21 november 2012

Informatieruimtelijke ordening

image for Informatieruimtelijke ordening image

Interoperabel NederlandIn 2008 verscheen op het standaardisatieforum Eerlijk zullen we alles delen, een eerste publicatie. Interoperabel Nederland uit 2010/2011 is hierop een vervolg. In deel I wordt een poging gedaan om inzicht te geven op de wisselwerking van de ruimtelijke ordening (RO) en de informatievoorziening (IV), oftewel RO als voorbeeld voor IV. Dit deel bestaat uit zeven hoofdstukken.

Interoperabel NederlandIn 2008 verscheen op het standaardisatieforum Eerlijk zullen we alles delen, een eerste publicatie. Interoperabel Nederland uit 2010/2011 is hierop een vervolg. In deel I wordt een poging gedaan om inzicht te geven op de wisselwerking van de ruimtelijke ordening (RO) en de informatievoorziening (IV), oftewel RO als voorbeeld voor IV. Dit deel bestaat uit zeven hoofdstukken.

Dekoloniseren van de toekomst
Als eerste levert Franklin een bijdrage door aandacht te vragen voor techniek in combinatie met sociale en politieke besluitvorming, oftewel voor de inzet van techniek en de wijze waarop we die inzetten in de wereld om ons heen. Een computer werkt zoals die geprogrammeerd is en dat programmeren doet de mens. De keuze om wel of niet nieuwe technieken in te zetten is aan de mens; ook de keuze om wel of niet mee te doen en de mate waarin we meedoen of accepteren dat de techniek ons bestaan bepaalt.

De iSamenleving de maat nemen
In de tweede bijdrage neemt de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) de iSamenleving de maat. In 2020 zal de informatiesamenleving minder tussenschotten bevatten en zullen informatieobjecten veilig kunnen stromen, als we de lessen trekken uit missers en als we het vermogen om te verbinden tussen systemen versterken. Dit kan door de digitalisering beredeneerd te begrenzen.
Behandeld worden de kwetsbare kanten van de toenemende verwevenheid, de omslag naar de begrenzing en de verantwoordelijkheid die Europa in 2010 neemt ten aan zien van genetische informatiemarktpartijen; want het belang van begrenzing wordt niet of onvoldoende opgepakt door de ‘samenleving’ zelf. Genoemd wordt de vervaging van grenzen in individueel, organisationeel, publiek, privaat en intercontinentaal opzicht. Systemen die intern bedoeld zijn worden publiek, terwijl ze er niet voor ingericht zijn. De WRR dringt aan op het evenwicht van drie clusters van beginselen – drijvende, verankerende en procesmatige beginselen – en belangenafwegingen. Tevens worden in het WRR-rapport drie waarschuwingsvlaggen gehesen betreffende de kwaliteit van informatie als gevolg van processen als vernetwerken, het samenstellen/verrijken van informatie en het preventief en pro-actief handelen op basis van risicocalculatie, profilering en datamining. Innovatie en function-creep zitten dicht naast elkaar en zijn maar gedeeltelijk beïnvloedbaar door het gedrag van het digitale individu. De vraag wordt opgeworpen in hoeverre de overheid systeemverantwoordelijkheid kan dragen, bevorderen of moet afdwingen.

De politiek van de planning
In de volgende bijdrage stelt Ovink onder meer de onderlinge afhankelijkheid in perspectief met de ruimtelijke ontwikkeling en verstedelijking. Het is volgens Ovink tijd om te handelen en ons niet langer te verbergen door te vernauwen. Het is tijd voor nieuwe collectiviteit en een aanpak van de problemen met middelen die we daarbij duurzaam in kunnen zetten. Ik citeer/vertaal: Vertrouwen en acceptatie voor echte interoperabiliteit binnen een groter geheel gaat verder dan een specifieke, beperkte verantwoordelijkheid. Een interoperabele aanpak is vereist door het smeden van de aansluiting van de fysieke taken en agenda, de politieke handelingen en de interdynamiek binnen een groter geheel. Dit geheel is nu een netwerk van staten en politiek, die in die zin de basisset kan zijn voor interconnectiviteit zonder aanpassing, onderlinge afhankelijkheid zonder assimilatie, en een interoperabiliteit vanuit vertrouwen en acceptatie, door middel van excellentie.
Ovink geeft het voorbeeld van de verstedelijking als kwetsbare, competitieve, duurzame en ondernemende stadsvorming, waarin elke stad zijn eigen benadering van vraagstukken en rol voor de samenleving/overheid kent.
Het gaat om vernieuwing en heruitvinden van de ‘nieuwe planning’ van de plek en de politiek, en van de mensen; om het verbinden van verschillen binnen steden met de rest van ons netwerk. Van buiten naar binnen geleid door de regels van bestuur, en door een ontwerp dat verbindt zodat allianties van de macht vorm kunnen krijgen.

Interoperabiliteit en ICT-innovatie
Kroon en Wijnen zien in de ICT een belangrijke factor voor productiviteitsgroei (met het oog op efficiëntie en distributie). Deze bijdrage borduurt voort op toekomstscenario’s en relaties met interoperabiliteit en (open) standaardisatie en de betekenis voor de Digitale Agenda (2012-2015) van het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I): Nederland als digital gateway to Europe.
Vooraf worden vier scenario’s gegeven voor de rol van ICT in de markt en bij de overheid (zie ook www.futureofict.com). Zie kader.

Vier toekomstscenario’s

De relatie tussen mogelijke toekomstscenario's
De relatie tussen mogelijke toekomstscenario’s

Efficient ICT
Als gevolg van de (nasleep van) de financiële en economische crisis worden investeringen en overheidsuitgaven gedreven door zowel kortetermijnkostenbeheersing, respectievelijk -reductie als duurzame (ICT-) oplossingen zoals green computing. De economische ontwikkeling heeft vooral plaats in lagelonenlanden.

Big is Beautiful
Grote marktspelers sturen op efficiëntie, schaalvergroting, vertrouwen en daarmee op internet governance. Vooral grote bedrijven zetten de toon. Er is sprake van verticale integratie van het (bestaande) aanbod aan relatief goedkope producten en (draadloze) diensten in een internationale consumentenmarkt. Innovatiebeleid is gericht op een beperkt aantal speerpunten.

Internet Islands
Regionalisering zet verder door. Het internet ontwikkelt zich van een open en universeel netwerk (dankzij het TCP/IP-protocol) tot een verzameling deels afgeschermde, deels open ICT-omgevingen voor bedrijven (commerciële ecosystemen), consumenten en landen/regio’s met eigen communicatieoplossingen. Er ontstaan eilanden van (bedrijfsgebonden) applicaties die gebruik maken van het internet, onafhankelijk van het world wide web.

New Frontiers
Het aanbod en massaal gebruik van nieuwe (draadloze) toepassingen en diensten is enorm toegenomen als gevolg van maximale openheid en hergebruik van kennis en data. Her en der ontstaan hot spots van innovatie waar mensen en organisaties dankzij ICT samenwerken op basis van open innovatie, open productie en open internet.

In de toekomst is operabiliteit en standaardisatie noodzakelijk. Innovatie is lastig omdat openheid weerstand geeft en de ordening van eigendom, rechten, softwareontwikkeling en kostenverdeling opnieuw ingericht moet worden. Voor de ICT-beleidsvorming kiezen de auteurs vier invalshoeken: besturing (maatschappij gedreven, multi-stakeholders en in dialoog), innovatie (procesvernieuwing, lastenreductie, betere en compactere overheid), internationale dimensie (Europese ontwikkeling en standaardisatie), beleidsfocus (van ‘Efficiënt ICT’ en ‘Big is Beautiful’, omdat de broekriem aangehaald moet worden via standaardisatie, naar meer aandacht voor ‘Internet Islands’ en ‘New Frontiers’).

Recht voor een nationale informatiesamenleving
In de vijfde bijdrage vraagt De Pous zich af wat voor type informatiesamenleving we willen. Is er een centraal uitgangspunt en welk rechtskader hoort daarbij? De Pous stelt: De up-to-date samenleving vraagt om geavanceerde en structurele benadering van de rechtskaders voor de vraaggestuurde beschikbaarheid van robuuste, veilige en interoperabele digitale technologie – infrastructuur, producten en diensten – in het licht van de kernwaarden van de mens in zijn sociale context. We moeten ons thuis voelen in onze informatiemaatschappij.
Via een utopisch toekomstbeeld geeft de auteur een beschouwing waarbij sprake is van een dubbele moraal van de overheid enerzijds als houder en bewaarder van privacy en ondertussen anderzijds als 24/7 ‘navorser’ van veelomvattende handel en wandel van alle burgers. Ook bedrijven willen steeds meer weten van consumenten en schakelen over naar geautomatiseerde beslissystemen zoals op de aandelenbeurs, waarbij de werking van door mensen ontworpen systemen soms niet meer te bevatten zijn. Er is sprake van opdoemende elektronische informatiesupersnelwegen, overheidsstimulering van de informatievoorziening en gelijktijdig een dubbelrol van de publieke sector die met haar 1600 organisaties gefragmenteerd werkt aan en met ICT. De Pous vat de trends in wetgeving voor de informatiemaatschappij als volgt samen:

  • Versterking van de rechtspositie van ‘creatieven en vernieuwers’ in het licht van intellectuele eigendomswetgeving: auteursrecht, softwareauteursrecht, chiprecht, databankrecht en handhavingsmogelijkheden, ten opzichte van mededingers en consumenten.
  • Versterking van de rechtspositie van consumenten in het licht van de privacywetgeving ten opzichte van bedrijven en instellingen.
  • Versterking van de rechtspositie van consumenten (recht met betrekking tot elektronische handelen dienstverlening, met betrekking tot garantie op producten) ten opzichte van producenten en leveranciers.
  • Versterking van de rechtspositie van de overheid (toenemende controleen opsporingsbevoegdheden in het kader van de bestrijding van fraude, misdaad en terrorisme; mede gekoppeld aan verplichtingen voor ondernemers om gegevens te bewaren) ten opzichte van burgers en ondernemers.

Om vervolgens enkele fundamentele vraagstukken te agenderen die regeringsbesluiten verlengen:

  • De overheidsbrede classificatie van overheidsinformatie, mede naar aanleiding van cloud computing als het toekomstige, dominante leveringsmodel en in het kader van het opendatatenzij beleid van Europa en de Nederlandse regering.
  • Regels voor de verwerking van Nederlandse overheidsinformatie ten aanzien van de plaats waar deze gegevens mogen worden verwerkt (binnen Nederland/Europese Unie/wereldwijd, in eigen datacenters/datacenters van derden), door wie (overheidsorganisaties/derden) en onder welke voorwaarden (vastgelegd in voorschriften/standaardcontracten).
  • De rollen en taken die de rijksoverheid met betrekking tot nationale digitale infrastructuren heeft, daaronder mede begrepen de beveiliging ervan, en deze desgewenst formaliseren.
  • Beleidskaders voor de toepassing van intelligente informatiesystemen (kunstmatige intelligentie), inclusief machines en robots, om te voorkomen dat systemen ‘op hol’ slaan; onderzoek doen naar de wenselijkheid en haalbaarheid van het toekennen van rechten en plichten aan intelligente systemen.
  • De wenselijkheid van de brede inzet van privacy by design en het recht om desgewenst anoniem te handelen; intelligentie onderscheidt zich zonder twijfel van alwetendheid en vormt vrijwel zeker een zinvoller uitgangspunt voor de informatiemaatschappij.
  • De wenselijkheid van een (grond)recht om ‘digitaal vergeten’ te kunnen worden.
  • De wenselijkheid van redelijke rechten voor gebruikers van digitale producten en diensten.

Treffend is de discussie over ebooks – De toelaatbaarheid van wetgeving van andere landen, in het bijzonder de Verenigde Staten, die hun rechtsmacht tot Nederland hebben uitgebreid. Op grond van de US Patriot Act heeft de Amerikaanse overheid onder voorwaarden een inzagerecht in gegevens, die Amerikaanse bedrijven – ook – in Nederland verwerken. Sterker nog, in beginsel kan iedere onderneming die een vestiging in de Verenigde Staten heeft, in voorkomende gevallen verplicht worden informatie aan de Amerikaanse overheid te verstrekken, ongeacht de aard van de informatie en de locatie waar die informatie zich bevindt. De Canadese provincie Novia Scotia, met ongeveer 100.000 inwoners, lijkt een van de schaarse autonome regio’s c.q. landen te zijn, die verzet aantekende tegen de US Patriot Act data collections methods. Door middel van de Personal Information International Disclosure Protection Act roept zij de uitbreiding van de Amerikaanse jurisdictie op legislatieve wijze een halt toe. In het Europese Parlement zijn inmiddels vragen gesteld.

De cognitieve draai in de leeftijd van informatie en verbinding
In de zesde bijdrage wijst Hauptman ons op het vermogen van mensen en systemen om steeds verder te groeien in de informatiemaatschappij. Van Bio (subjecten, lichamen en instanties) naar Noo (geest, intellect en architectuur van de hersenen). Van de stad van controle (allesomvattendheid en dwang) naar een stad van vertrouwen (transparantie en empowerment). Meerdere grenzen zijn al doorbroken en zullen nog worden doorbroken. Er komen nieuwe vormen van sociaal politieke matrices van macht en machtsverhoudingen.

Verbinden door controle, de paradoxale opdracht van standaardisatie
Het zevenluik ruimtelijke inrichting wordt afgesloten met de bijdrage van Boutellier. De auteur vat interoperabel improvisatorisch op als ‘digitaal verbonden kunnen zijn’. Hierbij zullen we een eenduidige taal moeten hanteren. Informatie is een nieuwe grondstof. Het informatietijdperk opent nieuwe ruimte, of beter space of flows naast de (bestaande) space of places. De positie van de staat (overheid) wijzigt door nieuwe machtsverhoudingen in netwerken. Het digitale tijdperk creëert de mogelijkheid zowel globaal als lokaal te acteren. Het vergt de bereidheid tot delen en samen te werken. Ook Boutellier spreekt over controle, vertrouwen en, in een schemergebied, de noodzakelijk te ontwikkelen standaardisatie.
Standaardisatie is een vorm van sociale ordening. Van de staat mag verwacht worden dat ordenend wordt opgetreden. Standaardisatie is in essentie een vorm van controle. In het algemeen gaat het erom de informatietechnologie die de netwerkmaatschappij mogelijk maakte aan condities te verbinden die maximale openheid faciliteren.

Na lezing van de zeven bijdragen kan ik wo/hbo-collega’s, of zij die op dit niveau denken, het nader bestuderen van Interoperabel Nederland van harte aanbevelen. Het plaatst onze informatiesamenleving en ons informatiewerk binnen en voor de overheid in een bredere context. Het is moeilijke materie, maar de moeite waard om je erin te verdiepen en om erover van gedachten wisselen met collega’s. 

aplat@hermes-am.nl, André Plat is redactielid Od.


* Interoperabel Nederland, Forum Standaardisatie, ISBN 978-79490- 03-5; te downloaden van http//www.forumstandaardisatie.nl/actueel/item/titel/e-book-versie-interoperabel-nederland