29 november 2011

Innovatieplatform DIV over openbaarheid en actualiteitswaarde van informatie

image for Innovatieplatform DIV over openbaarheid en actualiteitswaarde van informatie image

Het Innovatieplatform DIV belicht en initieert regelmatig nieuwe trends en ontwikkelingen in Od. Ook worden bestaande praktijken binnen het vakgebied zo nodig van kritisch commentaar voorzien.

Openbaarheid van informatie nodigt uit tot participatie

Het Innovatieplatform DIV belicht en initieert regelmatig nieuwe trends en ontwikkelingen in Od. Ook worden bestaande praktijken binnen het vakgebied zo nodig van kritisch commentaar voorzien.

Openbaarheid van informatie nodigt uit tot participatie

Een terugtrekkende overheid laat de burgers meer ruimte om problemen zelf op te lossen; hier hoort echter informatie bij. Selectief wordt informatie beschikbaar gesteld, persoonlijke beleidsopvattingen en intern ambtelijk beraad gaan aan het toepassen van de Wet openbaarheid van bestuur vooraf. Althans, zo lijkt het als je de diverse krantenartikelen in de recente maanden leest.
In het bedrijfsleven, waar ik werkzaam ben in de informatievoorziening, zijn we weinig tijd kwijt met zoeken en in elkaar leggen van puzzelstukjes, omdat heel concreet bekend is hoe we dienen om te gaan met de informatie van onze klanten. Zoals ik de WOB zie, verschaft deze mij als burger informatie om democratisch te controleren. Zijn er echter voldoende WOB-kundigen die efficiënt vast kunnen stellen wat jegens mij, de burger, wel en niet mag en kan? Wat ik in de kranten lees is dat veel burgers invloeden op de voortgang van processen en zelfs op de uitkomsten hiervan proberen te bewerkstelligen door een beroep te doen op de WOB. Steeds weer komt de vraag naar voren welke informatie dan eigenlijk wel bijdraagt aan een beter inzicht in de democratische bestuursvoering en welke beslist niet. Informatie kun je achterhouden, kleuren en selectief uitgeven. Donner zei eens: “Wetten zijn als worstjes, je kunt maar beter niet zien hoe deze gemaakt worden”; voor mijn gevoel degradeert hij hiermee de burger van participant in het bestuur tot een onkundige lastpak. Cruciaal vind ik het eigenaarschap van informatie, de gemeenschap is mede-eigenaar van de informatie die met gemeenschapsgelden tot stand is gekomen.
Dit alles doet me denken aan de eis van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek, die open access van verzamelde onderzoeksdata wil afdwingen, omdat de onderzoeken zijn gesubsidieerd door deze organisatie die werkt met gemeenschapsgelden. Maar ook hier weer de vraag welke informatie bijdraagt aan de gemeenschap, wat bedoelt men met data, ruw of bewerkt, gecontroleerd of geschoond na besluitvorming, met identificeerbare inhoud en metadata? Ook leg ik een link naar recente IT-beveiligingsvraagstukken; de beveiligingsmuur leek bestand tegen de vijand, totdat de eigen bewoners er tegenaan begonnen te duwen. Hiermee wil ik zeggen dat openbare informatie over beveiliging de burger uitnodigt om te participeren in het in stand houden van de verdediging.
En nu ik het toch over openbaar stellen van informatie mag hebben, vraag ik me af of ik deze informatie sneller dan het licht aan u zou willen openbaren. Experimenten bij Cern hebben immers aangetoond dat dit kan en deze onderzoeksresultaten zijn bewust openbaar gemaakt om mij te laten participeren. Zo meteen begin ik dit artikel te schrijven en daarna schrijf ik nog een positieve brief aan mezelf, want ik had gisteren een dipje.

Ton van Bedaf, ton.van.bedaf@achmea.nl

De wereld is blijvend veranderd

In de tijd dat we alleen nog werkten met vaste pc’s en dat internet alleen door hobbyisten werd gebruikt, hadden organisaties veel grip op het openbaar maken van informatie. Zij konden zorgvuldig het moment kiezen waarop ze informatie naar buiten brachten waarmee ze de actualiteit beïnvloedden. Bedrijven, en dit geldt zeker voor publieke organisaties, probeerden de informatievoorziening zo veel mogelijk te controleren en hadden dit ook organisatorisch geborgd. Een afdeling communicatie, een specifieke woordvoerder, persruimte en specifieke persmomenten, communicatieprotocollen et cetera. Het bewust lekken van informatie hoort hier natuurlijk ook bij, want dit doe je alleen maar als je denkt dat je daar voordeel mee krijgt. Dat iemand per ongeluk een tas met vertrouwelijke documenten in de trein liet staan, was meer incident dan gangbaar. De pers, maar ook de burger, was dus in hoge mate afhankelijk van de formele informatiekanalen van bedrijven en overheid. De actualiteitswaarde liep dan ook altijd achter de feiten aan.
Nu, vijftien à twintig jaar verder, is de wereld blijvend veranderd en zal dit ook continu doorgaan. Internet is gemeengoed. Eén of twee dagen zonder onze Blackberry geeft al afkickverschijnselen. Iedereen sms’t en twittert alles en op elk moment van de dag. Dit gebeurt van hoog tot laag. Tweede Kamerleden zitten tijdens de vergadering hun commentaar al wereldkundig te maken. Bestuurders worden massaal uitgerust met tablets, waarmee ze hun stukken digitaal bij zich hebben, maar natuurlijk ook overal in de zogenaamde cloud kunnen plaatsen. Omdat al die apparaten (mobiels, tablets) en software (Facebook, Twitter, LinkedIn en allerlei Apps) nog relatief nieuw zijn, gaat er wel eens iets mis. We zitten in een experimentele fase. Kijk eens hoe eenvoudig ik met een ‘veeg’ over het scherm mijn (vertrouwelijke) documenten kan delen met collega’s? En dan niet direct doorhebben dat op dat moment iedereen erbij kan! Onze nieuwe website staat nu veilig op de nieuwe internetserver, daar kom je niet zomaar op. Alleen is men vergeten de oude ‘onveilige’ server met alle toegangscodes te verwijderen en alle informatie ligt op straat.
Is dit erg? Ja natuurlijk, voor de specifieke gevallen waarin verkeerde informatie op het verkeerde moment in de openbaarheid komt. Is het te voorkomen? Nee, dat denk ik niet. Je moet als organisatie daarom deze nieuwe ontwikkelingen niet gaan verbieden. Eerder het tegenovergestelde. Ga er juist mee aan de gang. Accepteer alleen dat je als organisatie de nieuwe media niet direct onder controle hebt of krijgt en dat de bestaande protocollen en communicatieafdelingen niet meer afdoende zijn. Experimenteer en zorg voor snelle en flexibele borging van nieuw beleid om de belangrijkste informatiestromen onder controle te krijgen. Gebeurtenissen van gisteren zijn niet meer actueel en wat vandaag gebeurt, is openbaar. En weet dat je ook aan damage control moet doen, want er gaat af en toe iets fout.

Koos Passchier, j.passchier@planet.nl

Meer vertrouwen door openbaarheid van informatie?

Follow the money’, een website die laat zien wat de overheid bereikt met het uitgeven van belastinggeld. Dat was het idee dat Koen Vredebregt presenteerde tijdens het zomerevent van KBenP in het Kurhaus. Hiermee won Vredebregt de publieksprijs, aangeboden tijdens de Pitch, georganiseerd door Prissma een vereniging voor informatieprofessionals met innovatieve ‘informatie-ideeën’. Is het omdat we de overheid wantrouwen in de uitgaven van ons belastinggeld? Moet deze informatie onthuld worden om meer vertrouwen te krijgen in de bestuurders van ons land? Wat gebeurt er als we als klant meer inzicht krijgen in deze informatie en wat gebeurt er als we inzicht krijgen in de informatie binnen onze organisatie?
Interessante vragen als je het mij vraagt. Regelmatig kom ik in situaties waarbij zichtbaar wordt welke informatie er beveiligd en onbeveiligd in organisaties ligt opgeslagen. Als adviseur van Enterprise Search-oplossingen, de zoektechnologie die binnen organisaties als zoekplatform kan worden ingezet, maak ik vaak mee dat tijdens de testfase van een implementatie blijkt dat de openbaarheid van informatie groter is dan verwacht. Een goede manier dus om te controleren of de openbaarheid van informatie wel overeenkomt met het beleid hierover. Men schrikt nog te vaak van de autorisatie die wel of niet is toegepast. Gelukkig voor de documenteigenaren kan deze dan ook aangepast worden voordat de zoekmachine in productie gaat.
Neem eens het vervroegd publiceren van de Miljoenennota, de overheidswebsites met onveilige DigiNotar-certificaten en daardoor een gehackte DigiD. Situaties die laten zien dat we openbaarheid van overheidsinformatie in de hand willen houden. Niet alle informatie mag op straat belanden, soms is het namelijk vertrouwelijk. Tegelijk bieden overheidsinstanties de klant wel de gelegenheid (onder andere) in te zien welke informatie ze verzamelen door middel van bijvoorbeeld DigiD. Is het niet puur nieuwsgierigheid waardoor de klant meer wil weten over deze informatie of over de overheidsuitgaven? Heeft de klant het gevoel dat er informatie bij de overheid ligt die meer bekend moet worden? Dat er meer bekend moet worden van wat de overheid kan, maar ook ten aanzien van openbaarheid op zichzelf? Mijn verwachting is dat die nieuwsgierigheid alleen maar toeneemt. WikiLeaks heeft dit nog eens aangewakkerd. Mijn gevoel zegt dat meer openbaarheid van informatie ons niet meer vertrouwen zal geven, maar dat we ons er lekkerder bij voelen het verborgene te ontdekken!
De woorden van Donald Rumsfeld prikkelen de nieuwsgierigen: “We know there are known unknowns; that is to say we know there are some things we do not know. But there are also unknown unknowns – the ones we don’t know we don’t know.” Misschien helpt openbaarheid van informatie wel helemaal niet, want dan valt er niets meer te ontdekken!

Hannah Verhoeff, hannah.verhoeff@kbenp.nl

Openbaar informatie in grote hoeveelheden

Toen WikiLeaks ‘uitbrak’ dacht ik: de komende jaren (gezien de hoeveelheid van de geopenbaarde documenten) zitten we goed! Nu gaan dag na dag, week na week, maand na maand de geheimste zaken aan ons onthuld worden. Maar helaas, na een week was de lol er eigenlijk al weer vanaf. Uitgehyped. Gelukkig was er commotie over de baas van WikiLeaks: van terrorist tot verkrachter, van de held van de vrije meningsuiting tot slachtoffer van veiligheidsdiensten; over Julian Assange bleek genoeg te publiceren. Zijn avonturen haalden meer nieuws dan zijn onthullingen. Wat een droevig verhaal eigenlijk.
WikiLeaks liet ons in elk geval zien dat de beste manier om informatie weg te moffelen waarschijnlijk is: het openbaar te maken. En dat vooral in enorme hoeveelheden te doen. Hoe verberg je een sardientje? Tussen een miljoen andere sardientjes! Met andere woorden: de information overload is een mechanisme om de vertrouwelijkheid van informatie te bevorderen.
De variabelen tot dusverre zijn: veelheid aan informatie, actualiteitswaarde van informatie en openbaarheid van informatie. Wanneer de veelheid groot is en de openbaarheid eveneens groot, dan zal de actualiteitswaarde kort zijn. Dat is een geruststelling voor alle overheden; je mag blunderen wat je wil (Miljoenennota 2011 in je site van 2010 plakken, voordat het document openbaar gemaakt mag worden), de schade is altijd beperkt. Dit geldt temeer indien de omvang groot is.
Daarom doe ik hierbij graag een oproep aan alle overheidsdienaren: breng alle informatie naar buiten, maar doe het vooral in grote hoeveelheden.

Gert-Jan de Graaf, gertjan.degraaf@dino4.nl