, 4 december 2020

Menselijke maat geeft betekenis aan informatie

image for Menselijke maat geeft betekenis aan informatie image Interview

Tekst Gonnie Tutelaers

Wat is de impact van Artificial Intelligence (AI) en andere technologieën op de maatschappij en op de menselijke processen en krachten die daarbinnen een rol spelen? Als projectmedewerker voor de International Telecommunications Union (ITU) houdt deze vraag Juan Miguel de Joya dagelijks bezig. In 2019 gaf hij zijn goedbetaalde baan bij Facebook op voor een functie bij het VN-agentschap voor informatie- en communicatietechnologie. Hij is betrokken bij de organisatie van AI for Good Global Summit, een platform van de Verenigde Naties dat de dialoog over de inzet van kunstmatige intelligentie bevordert door concrete projecten te ontwikkelen. Met de doelstellingen voor Sustainable Development* in het achterhoofd. Gasthoofdredacteur Martijn Aslander zocht De Joya op in Genève.

Kun je wat meer vertellen over je werk binnen de Verenigde Naties? 
‘Ik houd me bezig met het behalen van de Sustainable Development Goals. De uitdaging is daarbinnen vooral om uit te leggen waarom de rol van technologie cruciaal is in het behalen van die doelen. Dat gaat in de eerste plaats om bewustwording en educatie: niet iedereen is opgegroeid met technologie in zijn of haar omgeving. Het is lastig om het concept technologie zo helder en concreet mogelijk uit te leggen als mensen zich niet bewust zijn van technologie. Als je technologie en digitalisering succesvol wilt implementeren, moet iedereen toegang hebben en de waarde ervan kunnen vatten.’

Het zou met oog op het niveau en de complexiteit van jouw werkveld een enorm verschil maken als we kunnen profiteren van alle kennis die daar voorhanden is. Maar op een of andere manier blijkt dat op organisatieniveau lastig, met alle verschillende mechanismen die daarbinnen een rol spelen. Kunnen we organisaties bewuster maken van de mogelijkheden om informatie gemakkelijker te ontsluiten?
‘Dat is een van de redenen dat ik gekozen heb voor een baan in de IT. Ik werkte hiervoor bij Facebook, wat erg interessant en waardevol was. Maar ik heb de overstap gemaakt naar mijn huidige baan om echt iets te betekenen, onder andere door met internationale stakeholders in gesprek te gaan. Ik heb bewust eerst empathie en ervaring opgedaan om echt te begrijpen wat de uitdagingen zijn in mijn werkveld en zo de kloof te kunnen overbruggen tussen de verschillende partijen.’

Kun je een voorbeeld geven van een succesvol project waaraan je onlangs werkte?
‘We zijn op dit moment bezig met een educatief project over digitale identiteit voor jongeren. Het is heel belangrijk voor jonge generaties om zich bewust te zijn van hun rechten online, met oog op social media en andere diensten waarvan ze gebruik maken. We leren hun over authenticatie en identificatie, leggen uit hoe ze zichzelf kunnen beschermen. Het programma lijkt veelbelovend, omdat middelbare scholieren en studenten veel interesse tonen in het onderwerp. We hopen dat we het verder kunnen uitbouwen, ook door samenwerkingen aan te gaan met andere partijen die ons kunnen versterken.’

In ons werkveld vallen regelmatig termen als digitalisering en digitale transformatie. Ik vraag me af of de mensen die deze termen gebruiken, zich wel voldoende bewust zijn van hoe technologie onze wereld vormt. Technologische ontwikkelingen hebben een enorme invloed op machtsmechanismen, maar veel leiders lijken zich daarvan niet bewust. Hoe zie jij dat?
‘Ik denk dat de mate waarin ze zich er bewust van zijn, afhangt van het soort bedrijf of organisatie of persoon. Ik denk dat digitalisering een brede term is die gebruikt wordt om digitale transformatie te onderzoeken. Het wordt op verschillende manieren gebruikt en ingezet, en is daarmee verwarrend. Wat digitalisering betekent voor de mens is anders dan wat het betekent voor het milieu bijvoorbeeld. Natuurlijk is er overlap, maar in onderzoek blijft het vaak gescheiden. De focus is doorgaans beperkt. Het onderzoek naar Covid-19 beperkt zich bijvoorbeeld tot gezondheid en het verwerken van menselijke data.’

Hoe verhouden mens en technologie zich volgens jou in de wereld van kenniswerk?
‘Ik zie het zo: je kunt het menselijke aspect niet scheiden van de computer als het om kenniswerk gaan. Een computer is een bron van kennis, maar de informatie waartoe we via een computer toegang hebben, is constant aan verandering onderhevig. Je hebt daarom iemand nodig die het kan filteren en beoordelen. Informatie is immers pas waardevol in de juiste context. Een computer kan dat niet voor ons bepalen. Dus ja: het is van belang om informatie op een logische plek op te slaan om vervolgens te kunnen delen, maar uiteindelijk is een menselijke maat nodig om betekenis te geven aan die informatie.’

Welke apps en tools gebruik je zelf om je werk te kunnen doen?
‘Ik houd me vooral bezig met technische ontwikkeling en communicatie, dat betekent veel aandacht voor design. Ik gebruik op gebied van communicatie voornamelijk tools van Adobe om dingen te ontwerpen. Beeld is immers het meest krachtige communicatiemiddel, omdat in inspeelt op je emotie. In mijn werk als ontwikkelaar gebruik ik Sublime. Dat is een prettige text editor, die ik gebruik om te programmeren en voor notities, zodat ik belangrijke dingen onthoud. Ik voorzie veel informatie die ik opsla van metadata, zodat ik alles snel en gemakkelijk kan terugvinden. Ik categoriseer mijn informatie meestal aan de hand van van emoties, associaties en trefwoorden. Verder bouw ik mijn eigen informatietools, zoals rss-feeds, waarbij ik artikelen beoordeel door ze te voorzien een tag of label en op basis daarvan nieuwe artikelen te zien krijg. Zo bouw ik mijn eigen, persoonlijke informatiesysteem. Ik breng 5 tot 6 uur per dag achter mijn Mac door. Ik gebruik enkel Apple devices omdat alle afzonderlijke onderdelen een eenheid vormen en de infrastructuur daarmee betrouwbaar en flexibel is. Ook veiligheid is voor mij een belangrijk aspect.’

Er zijn steeds meer digitale tools voorhanden die werken als een soort tweede brein waarin we data kunnen opslaan, categoriseren en filteren. Ons brein doet niet aan hiërarchie; het legt enkel horizontale verbanden. De nieuwe digitale tools waaronder Workflowy, Coda, Roam Research en Notion zijn gebaseerd op deze intuïtieve manier van informatieverwerking. Hoe kijk jij naar deze ontwikkeling?
‘Zo bezien behandel je kennis als een soort database. Dat is prima, mits die manier van werken en denken bij je past en je de tools inzet op een manier die voor jou werkt. Het probleem dat ik ervaar bij het implementeren van een nieuwe tool – en met mij een hoop andere mensen – is dat ik aan andere producten gewend ben. Bovendien hangt de beste manier om informatie op te slaan en op te halen, af van wie je bent en wat je doet. Ook is er een groot verschil tussen hoe je met informatie omgaat op je werk en privé. Verschillende omgevingen vereisen verschillende manieren van informatie ordenen en opslaan. De vraag is dus: wegen de voordelen van de overstap naar een nieuwe tool op tegen de tijd die het kost om de tool te leren gebruiken?’

‘De beste manier om informatie op te slaan en halen, hangt af van wie je bent en wat je doet’
‘Toch zou het op individueel én maatschappelijk niveau enorm helpen als we zouden leren informatie op een goede manier te ordenen, categoriseren en terug te vinden, bijvoorbeeld door het implementeren van de nieuwe generatie tools. Ik geloof dat we dan in staat zijn om collectief vraagstukken van wereldformaat op te lossen. Maar op dit moment kunnen veel mensen nauwelijks iets terugvinden op hun harde schijf.’

‘Om een tool te kunnen implementeren, moet je je eerst bewust zijn van wat die tool voor jou persoonlijk kan doen. Dus de eerste stap in elk proces is het creëren van bewustzijn. Want inzien waar je je informatie vandaan haalt en hoe je dat doet, is belangrijk. Je moet je afvragen: ‘Als iets niet werkt, hoe kom ik dan op een punt dat het wel werkt? En wat moet ik doen om daar te komen?’ Daarnaast is er een collectieve mindset nodig die ervoor zorgt dat een groep mensen – of zelfs een maatschappij – de tool op dezelfde manier aanwendt, zodat die op grotere schaal kan worden geïntegreerd en toegepast. En daarmee het delen van informatie mogelijk maakt. Het standaardiseringsaspect is daarbij dus erg belangrijk. Dat kan gaan over de naam die je een document geeft, of de structuur en hiërarchie van een systeem. Als een nieuw hulpmiddel intuïtief en gebruiksvriendelijk is, zullen mensen het sneller het in hun dagelijkse routines integreren.’

Als je daar Deep Learning en Artificial Intelligence op loslaat, zouden er fantastische nieuwe tools kunnen ontstaan toch?
‘Dat is absoluut mogelijk. Ik denk dat AI ons in de huidige vorm heel ver zal brengen. Maar er is nog een hoop ontwikkeling nodig voordat het perfect is. Daarnaast moet er meer nagedacht worden over het proces van informatie ophalen en vangen. Ook is het van belang te reconstrueren hoe het menselijke denkproces verloopt. Als je dat proces met behulp van Artificial Intelligence kunt nabootsen, heb je een ongelooflijk interessant stuk gereedschap in handen.’

Kunnen grote partijen als de Verenigde Naties daarbij optreden als authenticatiepartner?
‘Ik denk dat de rol van de Verenigde Naties als globale entiteit vooral ligt in standaardisering. Ze kunnen helpen bij het maken van goede afspraken, bij het creëren van kaders op basis waarvan we digitale identiteit over grenzen heen kunnen evalueren. Dat is cruciaal met oog op globalisering, ook online. Grenzen vervagen; we bewegen ons constant in elkaars ruimte. Het is dus van belang om ons over de definitie en kaders van digitale identiteit te buigen. De VN zou daar absoluut een rol in kunnen spelen, maar dat is een proces van bewustwording en kost tijd.’

* De Sustainable Development Goals (SDG’s) zijn een verzameling van 17 onderling verbonden doelen die zijn ontworpen als blauwdruk voor een betere en duurzamere toekomst voor iedereen. De SDG’s zijn vastgesteld in 2015 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties en moeten zijn bereikt in 2030. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen maken deel uit van VN-resolutie ‘De 2030 Agenda’.