, 4 december 2020

Politie van overmorgen

image for Politie van overmorgen image Praktijk

Tekst Jelle van der Meulen

Nieuwe manieren van werken en kennis delen kunnen voor de politie veel winst opleveren. Met onder meer digitale wijkagenten en andere programma’s voor informatiebeheer kan het werk efficiënter en beter worden, maar dan is er nog wel een cultuuromslag nodig binnen de organisatie. 

 Ondanks het coronavirus toch feestjes organiseren? Jongeren doen het in groten getale, maar de tijd van waarschuwen is voorbij, liet de politie recent weten. De afgelopen weken werden tal van jongeren beboet voor het overtreden van de coronaregels. Maar voorkomen is beter dan beboeten, weet Joren Polhuijs, operationeel expert Gebiedsgebonden Politiewerk (GGP). ‘Een collega ontdekte laatst online dat in zijn wijk een illegale rave-party werd georganiseerd. Toen de wijkagent ter plaatste kwam, waren die jongens net bezig hun spullen uit te laden. Die spullen zijn in beslag genomen, het feest ging niet door: zaak opgelost.’

Politie van overmorgen
Een dergelijke interventie had nooit plaats kunnen vinden zonder het digitale speurwerk van de wijkagent. ‘Maar zo’n geval is nog wel een uitzondering,’ zegt Polhuijs. ‘Het samenbrengen van de fysieke en digitale wereld om goed politiewerk te leveren verdient nog wel aandacht. Er zijn al kansrijke initiatieven, maar er is nog niet voldoen- de knowhow op het gebied van digitalisering en cybercrime.’ Want de politie staat voor enorme uitdagingen. Migratie heeft directe impact op wijken en buurten; de digitalisering van de samenleving neemt toe; de risico’s van cybercriminaliteit en ondermijning groeien; nieuwe vormen van burgerparticipatie zien het levenslicht… De wereld en onze samenleving veranderen snel en drastisch. In een tijdperk van COVID-19 wordt deze onstuimige dynamiek er niet minder op. Is de politie hierop toegerust? Wat zijn de gevolgen voor haar rol? En wat betekent dit voor persoonlijk voor agenten? Hoe worden ze de politie van overmorgen?

Margreeth van Dorssen werkt daar met veel mensen binnen en buiten de politie hard aan. ‘De politie van overmorgen,’ legt ze uit, ‘is verbonden met wijk, web en wereld, die samenwerkt in nieuwe coalities, die werkt met state of the art technologie en intelligence, die actief transparant is. En tot slot, de politie van overmorgen is een organisatie die wendbaar is, met wendbare mensen.’

‘Bij alle elementen heb je te maken met digitalisering,’ aldus van Dorssen. ‘Zeker in de verbinding tussen wijk, web en wereld. Want iedereen merkt: de grenzen tussen wat gebeurt in de wijk, op het web en in de wereld vervagen. Een incident in de wereld heeft binnen no time effect in de wijk, en op het web en vice versa. Als politieagent moet je simpelweg weten wat er speelt, zowel in de wijk, als op het web en in de wereld. Daarbij is het belangrijk dat je scherp hebt wat allemaal kan en mag. Politiemensen kunnen van het één op andere moment in situaties komen die een andere handelingsrepertoire vragen – waarbij politiemensen moeten kunnen schakelen tussen wijk, web en wereld. In de digitale samenleving speelt de politie een actieve rol. We willen aan de voorlinie staan van digitale innovatie en willen op een slimme en verantwoorde manier gebruik maken van data en nieuwe technologie. Data intelligence is in wezen een kernactiviteit van het politiewerk.’

Informatie delen
Onderdeel van dat streven is de Digikamer, een ruimte die is ingericht om cybercrime op te sporen. Ook traint de politie digitale wijkagenten, die zowel op straat als online aanwezig zijn en die werelden kunnen samenbrengen. Goed beschikbare en deelbare informatie is daarvoor essentieel, maar Polhuijs ziet dat er nog tijd nodig is voor dat besef echt ingeburgerd is bij de politie. ‘De klassieke wijkagent heeft veel informatie in het borstzakje,’ legt Polhuijs uit. ‘Ook heeft hij of zij soms de neiging om het eigen netwerk voor een gedeelte af te schermen. Diegene heeft veel tijd en energie gestoken in z’n positie in de wijk. De reflex om het eigen netwerk te beschermen is dan ook begrijpelijk. Maar het is heel belangrijk dat we ook over informatie beschikken als de wijkagent in kwestie een weekendje vrij is. Zijn er spanningen in de wijk, dan heb je informatie nodig en moet je wel kunnen ingrijpen.’

Teun-Pieter de Snoo werkt als docent op de politieacademie en doet daarnaast promotieonderzoek naar de versterking van de professionele weerbaarheid van de politie. Volgens De Snoo is het niet delen van kennis een aspect van de cultuur bij de politie. ‘Medewerkers van de politie identificeren zich soms met de kennis die ze hebben. Kennis die je “stiekem” hebt, deel je niet: iemand moet niet jouw kennis afpakken. Maar er zijn politieteams in het hele land met dezelfde dingen bezig zonder dat ze dat van elkaar weten. Dat is zonde en staat efficiënter werken in de weg.’ 

Met elkaar praten
De informatie is er wel, maar ze is vaak versnipperd en moeilijk beschikbaar, ondervond De Snoo. Dat kan goed politiewerk in de weg staan. ‘Stel bijvoorbeeld dat jongeren in de Molukse wijk in Assen zorgen voor overlast. Dan kun je denken dat het gewoon brutale jongeren zijn, maar als je weet dat er spanningen zijn op de Molukken, dan kijk je al heel anders naar die situatie. Dat soort informatie is er, maar verschillende eenheden en afdelingen praten niet genoeg met elkaar.’

Dat is heus geen onwil, benadrukt Polhuijs. ‘We zijn slecht in het brengen van informatie van bijvoorbeeld Rotterdam naar Groningen. Het hangt vaak nog af van je informele netwerk of je informatie kan verkrijgen. Met de Digikamer en andere werksystemen moet het makkelijker worden om informatie structureler te delen.’ Sommige informatie is natuurlijk privacygevoelig, maar lang niet alle informatie is spannend of beveiligd, weet Polhuijs. ‘Voor privacygevoelige informatie hebben we aparte applicaties binnen het politiesysteem. Maar met andere informatie kun je prima in bijvoorbeeld Workflow, Notion of Roam werken. Sterker nog, dat zou een enorme stap vooruit zijn.’

Bewustwording
Programma’s en applicaties als Workflow, Notion en Roam, waarmee notities en databases makkelijk toegankelijk en deelbaar zijn, kunnen helpen bij het efficiënter werken en delen van kennis. In de Digikamer worden deze nieuwe programma’s al toegepast en zijn ze een groot succes, aldus Polhuijs. ‘Als ik “Digikamer” intoets, zie ik à la minute welke politiebonden daar mee bezig zijn en welke informatie zij beschikbaar hebben. Digitale samenwerking heeft daar heel veel baat bij. Leren we informatie slimmer op te slaan, zodat het voor iedereen snel raadpleegbaar is, dan komt dat ons werk absoluut ten goede.’

‘Met dit soort programma’s laat je je werk heel organisch beter renderen,’ voegt De Snoo toe. ‘Gezamenlijk ergens aan werken gaat met die programma’s al veel beter.’Maar eigenlijk, meent De Snoo, is bewustzijn van kennis en werk eerst vereist, nog voordat je aan de slag gaat met allerlei programma’s en applicaties. ‘Het gaat mij er niet om dat we tool-based werken. Daar zijn altijd snel ontwikkelingen in: dan is dit weer het nieuwe goede model, even later is dat de nieuwe hype. Het is heel leuk en fijn om met die ontwikkelingen te fröbelen en nieuwe dingen te ontdekken, maar zijn we ons ook bewust van onze omgang met kennis? En wat is kennis eigenlijk?’

De Snoo herkent bij de politie verschillende vormen van kennis. Enerzijds is er feitenkennis, waarin medewerkers opgeleid worden en waar iedereen in principe bij kan. Anderzijds is er ook procedurele kennis, die al ingewikkelder te delen is, zegt De Snoo. ‘Bovendien willen we medewerkers bewust maken van de impliciete kennis die ze hebben, van gewoontes en patronen. Daar valt veel winst te behalen. Wekelijks besteden we zo anderhalf uur aan het heen en weer slepen van bestandjes. Zoveel handelingen die medewerkers dagelijks uitvoeren, alleen al met Word en Outlook, kunnen efficiënter. Recent hebben we bijvoorbeeld een filmpje verspreid dat uitlegt hoe je het best gebruik kunt maken van je computermuis. Dat kan zo al dagelijks een kwartier schelen.’

Geloof in vernieuwing
Slimmer werken, en niet harder: dat moeten de nieuwe manieren van werken ook bij de politie teweegbrengen. Van Dorssen ziet dat veel collega’s openstaan voor manieren om hun werk te vereenvoudigen. ‘Belangrijk is dat we per situatie kijken wat goed werkt. Van al die nieuwe programma’s en ontwikkelingen nemen we de principes die aansluiten bij ons werk en passen we die gericht toe.’

De urgentie om anders en beter te werken is er, maar het zit nog niet genoeg in de genen, constateert Polhuijs. ‘Wij zijn gek genoeg om ermee aan de slag te gaan, gewoon dingen uit te proberen. Je moet ook wel in vernieuwing geloven.’ De Snoo: ‘Op de politieacademie is alle informatie open, tenzij er een duidelijke reden is om het af te sluiten. Dat is wel een cultuurshock, een grote verandering, maar daar zou de gehele politie veel baat bij hebben.’

Beeld: Shutterstock