16 april 2018

Met de kaarten op tafel

image for Met de kaarten op tafel image

De gouden eeuw van Nederland doet ons denken aan grachtenpanden in Amsterdam, schilders als Rembrandt, Vermeer en Jan Steen, regenten en stadhouders, en uitgebreide handelsnetwerken in Azië. Tijdens deze periode liet ons gebied ook op een andere manier van zich horen: de Gouden Eeuw van de cartografie. Denk bijvoorbeeld aan Joan Blaeu (1596-1673) met zijn uitgebreide en gedetailleerde wereldkaarten, maar vergeet ook niet de zeekaarten geproduceerd in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.).

De gouden eeuw van Nederland doet ons denken aan grachtenpanden in Amsterdam, schilders als Rembrandt, Vermeer en Jan Steen, regenten en stadhouders, en uitgebreide handelsnetwerken in Azië. Tijdens deze periode liet ons gebied ook op een andere manier van zich horen: de Gouden Eeuw van de cartografie. Denk bijvoorbeeld aan Joan Blaeu (1596-1673) met zijn uitgebreide en gedetailleerde wereldkaarten, maar vergeet ook niet de zeekaarten geproduceerd in opdracht van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (V.O.C.).

Dit artikel gaat niet over deze roemruchte periode, maar werpt wel een blik op iets waar Nederlanders al eeuwenlang goed in zijn: kaarten vervaardigen. Om een goed beeld te krijgen van de verscheidenheid aan kaartproducten die worden gemaakt binnen de overheid, bezoeken we de Dienst der Hydrografie, het Kadaster – GEO-Informatie, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed.

Gij zult altijd de meest recente kaarten aan  boord hebben 
De Dienst der Hydrografie (DH) in Den Haag vervaardigt nautische producten voor de veilige navigatie ten behoeve van de scheepvaart. Hieronder worden verstaan elektronische en papieren zeekaarten en nautische boekwerken zoals de Zeemansgids voor de Nederlandse kust. Gilbert de Bruin, senior cartograaf Gegevensbeheer, legt uit: “Bij de DH werken 65 medewerkers, waaronder tien militairen (DH is onderdeel van de Koninklijke Marine – auteurs). De DH heeft twee hydrografische opnemingsvaartuigen waarmee continue lodingswerkzaamheden worden uitgevoerd op de Noordzee. De resultaten van deze meting vormen de basis voor de producten.” DH is verantwoordelijk voor het in kaart brengen van het Nederlandse deel van het continentaal plat en de wateren rond de eilanden van het Koninkrijk Nederland in het Caribisch gebied. De commerciële scheepvaart is, net als vroeger in de V.O.C.-tijd, verplicht om te beschikken over actuele zeekaarten en is de grootste afnemer van de DH.

Ook het Nederlands grondgebied op het land moet in kaart worden gebracht. Dit onderdeel wordt uitgevoerd door het Kadaster, in het bijzonder de eenheid GEO-Informatie in Zwolle. Dit is de voormalige Topografische Dienst (TD). Frank Mulder, senior Leveringsspecialist, geeft aan dat voor 2004 met name militaire kaarten de belangrijkste pijler vormde. Toen in 2004 de TD samenging met het Kadaster verschoof de nadruk van militaire naar civiele doeleinden van kaartgebruik.
Bas Grote Beverborg, GIS-medewerker, legt uit dat er twee keer per jaar luchtfoto’s worden gemaakt met speciale vliegtuigen van het gehele Nederlandse grondgebied; eenmaal in de zomer en eenmaal in de winter. Deze foto’s vormen de basis voor de vervaardiging van de kaarten, die worden afgenomen door partijen als ProRail, Gasunie, de rijksoverheid, maar ook particulieren.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) legt ook bijzondere objecten vast, maar hier gaat het om monumenten, archeologische vondsten en historische geografische kenmerken (zoals middeleeuwse verdedigingswallen). De basis voor dit soort kaarten zijn de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG), (Grootschalige) Topografie (BGT en BRT) en Kadaster (BRK). Specialist Ruimtelijke Analyse, Bart Broex, legt uit dat aan de hand van deze basisregistraties monumenten (en andere belangrijke objecten) in de kaart geregistreerd worden. Het komt soms voor dat een object in een gebouw een monument is, maar het gebouw zelf niet. Door het verfijnen van de punten van een monument met vlakken (contouren van bijvoorbeeld een gebouw) kan duidelijk worden aangegeven wat wel en niet op de monumentenlijst staat. Van andere relevante onderwerpen zijn de gegevens ook beschikbaar, met thema’s uiteenlopend van kastelen of archeologische regio’s, tot agrarische veenontginningen of Nederland in 1575, een gegevens set gebaseerd op onder andere de stadsplattegronden van Jacob van Deventer.

Software en wijzigingen
In veel gevallen, zoals bij de DH en het Kadaster, worden kaarten ook nog op papier geleverd. De verwerking van alle metingen gebeurt echter digitaal. Het Kadaster maakt gebruik van het GIS-pakket van ESRI, ArcGis. Alle wijzigingen worden opgeslagen in het systeem, een (Oracle) data base gevuld met geometrie, het zogenoemde basisbestand. Voor veel infrastructurele projecten wordt de definitieve versie van een kaart opgeslagen in het documentmanagementsysteem (DMS).

Bij de RCE maakt men gebruik van ArcGIS (ESRI) en QGIS. Daarnaast maakt men ook gebruik van MapInfo voor het intekenen van de contouren van monumenten en archeologische sites. Wijzigingen die in deze software worden doorgevoerd worden door het systeem opgeslagen. Iedere versie wordt daarbij apart opgeslagen. Officiële publicaties van kaarten zijn voorzien van vaststellingsdatum en versievermelding. Voor het tonen van verschillende thema’s in webkaarten wordt WebGIS Publisher gebruikt. Kaarten die worden gebruikt bij een aanwijzingsbesluit (een besluit of iets een monument of beschermd gezicht moet worden) worden in het documentmanagementsysteem Content Suite opgeslagen.

CARIS is het systeem waarin de DH data verwerkt tot nieuwe kaarten. Het proces wordt gestuurd door een workflowmanagementsysteem waarin ook de brongegevens worden opgeslagen. Alle wijzigingen worden in de CARIS-database opgeslagen. Vanuit de database kunnen zowel papieren als elektronische kaarten worden gemaakt en bijgehouden. In de scheepvaart is wekelijks sprake van wijzigingen, bijvoorbeeld boeien die zijn weggehaald of aangebracht, of vaargeulen die zijn uitgediept. Een zeekaart wordt daarom wekelijks bijgewerkt met zgn. Berichten aan Zeevarenden (BaZ). Dit zijn officiële correcties op het product die van belang zijn voor veilige navigatie. De DH publiceert deze wekelijks voor zowel de elektronische als papieren producten. BaZ worden via internet bekend gemaakt.
De papieren kaarten zijn voorzien van een veld waarop wijzigingen ten opzichte van eerdere versies te lezen zijn. Is er sprake van veel veranderingen of grote aanpassingen, dan wordt er een nieuwe editie uitgegeven en vervalt de vorige editie. Alle edities worden bewaard en na verloop van tijd overgedragen aan het Nationaal Archief (NA). Op de kaart staat altijd aangegeven wat het editienummer is en tot welke datum (BaZ-nummer) het product is bijgewerkt.
De BaZ-informatie resulteert ook in een update van een elektronische kaart. Deze kan via internet bij de klant worden bezorgd, maar omdat de internetverbinding op open zee nog niet altijd goed is, kan de klant ook een cd krijgen. Kapiteins moeten de cd’s dan zelf inladen om kaarten upto- date te houden.

Het Kadaster houdt wijzigingen bij via ArcGis workflowmanager, in een Oracle-database. Hierin vinden versiebeheer en administratieve vastlegging plaats. Het basisbestand (TOP10NL) bestaat uit verschillende niveaus: omgevingskenmerken (infrastructuur, eventuele geologische kenmerken), en symbolisatie flora (een boom symbool geeft aan dat er bomen aanwezig zijn). De actuele luchtfoto’s vormen de ondergrond en zijn de bron voor de inwinning van nieuwe topografie. Wijzigingen, die op de luchtfoto’s zijn opgemerkt, worden in het systeem opgeslagen. De mutaties blijven bewaard, het is dus mogelijk om het werkproces te reconstrueren. De eindbestanden voor de papieren kaart, worden opgeslagen als cPDF (certified PDF). Dat wil zeggen dat deze pdf’s voldoen aan vooraf opgestelde eisen, zoals in dit geval: het bestand in 4-kleuren is geschikt voor het drukken van de kaart. Afkomst, producent en fabricagedatum staan in het bestand vastgelegd. Opslag van definitieve kaarten gebeurt op de server in mappen per jaar. Ieder jaar worden de kaartbestanden op een server opgeslagen en wordt het historisch archief uitgebouwd. De luchtfoto’s worden op een harde schijf gezet en in een kluis bewaard.

Actief delen van data
Alle bezochte instanties hebben het belang van de klant of gebruiker van de kaarten hoog in het vaandel staan. De RCE stelt haar gegevens uit onder andere het monumentenregister gratis ter beschikking via het Nationaal Georegister. Verschillende portals als monumenten.nl, landschapinnederland. nl en archeologieinnederland.nl laten de diverse specifieke thema’s zien. Daarnaast is de rijksdienst lid van het Netwerk Digitaal Erfgoed (NDE). De NDE stelt zich ten doel om actief datasets met informatie als open data te delen. Ook deelt de RCE datasets via het Nationaal Georegister. Hier maken de overheid, archeologische diensten, maar ook particulieren gebruik van. Via Erf-Geo (erfgeo.nl) wordt zelfs gewerkt met linked open data om Nederlandse topografie door de eeuwen heen te laten zien.

Net als de RCE deelt ook de DH datasets via nationaalgeoregister. nl. De DH is via de Europese richtlijn INSPIRE verplicht om geografische data geautomatiseerd openbaar te maken via webservices. Gilbert de Bruin geeft aan dat de DH goed bezig is op het gebied van open data. Hierin is de eerder genoemde richtlijn leidend. Wordt deze niet goed of onvoldoende uitgevoerd dan tikt de EU de dienst op de vingers. Voorbeelden van datasets zijn ‘Geografische namen op zee en grote binnenwateren’, ‘Maritieme grenzen’ en ‘Gebieden in de Territoriale Zee’. Uiteindelijk zullen deze datasets worden overgenomen op data.overheid.nl.

Het Kadaster maakt GIS-bestanden als open data beschikbaar (Basisregistratie Topografie (BRT)) via de website www.PDOK.nl. PDOK (Publieke Dienstverlening Op de Kaart) is een centrale voorziening voor het ontsluiten van geodatasets van de overheid. Via deze website wordt men doorgelinkt naar het Nationaalgeoregister.nl. Op 1 januari 2016 is de wet Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) ingesteld. In de BGT worden objecten zoals (water) wegen, gebouwen, spoorlijnen en groenvoorzieningen vastgelegd, waarvoor vele bronhouders verantwoordelijk zijn. Via PDOK.nl kunnen overheden en particulieren deze datasets ook downloaden. Daarnaast wordt ook actief een beroep gedaan op particulieren via verbeterdekaart.nl. Ziet iemand iets wat niet klopt op de kaart (basis van de kaarten is o.a. de BRT) dan kan men dit selecteren op de kaart en de wijziging doorsturen. Het Kadaster ontvangt deze opmerkingen en kan deze wijzigingen, na controle en goedkeuring, uitvoeren. Via topotijdreis.nl worden historische kaarten actief gedeeld met particulieren.

Conclusie
Deze drie grote ‘kaartenmakers’ hebben allen hun eigen werkwijze als het op het vervaardigen van kaarten aankomt. Wat overeenkomt is dat zij allemaal te maken hebben met relatief veel wijzigingen van data-input. Het is dus belangrijk dat systemen en de ICT-infrastructuur goed geregeld zijn en daarvoor heeft iedere organisatie haar eigen oplossing. Zo houden alle systemen, van ArcGis tot CARIS, wijzigingen bij, maar is hierbij de opslag van het versiebeheer niet automatisch geregeld. Daarvoor is in veel gevallen een DMS nodig en deze is niet in alle organisaties aanwezig of wordt hiervoor niet ingezet.
Wat de kaartvervaardigende organisaties allemaal goed voor elkaar hebben, is het actief delen van datasets in de vorm van open data. Deze organisaties hebben te maken met dezelfde regelgeving omtrent het verplicht openstellen van data en maken veelal gebruik van dezelfde platforms. Dit maakt het voor zowel overheidsinstanties als particulieren eenvoudiger om veel verschillende soorten datasets en kaarten te bekijken.

In het volgende artikel zoomen we verder in op de overdracht van kaartdata. Wat wordt precies overgedragen en wat gebeurt er met de overige informatie? Hoe worden zowel het werkproces als de kaartdata geborgd in de archiefbewaarplaats?

Ester.Smit@gmail.com, Ester Smit is beheerder Kaartcollecties bij het Historisch Centrum Overijssel

Bart.Hekkert@nationaalarchief.nl, Bart Hekkert is redactielid van Od