeien en dat je die gewoon kunt gaan plukken en dat je dan data hebt. Maar zo is het niet, je moet ze eerst zelf maken. Data worden geproduceerd. […] De keuze, de selectie over wat verhef je tot data, wat laat je buiten zicht. Dat zijn morele beslissingen. Dat wil ook zeggen dat diegene die de data maakt macht verwerft. […]. Bij data moet je altijd afvragen wie heeft die gedefinieerd. Wie heeft überhaupt bepaald dat we die data gaan verzamelen […]. Wie zit daar achter?” 

“Wij zitten in een tijd waarin we met grote verbazing om ons heen kijken” (van 54’52” tot einde)
Is het dan alleen kommer en kwel met al die data? Niet als we ons bewust zijn van zowel de mogelijkheden als de gevaren. Bovendien staan we nog aan het begin van deze ontwikkeling. Een beetje relativeren mag ook.
Marens Engelhart: “Wij zitten in een tijd waarin we met grote verbazing om ons heen kijken. Wat ons overkomt. Daar zijn we nog niet aan gewend. Misschien gaan we daar ooit wel aan wennen. We gaan ook veranderen. […] Opvattingen over privacy zijn in de loop van de tijd ook heel erg veranderd.”
Maxim Februari: “Misschien zullen we over tien jaar denken dat alles wat je vindt op internet zo’n grote flauwekul is dat je gewoon weer teruggaat naar normale gesprekken.”
De uitsmijter is van Martijn Aslander, die de kern raakt: “Je weet het niet. Dat gaan we lekker ontdekken!”


Eric Kokke

Manager Marketing bij GO opleidingen en redactielid van Od