, 7 november 2017

‘Het archief is dood, leve het archief’

image for ‘Het archief is dood, leve het archief’ image Verslag

Dhr. Charles Jeurgens (1960), die naast het hoogleraarschap onder meer als adviseur verbonden is aan het Nationaal Archief, richt zich in zijn onderwijs en onderzoek op de volle breedte van de archiefwetenschap. Zijn bijzondere belangstelling hebben vraagstukken op het gebied van archivering in de veranderende virtuele informatie samenleving, implicaties van virtualisering voor bestaande archiefinstellingen en -functies, waardering en selectie van archieven en archiefvorming als object van historisch onderzoek.

Dhr. Charles Jeurgens (1960), die naast het hoogleraarschap onder meer als adviseur verbonden is aan het Nationaal Archief, richt zich in zijn onderwijs en onderzoek op de volle breedte van de archiefwetenschap. Zijn bijzondere belangstelling hebben vraagstukken op het gebied van archivering in de veranderende virtuele informatie samenleving, implicaties van virtualisering voor bestaande archiefinstellingen en -functies, waardering en selectie van archieven en archiefvorming als object van historisch onderzoek.
Zowel bij de vorming van archieven als bij het gebruik ervan bieden ontwikkelingen op het terrein van bijvoorbeeld big data, digital humanities en e-discovery nieuwe mogelijkheden en roepen ze nieuwe vragen op voor de archiefsector en dus ook voor archiefonderwijs en -onderzoek.1

Uit de oratie
In september heeft Charles Jeurgens zijn oratie in 45 minuten uitgesproken. De oratie is lezenswaardig verhaal van bijna elf duizend woorden. Jeurgens hield een boeiend en degelijk betoog bestaande uit de onderdelen: informatie overvloed, overheidsarchieven, de vierde (informatie-) revolutie, de macht van de selectieve overheidsbureaucratie, levende archieven, archieven als instrument van verantwoording en rekenschap, noodzaak tot moderniseren, slimme apparaten en rechtvaardige geheugens tot de piece de resistance: een nieuwe archivistische opgave.

Ik citeer:
“Archivarissen hadden na de Franse Revolutie bijna een eeuw nodig om enigszins uitgekristalliseerde methoden en technieken te ontwikkelen waarmee ze in staat waren retrospectief de context waarin informatie door het bureaucratisch apparaat was gevormd en gebruikt te documenteren. Ze ontwikkelden systematieken van ordenen en beschrijven en maakten zoekwijzers, zodat gebruikers die geen deel uit hadden gemaakt van het bureaucratische apparaat toch hun weg konden vinden in het informatie-labyrint dat de bureaucraten voor hun eigen doel hadden gevormd. Het begrijpen en kennen van de logica van het bestuurlijke apparaat was ook toen al voorwaardelijk om een betekenisvol instrumentarium te ontwikkelen, waarmee later in de tijd nog begrepen kon worden welke functie de vastgelegde gegevens hadden gespeeld. Die retrospectieve invalshoek is al lang niet meer toereikend voor bewijsvoering, reconstructie en rekenschap. De vluchtigheid van bits en bytes maakt dat archivarissen zich al naar de voorkant van de informatieketen bewegen, zoals dat in het bureaucratische jargon heet. Daarmee wordt vooralsnog vooral gedoeld op een proactieve attitude om bij de vorming van overheids informatie al maatregelen te treffen zodat de gegevens over twee, vijf of vijftig jaar nog beschikbaar en toegankelijk zijn. Het geëxternaliseerde denken vereist echter meer dan dit. De bewijskracht en het reconstructievermogen van het archief staan op het spel. Een levend archief is een archief dat uit meer bestaat dan de informatie die door bureaucratische processen is gegenereerd. Een levend archief heeft het vermogen om de logica waarmee gegevens tot stand zijn gekomen en tot informatie zijn verwerkt te openbaren. Een archief dat die kwaliteit niet heeft, is een gevaarlijk archief dat dient te worden gewantrouwd. In mijn onderzoek wil ik me vooral richten op de vraag welke archivistische interventies nodig zijn om te zorgen dat het archief daadwerkelijk een rechtvaardig geheugen kan zijn. Of met andere woorden: wat zijn de constituerende componenten van het archief om de functie van verantwoording, bewijs en reconstructie op adequate wijze te kunnen vervullen in data-gestuurde toepassingen? Welke granulariteit is vereist bij het vastleggen van het samenspel tussen data, denken en doen, zodat achteraf op betekenisvolle wijze gereconstrueerd kan worden op basis waarvan is ingegrepen of gehandeld? Het ligt voor de hand dat in sommige gevallen niet alleen de data maar ook de gebruikte algoritmes worden gearchiveerd, of belangrijker nog de logische modellen die eraan ten grondslag hebben gelegen. Algoritmes zijn complex, soms gesloten en ook nog eens zeer veranderlijk. Het roept tal van vragen op over hoe archivering van dergelijke ingewikkelde sturende mechanismen in zijn werk kan gaan. Ook het selectievraagstuk krijgt hiermee een nieuwe dimensie. Het betekent dat nagedacht moet worden in welke situaties welke combinaties van datastromen, algoritmen en het bestuurlijk gebruik van de informatie die hiermee worden gegenereerd, gearchiveerd moeten worden om reconstructie mogelijk te maken. Daarbij blijf ik trouw aan het belangrijkste principe van de archivistiek: archief is informatie in context.

De veranderende relatie tussen mens en machine zorgt voor nieuwe vraagstukken waarop nieuwe antwoorden geformuleerd moeten worden om het archief betekenisvol te houden. Onderzoek en experiment zijn nodig om uit te vinden wat essentieel is om de onderliggende waarden van het archief levend te houden. Dat is niet alleen van levensbelang voor het kortetermijnvermogen van het archief met betrekking tot bestuurlijke verantwoording, maar ook voor de lange termijn zodat met de archieven die vandaag gevormd worden, ook in de toekomst betekenisvolle historische reconstructies gemaakt kunnen worden. Dat is een belangrijke opdracht die ik me als bekleder van deze leerstoel stel, zodat ik bij mijn afscheidsrede in plaats van ‘het archief is dood, leve het archief’ wat minder zuinigjes kan eindigen door te stellen ‘lang leve het archief!’.”

De oratie2 sluit af met verschillende woorden van dank en een receptie die veel weg had van een reünistenbijeenkomst. We zullen de komende jaren uitzien naar verschillende onderzoeken over de archiefpraktijk, -onderwijs en -onderzoek. De redactie nodigt studenten, onderzoekers en informatie professionals uit de inzichten en kennis te delen.

aplat.hermes@gmail.com, André Plat is redactielid van Od.


Noten

1 Meer info http://www.uva.nl/content/nieuws/hoogleraarsbenoemingen/201/03/charles-jeurgens-hoogleraar-archiefwetenschap.html

2 De oratie van dhr. Jeurgens is te vinden op http://www.uva.nl/onderzoek/onderzoek-aan-de-uva/hoogleraren/oratiegallery/2017/oraties-2017.html