4 juni 2018

De volgende digitale stap

image for De volgende digitale stap image

Is er een land dat geen centrale database heeft, maar dat ondersteund wordt door blockchain-technologie en back-up-locaties heeft, verspreid over de hele wereld, om de bereikbaarheid van het platform onder elke omstandigheid te garanderen? En liggen de jaarlijks onderhoudskosten van deze digitale infrastructuur voor het gehele land inderdaad rond de 250 miljoen euro? Dat lijkt bijna te mooi om maar te zijn… of toch niet? Ja, Estland, een staat aan de Baltische zee, is er in geslaagd dit tot realiteit te maken.

Is er een land dat geen centrale database heeft, maar dat ondersteund wordt door blockchain-technologie en back-up-locaties heeft, verspreid over de hele wereld, om de bereikbaarheid van het platform onder elke omstandigheid te garanderen? En liggen de jaarlijks onderhoudskosten van deze digitale infrastructuur voor het gehele land inderdaad rond de 250 miljoen euro? Dat lijkt bijna te mooi om maar te zijn… of toch niet? Ja, Estland, een staat aan de Baltische zee, is er in geslaagd dit tot realiteit te maken.

Gedurfde stappen
Sinds haar herwonnen onafhankelijkheid heeft Estland constant de maatschappelijke status-quo bevraagd en de grenzen verlegd door gedurfde stappen te zetten. Het eerste kabinet, gevormd na de val van de Sovjet-Unie onder leiding van minister-president Mart Laar en geïnspireerd door de Amerikaanse econoom Milton Friedman, introduceerde een vlaktaks, schafte handelstarieven af en besloot de Estse Kroon te koppelen aan de Duitse D-Mark. Deze beslissingen zorgde voor stabiliteit die uiteindelijk heeft bijgedragen aan de verdere ontwikkeling van het land richting de 21e eeuw.

De jaren 90 van de vorige eeuw luidde ook de periode in van grootschalige digitalisering in de westerse wereld. Computers werden meer beschikbaar voor het grote publiek, commercieel gebruik van het internet begon te groeien. Estland besloot gebruik te maken van dit moment door, in plaats van eerst te groeien naar het niveau van andere westerse staten, direct door te ontwikkelen naar een digitale toekomst. Oud minister-president Toomas Hendrik Ilves beschreef dit in een interview met the Economist als volgt: “We just skipped certain things…Mosaic [the first popular web browser] had just come out and everyone was on a level playing field.”

Keuze voor e-governance
1997 markeerde de start van de strategische keuze voor egovernance in Estland. “To improve the competiveness of the state and increase the well-being of its people, while implementing hassle free governance”, zo omschrijft de Estse overheid deze richting op haar eigen website e-Estonia. com. De Estse overheid streeft naar een efficiënte overheid die de bureaucratie verwijdert en Esten de ruimte biedt te doen wat zij willen. Inwoners van Estland hoeven alleen nog fysiek naar een kantoor van de overheid als zij willen trouwen, scheiden, of onroerend goed willen overdragen. Alle andere zaken worden via een online portaal geregeld. Dit zorgt ervoor dat Esten bijna al hun overheidszaken plaats- en tijdsonafhankelijk online kunnen regelen; dit spaart kostbare tijd uit die weer voor andere dingen gebruikt kan worden.

Estland kijkt naar de digitaliseringskwestie vanuit een ander perspectief. Door constant te vragen waarom zij als overheid bestaat, is de focus zoveel mogelijk op de burger komen te liggen. Dit heeft geresulteerd in een volledig digitale samenleving. Een samenleving die zelfs de mogelijkheid biedt aan buitenlanders e-resident, ofwel digitaal inwoner, te worden van Estland. Dit biedt de e-resident de mogelijkheid om gebruik te maken van alle digitale dienstverlening van de Estse overheid, afgezien van deelnemen aan de verkiezingen. Dit klinkt misschien niet als een enorme stap maar dit betekent dat eenieder van buiten Estland in staat is om een bedrijf op te starten in Estland, onder EU-recht, en tevens gebruik kan maken van het gunstige Estse belastingklimaat (20% vlaktaks en 0% bedrijfsbelasting) allemaal zonder ooit een voet op Estse bodem gezet te hebben. Wat krijgt Estland hiervoor terug? Zij krijgt een bedrijf dat gebruik maakt van het Estse bancaire systeem, advocatuur, en een stimulans in het investeringsklimaat van het land.

X-road, een digitale snelweg
Concurreren met andere landen als dienstverlener is de volgende stap in het digitale succesverhaal van Estland. Dit artikel zou zo nog vele pagina’s door kunnen gaan en daarbij onder andere kijken naar nieuwe mogelijkheden, zoals beleid schrijven middels real-time data en direct terug rapporteren van data aan de private sector. Bijvoorbeeld over de stand van de economie of middels voorspellende aanvragen voor de burgers (als een kind geboren wordt, zal het binnen een aantal jaar naar de peuterspeelzaal gaan, iets daarna naar de lagere school, enz.). Maar de grootste ontwikkelingen die hier besproken moet worden is X-Road. Dit platform zou het best omschreven kunnen worden als een digitale snelweg die lokale computers en databases van zowel de publieke als private sector aan elkaar verbindt. Door deze systemen aan elkaar te linken vervalt de noodzaak voor een centrale database en ontstaat een infrastructuur die makkelijk aan te passen is naar nieuwe belanghebbende.

Hierover spelen mogelijk twee vragen. 1. Zijn de data veilig op de X-Road en 2. Heeft iedereen zomaar toegang tot alle data op het platform? De korte antwoorden hierop zijn, ja de data zijn veilig, en nee niet iedereen heeft toegang tot alle data. Transacties op het platform worden middels blockchain- technologie versleuteld om een veilige en betrouwbare overdracht van data te garanderen. Toegang tot privédata worden volledig gecontroleerd door het individu. Als iemand bijvoorbeeld niet wil dat de apotheker medische gegevens in kan zien van deze persoon, kan deze toegang met een druk op de knop ontzegd worden. De keuze en verantwoordelijkheid komt hiermee bij de gebruiker te liggen.

De X-Road stelt de documentatie van de aangesloten deelnemers beschikbaar voor andere deelnemers. Alle overheidsinstellingen zijn aangesloten op het platform, net als alle inwoners en een heel groot aantal private organisaties. Middels een API kan er vanuit de bestaande informatie structuren gecommuniceerd worden met de X-Road. Door het laten communiceren van veel systemen met elkaar, zonder fysieke koppelingen aan te leggen, blijft de dataintegriteit geborgd omdat deze lokaal opgeslagen blijft. De X-Road dient enkel als een communicatie- en transportplatform zoals een pneumatisch buizenstelsel. Informatie kan hierdoor real-time versleuteld verstuurd worden. Dit zorgt voor efficiëntere gegevensoverdracht en voor de gebruiker inzicht in wat er met de data gebeurt.

Kosten van de X-road
Hoeveel kost een dergelijke digitale oplossingen voor een land dan precies? Volgens de eerste nationale Chief Information Officer van Estland tussen de 50 en 60 miljoen euro per jaar. Dit is inclusief onderhoud, loonkosten en investeringen in het systeem. Het niet hebben van een centraal systeem is goedkoper, meer agile, en veiliger. Estland heeft deze beslissing voornamelijk genomen op basis van de financiële positie, de financiën waren simpelweg niet aanwezig om op dat moment te beslissen om een grote centrale database te bouwen en tegelijkertijd alle gestelde doelen voor de samenleving te bereiken. En precies dit kan wel eens de meest cruciale les zijn uit de digitale transformatie van Estland voor de rest van de wereld. Een succesvol digitaal landschap hoeft geen fortuin te kosten, zolang het doel maar voor ogen blijft en men bereid is om ‘legacy’-systemen binnen de organisaties achter zich te laten. Als Estland enkel haar overheidsprocessen eenop- een zou hebben gedigitaliseerd dan zou het land nu niet zo ver zijn gekomen als het vandaag de dag is. Terwijl juist dat hetgeen is dat veel (publieke) organisaties doen wanneer zij aan hun digitale reis beginnen. Zij kijken naar de huidige processen en proberen deze digitaal te maken, vaak op precies dezelfde manier als deze analoog waren.

Start with why
Marketing consultant Simon Sinek probeert mensen en organisaties altijd te motiveren door te beginnen met de vraag ‘waarom’ (er is een geweldige TEDx-presentatie van hem online beschikbaar onder de titel ‘Start with why’, een echte aanrader om eens op te zoeken). Hiernaast staat het diagram dat hij gebruikt als hoeksteek van zijn lezing. In plaats van door je organisatie heen te lopen van buiten naar binnen, in dit geval wat doe ik, hoe doe ik dit, en dan pas af te sluiten met de vraag waarom doe ik dit, probeert Sinek deze om te draaien en te beginnen met de waarom-vraag.
Mogelijk dat er duizend andere bedrijven zijn geweest die betere producten maakten dan Apple, maar Apple begon met een andere filosofie: de status-quo willen bevragen. Dit deden zij door mooi ontworpen computers te maken en toevallig waren dit ook nog eens goede computers. Het maakte niet uit of deze producten auto’s, meubels of computers zouden zijn, zolang ze maar relateerden aan hun primaire ambitie. Elon Musk en zijn bedrijfsportfolio met Tesla en SpaceX verschillen hier niet in, constant de statusquo blijven uitdagen en beginnen met de vraag ‘Waarom zijn wij hier als organisatie’.

Estland is hier niet anders in, zij bleven constant de vraag stellen waarom zij hier als overheid is en het antwoord lijkt te zijn dat zij er is om de burgermaatschappij te dienen en om zo klein mogelijk obstakel te zijn. Door deze perceptie zijn zij in staat geweest om een maatschappij te bouwen die niemand voor ogen had kunnen houden direct na de val van de Sovjet-Unie. De meerderheid van de overheid accepteerde deze visie en misschien wel nog belangrijker: de visie werd openlijk ondersteund door een groot deel van het politieke spectrum.

Sprong naar het volgende decennium
In ons land hebben wij sommige van de meest fascinerende systemen en mogelijkheden. We hebben een hoogopgeleide beroepsbevolking, voldoende budget, en een organisatorische voorsprong waar menig land jaloers op zou zijn. Ons Kadaster en GBA worden benijd door een groot aantal landen. Echter om in staat te zijn de sprong naar het volgende decennium te maken en op de voorgrond te blijven, moeten sommige dingen in onze houding veranderen. Uiteraard hoeven wij niet alles uit Estland een-op-een te dupliceren, en ja ook daar zijn systemen met problemen, maar wij moeten wel durf gaan tonen. Durf om veranderingen te bewerkstelligen, durven om te investeren, en durven op publiekelijk steun te verlenen. Wij moeten beginnen om ons elke keer af te vragen voor wie wij ons werk doen, en in de optiek van ondergetekende zijn dat de inwoners van Nederland.

We moeten niet langer proberen om de meest complexe systemen te bouwen die vertragen of te groot zijn om in de lucht te houden; het is tijd om consumentgestuurde applicaties te bouwen. Tegen de tijd dat het Digitaal Stelsel Omgevingswet geïmplementeerd is, is deze misschien alweer achterhaald. En bovenal moet digitalisering een prioriteit worden binnen het politieke spectrum van onze overheden. In Estland is een kleine groep van 25- tot 35-jarigen, onder directe supervisie van de minister-president, aan de slag om de toekomst van de Estse digitale samenleving vorm te geven.

De Estse E-Governance Academy, de semipublieke organisatie die bij heeft gedragen aan de totstandkoming van de digitale infrastructuur, is momenteel deze technologie al aan het verkopen aan landen over de hele wereld, van Oekraïne tot Georgië en van Namibië tot de Palestijnse autoriteiten. Dichterbij huis is Denemarken binnen een jaar overgestapt op een volledig gecentraliseerd digitaal overheidscommunicatieplatform; de voornaamste reden voor deze termijn was politieke support van ministerpresident Anders Fogh Rasmussen. Zelfs Groot-Brittannië onder leiding van David Cameron was in staat om alle overheidsdienstverlening, van lokaal tot nationaal, onder de paraplu van de Governmental Digital Services (gds.gov. uk) te krijgen; een portaal voor alle overheidsinformatie, relevant voor de samenleving.

Volgooien
Onze digitale systemen en mogelijkheden kunnen vergeleken worden met een mooie en dure Land Rover. Deze is in staat de meest geweldige dingen te doen, maar tegelijkertijd weigeren we benzine in de auto te doen om deze te laten werken. Nu is de tijd om onze digitale maatschappij van benzine te voorzien, anders blijven wij achter in deze tijd van mondiale digitalisering.

t.l.kooi@icloud.com, Thomas Levi Kooi is consultant bij Capgemini en was hiervoor werkzaam als adviseur bij de Provincie Zuid-Holland.


Noot

*  Thomas Levi Kooi schreef dit artikel op persoonlijke titel naar aanleiding van zijn scriptie ‘Having an expensive Land Rover and not wanting to fill it with gasoline’, een analyse over de organisatie van E-Governance bij de Provincie Zuid-Holland vergeleken met een casusonderzoek van de gemeente Tartu en de Estse overheid.