23 januari 2013

i-NUP: nog twee jaar te gaan

image for i-NUP: nog twee jaar te gaan image

Het uur van de waarheid
‘Het uur van de waarheid’, dat was de titel van het rapport van de commissie Wallage/Postma in 2007. De aanbevelingen van de commissie werden eind 2008 opgevolgd met het Nationaal Uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-overheid. Het NUP beoogt de door Wallage/Postma geadviseerde versnelling en focus aan te brengen in de totstandkoming van de basisinfrastructuur van de elektronische overheid.

Het uur van de waarheid
‘Het uur van de waarheid’, dat was de titel van het rapport van de commissie Wallage/Postma in 2007. De aanbevelingen van de commissie werden eind 2008 opgevolgd met het Nationaal Uitvoeringsprogramma dienstverlening en e-overheid. Het NUP beoogt de door Wallage/Postma geadviseerde versnelling en focus aan te brengen in de totstandkoming van de basisinfrastructuur van de elektronische overheid. Halverwege het NUP adviseerde een review commissie, onder leiding van Docters van Leeuwen, meer vaart te maken, strakker te sturen en fors te investeren in de implementatie van de bouwstenen van het NUP. Op dat advies volgde in 2010 de ‘implementatieagenda’ van het NUP. NUP heet sindsdien i-NUP (met de ‘i’ van ‘implementatie’) en loopt onder die naam nog tot 2015. Dan moeten de bouwstenen van het NUP in beheer en gebruik zijn genomen. De overheden hebben zich daartoe gecommitteerd in resultaatafspraken. Voor gemeenten is eind 2010 ‘Operatie NUP’ gestart, een implementatieondersteuningsprogramma dat de VNG door KING laat uitvoeren. Verder hebben gemeenten voor de jaren 2011 tot en met 2014 een tijdelijke investeringsimpuls gekregen. In totaal is € 132 miljoen vrijgemaakt; gemeenten moeten in 2015 € 122 miljoen terugbetalen. De onderliggende businesscase toont aan dat gemeenten vanaf 2015 structureel een veel groter bedrag als besparing kunnen inboeken. Nog twee jaar te gaan: het uur van de waarheid nadert nu écht!


i-NU P-besturing
Het programma i-NUP focust ‘slechts’ op de essentiële bouwstenen die tezamen en in samenhang de basisinfrastructuur vormen, maar is niettemin buitengewoon complex en omvangrijk. Het kan onder de opgelegde tijdsdruk alleen slagen onder de strakke sturing van het dagelijks bestuur van de Bestuurlijke Regiegroep, gevormd door het ministerie van BZK, de VNG en de Manifestgroep. Zij vertegenwoordigen respectievelijk het rijk, gemeenten en andere medeoverheden en de grote uitvoeringsorganisaties. Het db-BRG – zoals dit gezelschap in Haags jargon wordt genoemd – wordt ondersteund door het programmabureau i-NUP.
Het db-BRG en het programmabureau i-NUP sturen vanuit de overheidsbrede visie op dienstverlening. Die stelt de behoeften van burgers en bedrijven centraal. Dienstverlening moet ‘snel en zeker’ zijn en zo efficiënt mogelijk worden geleverd, waarbij de overheid geen overbodige vragen stelt. De dienstverlenende overheden werken samen als één transparante, aanspreekbare overheid. Het db-BRG en het programmabureau hanteren de MSP-methodiek: managing successful programmes. In deze vorm van governance worden de verschillende stakeholders overeenkomstig hun belangen in het programma geëngageerd. Stakeholdermanagement, risicobeheersing en communicatie zijn, naast projectmanagement, belangrijke onderdelen van de besturing. Zo wordt er alles aan gedaan om te bereiken dat bouwstenen binnen de begrenzing van budget en tijd worden opgeleverd, dat zij in de behoeften van de stakeholders voorzien en dat zij werkelijk in hun processen worden geïmplementeerd.


Bouwstenen en resultaatverplichtingen
Het programma i-NUP levert de bouwstenen van de e-overheid medio 2013 op en draagt ze over naar beheer. Enkele bouwstenen zijn al in beheer genomen en maken geen deel uit van i-NUP; DigiD is een voorbeeld van zo’n bouwsteen. Bouwstenen die successievelijk zijn of worden opgeleverd zijn het algemene telefoonnummer ‘14+netnummer’, de algemene toegangspoort MijnOverheid, de webrichtlijnen (eisen voor de toegankelijkheid van websites), e-Herkenning voor autorisatie van vertegenwoordigers van derden en rechtspersonen, landelijke voorzieningen die toegang geven tot dertien basisregistraties en de Digi-voorzieningen die de basisregistraties als een sluitend en betrouwbaar stelsel samen laten werken. Digikoppeling zorgt voor uitwisseling tussen de basisregistraties, Digilevering zorgt voor automatische levering van gegevensmutaties aan afnemende organisaties en Digimelding zorgt ervoor dat geconstateerde feitelijke onjuistheid van verstrekte administratieve gegevens eenvoudig aan de bronhouder teruggemeld kan worden. De Stelselcatalogus, ten slotte, geeft inzicht in welke gegevens in welke basisregistratie te vinden zijn en wie ze onder welke voorwaarden mag gebruiken. Bestuurlijk zijn achttien resultaatverplichtingen overeengekomen die ertoe strekken dat gemeenten op de basisregistraties aansluiten, een aantal koppelingen tussen basisregistraties realiseren en de digi’s gebruiken voor de basisregistraties personen, adressen en gebouwen, en het nieuwe handelsregister. Daarenboven geldt als negentiende resultaatverplichting dat de standaarden, die het College Standaardisatie als verplichte open standaard heeft vastgesteld, worden toegepast. Deze resultaatverplichtingen moeten vóór 2015 door (bijna) alle gemeenten zijn gehaald.


Ondersteuning met Operatie NUP
De resultaatverplichtingen zijn door individuele, vooral kleinere gemeenten niet zonder meer te halen. Er is dan ook voorzien in begeleiding en ondersteuning in de vorm van de eerdergenoemde Operatie NUP. Die effent voor gemeenten het implementatiepad door te voorzien in standaarden en koppelvlakken, waardoor wielen niet overal opnieuw uitgevonden hoeven worden. Verder wordt het implementatietraject vóórverkend met impactanalyses. Die geven aan welke organisatorische en technische randvoorwaarden vervuld moeten zijn voor een efficiënte implementatie. Operatie NUP bevordert de samenwerking van en de kennisdeling tussen gemeenten. Ten slotte voorziet Operatie NUP in instrumenten waarmee gemeenten hun voortgang kunnen meten, kunnen ontdekken waar potentiële baten te behalen zijn en hun informatiemanagement en opdrachtgeverschap kunnen versterken.
Alle gemeenten hebben deze generieke ondersteuning nodig. Veel gemeenten zullen daarnaast gebruik maken van i-Ondersteuning. Dit deelprogramma kent de onderdelen i-NUP Academy, dat informatiemanagers, I&A-coördinatoren en programmamanagers NUP opleidt, i-Versnellers dat actiegerichte implementatieondersteuning biedt en i-Coaching dat gemeentesecretarissen en managers actief betrekt en helpt bij planning en sturing.
De investeringsimpuls biedt gemeenten de financiële ruimte om bij KING en/of bij andere (gecertificeerde) partijen additionele ondersteuning in te kopen.


Resultaten en eindbeeld
Eén digitale overheid, betere service, meer gemak. Dat is de kernboodschap en het resultaat van de e-overheid in 2015. Het resultaat wordt weerspiegeld in het eindbeeld van het programma (zie de afbeelding op pag. 12) dat zowel gezien kan worden als een 1 met digitale punt (één digitale overheid) als een i (van informatie, implementatie, innovatie en i-NUP). De één/ie is gevuld met puzzelstukjes die samenhangen; elk puzzelstukje staat voor een resultaat van het programma. Wat opvalt is het slotje, dat staat voor veiligheid. Informatieveiligheid was bij de start van het NUP geen apart speerpunt. Inmiddels zijn dure lessen geleerd en is informatieveiligheid een prioritair programma naast het programma i-NUP.


Zaakgericht werken en ‘documenteren’
Zaakgericht werken is in het eindbeeld een ontbrekend puzzelstukje: het maakt officieel geen onderdeel uit van i-NUP. Toch staat de noodzaak van zaakgericht werken voor i-NUP niet ter discussie. Voor de aansluiting op MijnOverheid en voor het vinden van zaken is zaakgericht werken een randvoorwaarde. Alleen als zaken volgens de zaaktypencatalogus getypeerd zijn, kunnen ze vanuit verschillende processen bij verschillende organisaties, gevonden en gedeeld worden. De essentie van zaakgericht werken en zaakgericht ‘documenteren’ is, dat alle subject- en objectgegevens die voor de behandeling van een zaak nodig zijn, in het zaakdossier worden opgenomen. Zaakgericht werken betekent ook dat bij het afsluiten van de zaak alle informatie die nodig is om het procesverloop te reconstrueren en de uitkomst te rechtvaardigen, bij de zaak bewaard blijven. Zolang als dat wettelijk is voorgeschreven. Daarna moet het zaakdossier worden vernietigd.
Het zaakdossier is niet langer een sepiakleurige kartonnen map of doos, gevuld met ‘archiefbescheiden’, maar een digitaal record met digitale subject- en objectgegevens en digitale ‘documenten’. De Baseline Informatiehuishouding Gemeenten – waar Od uitgebreid aandacht aan besteedt – is het geheel van minimale voorschriften voor ordelijke inrichting, aanleg en beheer van deze records. Toepassing van de baseline is noodzakelijk voor integratie van documentaire informatievoorziening en archivering in de elektronische overheid en de elektronische dienstverlening. In Operatie NUP wordt in 2013 aan het versneld doorvoeren van zaakgericht werken extra ondersteuning geboden.


Nieuwe ontwikkelingen
Een belangrijk uitgangspunt is, dat wat begonnen is, eerst wordt afgemaakt voordat nieuwe zaken worden opgepakt. De wereld draait door, maar de bouwstenen die nu zijn en worden ontwikkeld, zijn ook voor de toekomst van essentieel belang. Daarover is iedereen het eens.
Intussen leidt voortschrijdend maatschappelijk inzicht ertoe dat de burger en zijn sociale omgeving primair worden aangesproken op eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid. Burgers moeten zich in eerste instantie zelf van hulp en zorg voorzien. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat eerste- en tweedelijnshulp en zorg op maat wordt geboden, overeenkomstig de werkelijke behoefte van de burger.


Professionals die de hulp en zorg feitelijk verlenen moeten tijd- en plaatsonafhankelijk kunnen beschikken over zaakrelevante persoonlijke, medische, sociale en economische gegevens. Idealiter hebben zij toegang tot het complete zaakdossier. Deze vorm van interoperabiliteit is enerzijds gewenst, maar wordt anderzijds beperkt door juridische eisen van privacybescherming en doelbinding.
Verder wordt het takenpakket van gemeenten belangrijk uitgebreid. Gemeenten worden niet alleen verantwoordelijk voor de zorg in het sociale en sociaal-economische domein, maar ook voor de volkshuisvesting. Zo lezen wij althans in het regeerakkoord dat gemeenten weer de regie moeten krijgen over de woningbouwcorporaties. Nederland wil sterker uit de crisis komen – dat vraagt om stimulering van de (locale) economische bedrijvigheid door verbetering van dienstverlening aan bedrijven en, niet te vergeten, de steeds groter wordende groep van zzp’ers. En dan is er ook nog de grotere noodzaak van kostenreductie, te bereiken door sturing op goedkope, digitale kanalen, benutting van schaalvoordelen en stroomlijning en vereenvoudiging van handhaving, toezicht en controle.
Deze ontwikkelingen vragen om aanpassing van de visie op dienstverlening. Dat zal zijn weerslag hebben op de informatievoorziening. De bouwstenen van de e-overheid zullen zich ook in de toekomst moeten bewijzen. Vooralsnog hebben wij nog twee jaar de handen vol aan ontwikkeling, in beheer- en ingebruikname.


kees.duyvelaar@vng.nl, Kees Duijvelaar is redactielid Od.