27 september 2012

Mensen en bedrijven in de informatiemaatschappij

image for Mensen en bedrijven in de informatiemaatschappij image

Interoperabel Nederland - coverDe voordelen van interoperabiliteit moeten vooral merkbaar zijn voor de maatschappij. In het hoofdstuk ‘Mensen en bedrijven in de informatiemaatschappij’ worden hier een aantal concrete voorbeelden van gegeven. Er wordt vanuit verschillende perspectieven gekeken naar het verleden, het heden, maar ook hoe interoperabiliteit in de toekomst kan worden vormgegeven.

Interoperabel Nederland - coverDe voordelen van interoperabiliteit moeten vooral merkbaar zijn voor de maatschappij. In het hoofdstuk ‘Mensen en bedrijven in de informatiemaatschappij’ worden hier een aantal concrete voorbeelden van gegeven. Er wordt vanuit verschillende perspectieven gekeken naar het verleden, het heden, maar ook hoe interoperabiliteit in de toekomst kan worden vormgegeven. Een drietal artikelen uit dit hoofdstuk worden toegelicht.

Een zorgboerderij beginnen
Het eerste artikel geeft een fictieve schets van de toekomstige publiekswinkel, helemaal ingericht vanuit de éénloketgedachte. Samen met een medewerker worden in een afspraak van drie uur verschillende zaken geregeld met betrekking tot het starten van een zorgboerderij. De auteur vraagt zichzelf af wat een lamentabel verhaal van zes bladzijden over de oprichting van een zorgboerderij in deze bundel doet. Dat is prettig, want dat vroeg de lezer zich ook al af. Het gaat om de gezamenlijke frontoffice, maar dan blijkt al snel dat op de achtergrond nog niet alles zo geregeld is als het zou moeten zijn. Ieder bureau dat betrokken is, kijkt naar zijn eigen onderwerp; het overzicht op alles is er enkel aan de frontoffice. De auteur schets in eerste instantie een ideaal beeld, maar blijkt dan bewust nog een aantal realistische verbeterpunten te hebben, waardoor breder naar interoperaliteit gekeken wordt dan enkel een gezamenlijk loket.

Een toegankelijke informatiemaatschappij voor ouderen
De vergrijzing slaat toe in Nederland. Een nieuw probleem dat hiermee gepaard gaat is het probleem van de non-liners: mensen die geen gebruik van internet maken en daardoor geen toegang hebben tot digitale diensten. Dit, terwijl bedrijven en overheden steeds meer digitale services aanbieden en andere services uitfaseren. De ouderen die niets hebben meegekregen van de digitalisering, leven langer dan voorheen, dus het argument dat deze groep digibeten zal uitsterven binnen nu en een gering aantal jaar, wordt in het artikel ontkracht. Door de verschillende techniekgeneraties te benoemen, wordt de digitale kloof zichtbaar.
Waar de auteur van dit artikel echter snel overheen stapt is de oplossing voor dit probleem. Er wordt gewerkt aan cursussen en de Stichting Accessibillity houdt zich ook bezig met de digitale toegankelijkheid van informatie. Tot slot wordt een oproep gedaan om te kijken naar de focusgroepen en daarop het (digitale) aanbod af te stemmen.
Na het lezen van dit artikel kreeg ik (jonge dertiger) toch het gevoel dat we mensen aan het pressen zijn om zaken online af te handelen en dit op een krampachtige manier af te dwingen. Naar mijn idee mag dit zeker als overheidsinstelling niet. Volgens mij moet er gezocht worden naar oplossingen om ook offline profijt te hebben van de interoperabiliteit. Het kan al heel eenvoudig door spreekuren te organiseren, waarbij formulieren in een vraaggesprek worden ingevuld, of doordat mantelzorgers dit voor hun rekening nemen. Dit gebeurt nu ook al vaak en dat zal in de toekomst hopelijk zo blijven. Interoperabiliteit is geen garantie dat iedereen nu moeiteloos met de overheid communiceert.

Het begint pas als het is afgelopen
Uitgangspunt in dit artikel is dat leren overal en continu gedaan wordt, maar dat er vanuit de leerling ook om meer maatwerk wordt gevraagd vanwege de online-mogelijkheden. Het gaat om het bieden van passend onderwijs, gedurende de verschillende stadia van een leven lang leren. Daardoor moet leerstof goed vindbaar zijn, wat gerealiseerd kan worden door gebruik te maken van standaarden. Dit lijkt in contrast te staan met het eerder genoemde maatwerk, maar de standaarden zijn er alleen om de leerstof in een vast stramien te beschrijven. Door dat te doen, kan er goed op gezocht worden en kan de leerstof beschikbaar gesteld worden aan de juiste leerlingen. Op die manier kan interoperabiliteit ook in het passend onderwijs toegepast worden. Hierdoor kan iedereen, van basisscholier tot werknemer, onderwijs (online) op maat volgen.

Drie groepen uit de maatschappij zijn hier de revue gepasseerd die voordeel hebben bij interoperabiliteit: startende ondernemers, bejaarden en deelnemers aan onderwijs. Uiteraard zijn er ook nog andere doelgroepen die voordeel hebben. In de andere drie artikelen in het hier behandelde hoofdstuk wordt ingegaan op de voordelen voor bedrijven. Maar dat is allemaal vanzelfsprekender. Aan bedrijven kunnen eisen gesteld worden om interoperabel te zijn, eisen stellen aan de burger is een stuk lastiger. We kunnen niemand verplichten om online zijn of haar zaken te regelen, maar, om met de belastingdienst te spreken, we kunnen het wel makkelijker maken. Om dat te realiseren kunnen we allemaal een klein steentje bijdragen. Laat u daarom inspireren door deze bundel! 

a.adema@gmail.com, Annemieke Adema is redactielid van Od.


* Interoperabel Nederland, Forum Standaardisatie, ISBN 978-79490- 03-5; te downloaden van http//www.forumstandaardisatie.nl/actueel/item/titel/e-book-versie-interoperabel-nederland