20 november 2013

Het nieuwe goud

image for Het nieuwe goud image

Ivo Zandhuis

Ivo Zandhuis
Ivo Zandhuis

Nog niet zolang geleden beperkte het beschikbaar stellen van informatie zich vaak tot het aanbieden van een full-text zoekinterface. Onder invloed van het enorme succes van Google werd het belang van gestructureerde informatie (data) steeds verder gebagatelliseerd. En dat terwijl die structuur je in staat stelt allerlei intelligente analyses te doen of vragen te beantwoorden. Het vertrouwen in full-text zoeken was zo groot dat zelfs informatie die gestructureerd beschikbaar was, vaak alleen full-text doorzoekbaar werd gemaakt.

Buzzwoorden
We zien dit echter in een snel tempo veranderen. Behalve documenten vraagt publiek steeds meer om gestructureerde informatie of om diensten die op gestructureerde informatie zijn gebaseerd. De verandering is vooral te zien aan de introductie van allerlei termen die in korte tijd razend populair zijn geworden en daarom de neiging hebben zich tot hype te ontwikkelen: big data, linked data, open data, ook gehoord: long data. Deze data kunnen vervolgens in mesh-ups worden gebruikt, of (mesh-ups zijn alweer ouderwets) apps.
Allemaal buzzwoorden natuurlijk, en al een tijdje in omloop, maar we zijn nog niet aan het einde van die toenemende vraag naar gestructureerde informatie. Je ziet die ook als die woorden niet worden gebruikt. De enorme hoeveelheid ongestructureerde informatie lijkt alleen met meer structuur beheersbaar te zijn. Daarom worden pogingen ondernomen om in ongestructureerde informatie structuur te ontdekken en vast te leggen, zoals bij het detecteren van namen van personen en plaatsen in een tekst.

Interpretatie
Voor de informatiemanager betekent dat dat hij (of zij natuurlijk) ervoor moet zorgen dat behalve de ongestructureerde informatie in documenten ook gestructureerde data uit databases wordt aangeboden. En daarbij verandert de taak van de informatiemanager niet. Zoals hij hielp de documenten te interpreteren doet hij dat ook bij de data. Het kiezen van de variabelen of velden die een gebruiker wil bekijken om een antwoord op een vraag krijgen, is immers van groot belang voor de kwaliteit van het gebruik. Laat staan als een gebruiker data wil combineren of een soort zoekdienst wil aanbieden.
Degene met de meeste kennis over de data is de informatiemanager. Dus die moet daarin een rol spelen. De grote hoeveelheid data stelt ons immers voor allerlei interpretatieproblemen (big data). Bovendien is het noodzakelijk om de juiste betekenis van datavelden vast te leggen en eventueel velden met velden in andere datasets te relateren (linked data). Ook moet de beste techniek worden gekozen om de data beschikbaar te stellen aan een breed publiek (open data) of juist niet. Een veelzijdige rol dus.
De trend voor data als ‘het nieuwe goud’ levert voor de informatiemanager tevens een bedreiging op. Omdat het structureren van informatie van oudsher tot het beroepsdomein van de informaticus/ICT’er behoort, nemen zij hier de rol van de informatiemanager geleidelijk over. Maar blijven de inzichten die zijn opgedaan in het informatiemanagement dan behouden? Ik denk dan aan privacy, toekomstig gebruik van informatie als erfgoed en (met een groot woord) ‘bewaking’ van de democratie. Vaak genoeg zie je dat informatici goed in staat zijn om informatie te structureren, maar moeite hebben met de interpretatie. De informatiemanager zal zijn meerwaarde daarom steeds moeten blijven benadrukken.

Informatiemanagers doen er goed aan zich te verdiepen in de methoden die (door informatici) worden gebruikt om informatie te structureren. Deze technisch-analytische manier van kijken naar informatie ligt in het verlengde van hun huidige profiel. Ook basale kennis van de techniek die relevant is bij de beschikbaarstelling is noodzakelijk. En dat loopt uiteen van beveiliging tot publicatieformaten. Pas dan zijn informatiemanagers een gesprekspartner van de ICT’er en kunnen zij elkaar goed aanvullen en aanvoelen.

ivo@zandhuis.nl, Ivo Zandhuis is zelfstandig adviseur Cultureel Erfgoed en ICT.