1 augustus 2010

Nederland sterk vertegenwoordigd op EISCO 2010

image for Nederland sterk vertegenwoordigd op EISCO 2010 image

Er zijn binnen de Europese Unie zo’n 90.000 locale overheden. Vele daarvan hebben een website waar zij burgers en bedrijven elektronische diensten aanbieden. De Europese Commissie ontwikkelt gemeenschappelijke kaders en standaards voor de toegang tot elektronische overheidsdiensten en digitale overheidsinformatie. Iedere Europese burger heeft daar recht op; volledige e-Inclusion is een van de hoofddoelstellingen van het Europese beleid voor 2020.

Er zijn binnen de Europese Unie zo’n 90.000 locale overheden. Vele daarvan hebben een website waar zij burgers en bedrijven elektronische diensten aanbieden. De Europese Commissie ontwikkelt gemeenschappelijke kaders en standaards voor de toegang tot elektronische overheidsdiensten en digitale overheidsinformatie. Iedere Europese burger heeft daar recht op; volledige e-Inclusion is een van de hoofddoelstellingen van het Europese beleid voor 2020. Ongehinderde grensoverschrijdende interoperabiliteit is een voorwaarde om alle burgers te bereiken en om informatie vrij te kunnen uitwisselen binnen de EU. De Europese standaarden die daarvoor worden gezet, werken vroeg of laat door in de locale informatiesystemen.

Bijdragen
Interoperabiliteit. Wie dit woord van acht lettergrepen met drie keer woordwaarde weet te leggen wint in één klap een potje Scrabble. Voor de Europese Commissie is het een veel grotere opgave om 90.000 gemeenten aan te spreken op het voldoen aan standaards en hen te betrekken in haar labyrint aan projecten en pilots met betrekking tot standaarden die het European Interoperability Framework (EIF) overeind moeten houden. De nationale regeringen en nationale organisaties van gemeenten, zoals de VNG in Nederland, moeten dan ook een intermediaire rol vervullen. Op hun beurt zijn 39 nationale verenigingen verenigd in de CEMR (Council of European Municipalities and Regions). Onder auspiciën van de CEMR werd van 20 tot en met 22 mei in Bilbao de achtste European Information Society Conference (EISCO) gehouden. Een Nederlandse delegatie, onder leiding van VNG-directeur Ralph Pans, behoorde tot de bijna 300 deelnemers aan de conferentie en leverde daar enkele belangrijke bijdragen. KING presenteerde de modelarchitectuur GEMMA en ‘Mens Centraal’, een systeem dat hulp- en zorgverlenende instanties informeert en met elkaar in contact brengt rond één cliënt. Aa en Hunze demonstreerde de ‘webwiezer’, de virtuele balie die de fysieke afstand tussen burger en overheid overbrugt. De VNG ging in op het belang van een stelsel van basisregistraties, implementatiestrategieën en impact assessments.

Verschillen
Tijdens de EISCO werd duidelijk dat het stadium van ontwikkeling per land sterk verschilt. In veel landen wordt vooral de ‘voorkant’ goed ontwikkeld; Nederland en andere landen legden de nadruk ook op ‘de basis’ die op orde moet zijn. Han Polman, burgemeester van Bergen op Zoom, schetste het stelsel van basisregistraties zoals dat hier in ontwikkeling is. Dat stelt hoge eisen aan de kwaliteit, de betrouwbaarheid en de bescherming van (persoons) informatie. Alberto Ortiz de Zárate, verantwoordelijk voor het Baskische ‘Open Data’-project, liet een ander geluid horen. Wat hem betreft is in de huidige ‘2.0-wereld’, de burger zelf verantwoordelijk voor zijn informatie. “Wij behandelen de burger als een volwassene – en wij krijgen geen klachten.” Ook vindt hij dat alle informatie die de overheid heeft verzameld, openbaar is als een democratisch grondrecht voor de burger en als een voor ieder bedrijf gelijke kans om die informatie commercieel te exploiteren.

Belangstelling
De ‘Digital Local Agenda’ liep als een rode draad door de conferentie. De CEMR – en dan vooral de Noren – ontwikkelde deze handreiking voor de vertaling van het Europese beleid en de technologische ontwikkelingen binnen Europa naar de lokale overheden. Nederland heeft aan deze handreiking een bijdrage geleverd in de vorm van KING’s Gemeentelijke Model Architectuur. Voor GEMMA was ook veel internationale belangstelling en überhaupt voor de manier waarop de VNG, in samenwerking met de rijksoverheid, de ontwikkeling van de elektronische overheid in banen leidt. Ralph Pans noemde de successen die met het programma EGEM zijn behaald en waar het Kwaliteitsinstituut Nederlandse Gemeenten (KING) nu op voortbouwt. KING richt zich niet alleen op ICT, maar ook op andere middelen om de kwaliteit van lokaal bestuur en de bestuurskracht te meten, te vergelijken en te vergroten. Anders dan het tijdelijke project EGEM is KING een staande organisatie. KING lijkt navolging te krijgen in andere landen, zoals Noorwegen.

Groot was ook de belangstelling voor de Informatiekundige Uitvoeringstoets. Dit instrument is door EGEM ontwikkeld en beproefd op de Europese Dienstenrichtlijn. Met de Informatiekundige Uitvoeringstoets wordt vóóraf ingeschat wat de consequenties zijn van nieuwe wetgeving op – met name – de processen, de organisatie en de informatiehuishouding. Met de uitkomsten van een toets kan een implementatietraject adequaat worden ingericht. De Informatiekundige Uitvoeringstoets die door KING verder is ontwikkeld en toegepast, heeft de aandacht van de Europese Commissie getrokken: de EC wil voor nieuwe Europese regelgeving een toets vaststellen die sterk door het Nederlandse voorbeeld is geïnspireerd.

Rol ICT
Er kan niet alleen worden bespaard óp ICT (zoals op de energiekosten, die 40% van de totale ICT-kosten uitmaken), maar vooral mét ICT. Daarmee zouden de effecten van de economische crisis op de overheden voor een deel gecompenseerd kunnen worden. In gastland Spanje slaat die crisis hard toe. In de week vóór de EISCO kondigde premier Zapatero een pakket ombuigingsmaatregelen aan van € 16,5 miljard, boven op het in januari al besloten pakket van € 50 miljard. Onder meer worden de salarissen van 2,6 miljoen ambtenaren met 5% verlaagd en bevroren; de leden van de Cortes – het Spaanse parlement – leveren zelfs 15% in. Madrid kort de locale overheden met nog eens € 2 miljard. Het heeft de stemming onder onze gastvrije Spaanse collega’s niet merkbaar gedrukt. Het vertrouwen in de hooggestemde ambities van de Europese Commissie met betrekking tot ICT, ook als middel om de crisis te bestrijden, is kennelijk groot genoeg.

Deze ambities zullen niet worden waargemaakt als ICT niet effectief wordt gebruikt. Dat vraagt om te beginnen om een goed besef van de (on)mogelijkheden en vervolgens ook om vaardigheid in de omgang met ICT. Aan beide ontbreekt het nog bij veel bestuurders en ambtenaren. De VNG hield een serie ‘e-Awareness’- sessies voor gemeentebestuurders. De Denen sturen ‘digital ambassadors’ op pad om de vaardigheden van ambtenaren te vergroten. De Vereniging van Noorse Gemeenten heeft een speciaal programma ontwikkeld voor de CEO’s van de gemeenten – vergelijkbaar met onze gemeentesecretarissen en topambtenaren. Verscheidene andere presentaties lieten zien hoe belangrijk het is de uiteindelijke belanghebbende – de burger – in een vroeg stadium bij de ontwikkeling van elektronische diensten te betrekken, en hoe dat kan.

Locatie
De organisatie van de EISCO verdient een groot compliment. De keuze voor Bilbao als congreslocatie was een schot in de roos. In een Dominicus-reisgids uit 1985 wordt aan deze stad met 400.000 inwoners (de stedelijke agglomeratie telt een miljoen inwoners en geldt als de zesde van Spanje) slecht één alinea gewijd met als slotzin: “Bilbao is een belangrijke stad voor de ontwikkeling van de Spaanse economie, maar heeft de toerist weinig te bieden.” Het eerste is nog altijd waar, maar het laatste gaat beslist niet meer op. In de jaren ’90 maakten oude haven- en industrieterreinen in de stad plaats voor een parkachtig landschap met schitterende gebouwen van hoogstaande architectuur, zoals het congresgebouw en het spectaculaire Guggenheim Museum. In de parken en op de boulevards doet Bilbao niet onder voor Barcelona. Zowel de EISCO als Bilbao waren een bezoek meer dan waard.

 

kees.duijvelaar@vng.nl