6 maart 2018

Tweede documentaire van de KNVI | SOD

image for Tweede documentaire van de KNVI | SOD image


Wachten op de volgende Titanic | Brenno de Winter 

Zowel overheid als bedrijven zijn druk bezig met het verzamelen van persoonsgegevens: om de dienstverlening te verbeteren of simpelweg om eraan te verdienen. Het verzamelen en opslaan van data is niet onschuldig, aldus onderzoeksjournalist Brenno de Winter. 

TEKST: BART HEKKERT


Wachten op de volgende Titanic | Brenno de Winter 

Zowel overheid als bedrijven zijn druk bezig met het verzamelen van persoonsgegevens: om de dienstverlening te verbeteren of simpelweg om eraan te verdienen. Het verzamelen en opslaan van data is niet onschuldig, aldus onderzoeksjournalist Brenno de Winter. 

TEKST: BART HEKKERT

Brenno de Winter pleit voor meer bewustzijn voor enerzijds de compleetheid van dossiers en anderzijds voor de omgang met persoonsgegevens. Wat gaat er nu mis bij de opbouw van dossiers? En hoe kan de overheid zowel transparant zijn, en opslag en gebruik van data door bedrijven goed controleren?

Openheid van één kant
Al van oudsher houdt de overheid zich bezig met dossiervorming. Volgens De Winter doet de overheid daarin maar wat. Soms wordt informatie over personen wel opgeslagen, soms niet. Soms is daarbij aandacht voor de vertrouwelijkheid van de gegevens, vaak ook niet. “Het ontbreekt aan visie en kader”, wanneer het gaat om opslag en omgang van informatie, aldus De Winter. Daarbij komt ook dat de overheid slecht toegang heeft tot haar eigen archieven. “De aanname [van burgers, BH] dat overheid en bedrijven altijd beschikken over correcte data is onjuist. Beslissingen over het leven van mensen berusten vaak op foute data, of slechts op een kleine set aan data.” Daarbij zorgt de willekeurigheid in opslag van data en de slechte toegang tot de eigen archieven voor een ‘vertekend beeld van deze tijd’.

Er is sprake van een bepaalde mate aan onbalans als het gaat om gegevensverstrekking en -verzameling: de burger moet zijn mond houden en alles geven aan data, volgens De Winter. Aan de andere kant worden overheden en bedrijven nauwelijks gecontroleerd op omgang met deze data, en al helemaal niet tot de orde geroepen. “Openheid is er in dit geval maar van één kant. Dit creëert een scheve machtsverhouding met de burger.”

De informatiesamenleving
De samenleving is via informatie aan elkaar verbonden. Dit brengt positieve aspecten met zich mee, maar kent ook een duistere kant. “Het openbaar bestuur geeft op dit moment geen sturing aan deze duistere aspecten.” De Winter geeft aan dat dit een kenmerk is van een overgangsfase, waarbij het openbaar bestuur vooral nog druk is met het vinden van de eigen plaats in deze nieuwe context. Hoewel bedrijven als Facebook en Google al goed begrijpen wat de grote waarde is van data, blijft ook hierin de overheid achter. Ja, er is nu al sprake van bescherming van gegevens, maar volgens De Winter betreft het hier vooral het beschermen van gegevens van het openbaar bestuur. Het gaat hier niet over gegevens rond zaken die de burger aangaat.
In Europa wordt er echter wel degelijk al nagedacht over de bescherming van persoonsgegevens, getuige de nieuwe privacywetgeving rondom de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). Kijken we naar de Verenigde Staten dan gaat dit niet op, terwijl gegevens van Nederlandse burgers ook op Amerikaanse servers worden opgeslagen. Data en privacywetgeving kan geen grenzen kennen!

De informatiesamenleving verdiend bewustzijn
Hoe moet de samenleving omgaan met grensoverschrijdende privacy-problematiek? Volgens De Winter geef onder andere de scheepvaartwereld goede voorbeelden: “Voor de ramp met de Titanic waren er geen internationale scheepvaartregels.” Bij het vergaan van een van de grootste en meest bekende schepen ter wereld, ontstond er een grote behoefte aan cohesie van regelgeving. Tegenwoordig schrijft SOLAS (International Convention for the Safety of Life at Sea) internationale regels voor met betrekking tot bijvoorbeeld de conditie van reddingsvesten, de aanwezigheid van reddingsboten en brandpreventie op schepen. Deze internationale aanpak van problemen moet ook terugkomen in hoe we meer grip krijgen op de informatiesamenleving, aldus De Winter. Regelgeving omtrent datagebruik moet internationaal gelden. Hiervoor wordt volgens de journalist echter nog niet de noodzaak gevoeld: “Het is wachten op de volgende Titanic.”

Hoewel zich al een aantal ‘grote rampen’ heeft voorgedaan – denk bijvoorbeeld aan het lek van persoonsgegevens bij Uber, maar vergeet ook niet de berichtgeving omtrent datalekken bij Nederlandse gegevens –, is er nu nog geen alomvattende aanpak door de overheden geformuleerd. “Op dit moment is het accepteren van de nieuwe realiteit nog een heel eind weg. Dat kan heel snel komen. En misschien gebeurt er helemaal geen ramp, maar er moet iets gaan gebeuren, waardoor we op een gegeven moment tegen elkaar gaan zeggen: en nu moet die informatiesamenleving gewoon de plaats krijgen die het verdiend.”

Wat kan het werkveld nu al doen? | Mening van de auteur
Brenno de Winter geeft misschien een verontrustend beeld, maar wat kan de informatieprofessional nu al doen? Sowieso is het belangrijk dat er bewustzijn is over de huidige gegevensverzameling en opslag, niet alleen bij de medewerker, maar vooral ook bij het management en bestuur. Wees kritisch bij opslag van persoonsgegevens en houd je aan regelgeving omtrent privacy tijdens selectie van te bewaren en te vernietigen documentatie.
Wees je ook bewust, en maak de bestuurder er bewust van, dat de volledigheid van dossiers een mythe is: beslissingen moeten nooit alleen worden genomen op de inhoud van een dossier alleen. Betrek de burger bij de beslissingen en wees daarbij ook transparant: op basis van welke informatie worden beslissingen genomen? Kloppen deze gegevens met het beeld van de betrokken persoon?
Hoewel internationale regels nog grotendeels ontbreken, kan de informatieprofessional al wel voor helderheid zorgen door te helpen met het opstellen van een visie en kaders omtrent de omgang met informatie. En deel ook die met andere overheidsorganisatie en vooral ook met de burger (het liefst in de vorm van open data).

We leven in een spannende tijd. De informatiesamenleving biedt kansen: betere dienstverlening voor de burger, een persoonlijke behandeling door bedrijven door kennisopbouw van klantwensen. Maar de informatiesamenleving biedt ook uitdagingen: hoe zorgen we ervoor dat gegevens niet worden misbruikt (hoe controleert de overheid grote bedrijven als Google en Microsoft)?
Wij informatieprofessionals kunnen nu al aan de slag! Of willen we wachten op een volgende Titanic? 

Bart.Hekkert@nationaalarchief.nl, Bart Hekkert is redactielid Od

Brenno de Winter is als journalist gespecialiseerd in IT-beveiliging en privacy. Hij schrijft voor diverse vakbladen (zoals Computer!Totaal) en nieuwswebsites (o.a. NU.nl). Zo’n zes jaar geleden heeft De Winter voor ophef gezorgd door het blootleggen van zwakheden in de OV-chipkaart. Door het kraken van het centrale systeem wist De Winter vertrouwelijke gegevens te bemachtigen. In plaats van erkenning van het probleem wordt de journalist door het Openbaar Ministerie aangemerkt als verdachte voor het manipuleren van waardekaarten, het voorhanden hebben van middelen om dat te doen en computervredebreuk. Op 8 september 2011 wordt bekendgemaakt dat De Winter niet strafrechtelijk wordt vervolg. Door de Officier van Justitie wordt geconstateerd dat er zorgvuldig gehandeld is binnen de grenzen van het toelaatbare. Daarbij wordt het belangrijk geacht dat de Winter de kwetsbaarheid van de OV-Chipkaart heeft aangetoond. In 2011 werd De Winter door Villamedia Magazine uitgeroepen tot journalist van het jaar. 

Niks te verbergen | Dimitri Tokmetzis

Beste lezer, wat doet ú op internet? Ongetwijfeld houdt u zich uitsluitend bezig met onschuldige zaken zoals kattenfilmpjes bekijken, smakelijke recepten opzoeken en het laatste vaknieuws op od-online.nl lezen. U waant zich alleen op een zee van informatie. Dat bent u echter niet!

TEKST: MARCO KLERKS

Tal van bedrijven kijken – zonder dat u het in de gaten heeft – over uw schouder mee, waarschuwt Dimitri Tokmetzis in de nieuwe KNVI/SOD-documentaire ‘TOEGANG!’.

Advertentiewereld
Zo vertelt Tokmetzis over zijn onderzoek naar de online advertentiewereld. Wanneer je hen vraagt naar welke informatie zij verzamelen, dan verwijzen zij onmiddellijk naar hun privacy policy. Als je echter onderzoekt wat er daadwerkelijk op je computer gebeurt – welke informatie verzonden wordt, welke cookies en trackers er geïnstalleerd worden, et cetera – dan blijkt er veel meer te gebeuren dan dat in de privacy policy staat. Zelfs jonge kinderen worden op websites en apps gevolgd, die speciaal voor hun ontwikkeld zijn!

Impact op je leven
Zelf verzamelt Tokmetzis ook online informatie over anderen. Zo is hij momenteel bezig met een onderzoek naar prostituees en een onderzoek naar rechts radicalisme. Een tegenspraak in zijn werk, erkent hij, want enerzijds schrijft hij over het belang van privacy en anderzijds schendt hij de privacy van mensen in zijn rol als journalist. Hij is zich dan ook zeer bewust van zijn verantwoordelijkheid over de verzamelde data. Allereerst zorgt hij voor voldoende beveiliging van zijn laptop en de informatie die daarop staat. Daarnaast waakt hij ervoor dat hij niet uitsluitend op basis van ruwe data conclusies trekt. Hij gaat altijd het gesprek aan met de mensen die het betreft. Herkennen zij zich in het beeld dat de data van hun schetsen? Uiteraard is niet iedereen die hij spreekt er blij mee dat hij of zij ‘bespied’ is. Uiteindelijk beslist Tokmetzis zelf of hij de data gebruikt of niet. Daarbij weegt hij het maatschappelijk belang van zijn onderzoek af tegen het privaat belang van het individu.

In de documentaire gaat Tokmetzis ook in op de volledig geautomatiseerde conclusies die getrokken worden op grond van verzamelde, persoonsgebonden informatie. Zo geven bijvoorbeeld online diensten als Spotify en Netflix naar aanleiding van jouw historische kijk- en luistergedrag suggesties voor andere series en muziek. Daar heeft Tokmetzis weinig moeite mee. De impact op je leven is immers klein. Echter, wanneer een computer met die data gaat beslissen of jij een hypotheek krijgt, of je een land binnen mag of hoe hoog jouw verzekeringspremie moet worden, dan wordt het spannend! Overheden kijken inmiddels lekkerbekkend naar wat er in de commerciële sector gebeurt en willen – nu de technologie betaalbaar wordt – ook hier een graantje van meepikken.

Persoonlijke kluis
De vraag is dan hoe je als individu controle kunt houden over jouw persoonlijke data. Hier wordt wereldwijd al veel over nagedacht. Tokmetzis bespreekt het idee dat jij, als eigenaar van jouw persoonlijke gegevens, deze bewaart in een persoonlijke kluis. Jij bepaalt dan vervolgens met wie je de data deelt. Het nadeel van deze aanpak is dat jij niet vooraf kunt weten of het delen van die data in jouw voordeel is of niet. Misschien kun je door het delen van die informatie een korting op je verzekering krijgen, maar het kan ook zijn dat op grond van die data je premie juist verhoogd wordt.

Een alternatief is dat jij je data deelt als de ander kan uitleggen wat hij of zij met die data gaat doen. Een nadeel is dat je de uitleg wel moet snappen. Vaak snapt de dienstverlener zelf niet wat er met de data gebeurt. Door de inzet van artificial intelligence, machine learning en neurale netwerken ontstaan er immers complexe, onvoorspelbare en voor de mens onbegrijpelijke algoritmen die met de verzamelde data een besluit kunnen nemen. Er zijn al systemen die op deze wijze buitengewoon goed werken, maar geen enkel systeem is volledig foutloos. En wie kun je daarvoor dan verantwoordelijk houden? Tokmetzis besluit dan ook met: “Misschien heb je niks te verbergen ten opzichte van bepaalde instanties of bedrijven. Maar als jouw data op de een of andere manier terug slaan op jouw leven, door middel van een besluit dat op basis daarvan is genomen en dat niemand goed kan uitleggen, dan begeef je je op glad ijs.” 

m.klerks@s-hertogenbosch.nl, Marco Klerks is redactielid Od

Dimitri Tokmetzis is datajournalist bij het online platform ‘De Correspondent’ en (co) auteur van de boeken ‘De Digitale Schaduw’ en ‘Je hebt wél iets te verbergen’. In zijn werk waarschuwt hij voor de risico’s (én kansen) van informatietechnologie, maar gebruikt hij die technologie zelf ook om sociale netwerken in de samenleving in kaart te brengen. In de documentaire vertelt hij over de mogelijkheden en de ethische overwegingen.  

 


Onzichtbare zichtbaarheid | Esther Keymolen 

We leven in een netwerktijdperk, een tijdperk waarin alles en iedereen met elkaar verbonden is en technologie ons leven meer en meer vorm geeft. Een datagedreven maatschappij, waarin delen centraal staat en het hebben van geheimen steeds zeldzamer is. Keymolen pleit er in de documentaire TOEGANG! voor dat we ook geheimen voor onszelf behouden. 

TEKST: MARIJKE GROENEVELD

“Je moet niet alles willen delen, dat zou ongemakkelijk worden”, meent Keymolen. Uit onderzoek blijkt volgens haar dat mensen veel meer geneigd zijn tot het delen van informatie als ze een gevoel van controle hebben. Facebook wordt voorgesteld als een netwerk van vrienden, waarbij het gevoel controle te hebben sterk aanwezig is. Je kunt immers via je privacy-instellingen aangeven wie wel en wie niet jouw gegevens mag zien.

‘Machtsonbalans’
Maar dit gevoel van controle is bij Facebook juist schijn en daarin constateert Keymolen een ‘interessante paradox’. Omdat de digitale diensten die we allemaal gebruiken zo goed zijn ontwikkeld en vormgegeven met toegankelijke, transparant ogende interfaces, verdwijnt een Google of Facebook als toeschouwer naar de achtergrond. Grote platformen zijn zo, volgens Keymolen, “allemaal bezig met jou het gevoel geven dat je in control bent”, maar “tegelijkertijd willen ze alles opslaan, zien en registreren wat je doet terwijl zij onzichtbaar zijn.” En dus, besluit ze: “Als je op Facebook zit, vergeet je ‘Facebook’.”

Voor een bedrijf dat totale transparantie propageert is hun eigen geslotenheid nogal wrang te noemen. Zonder dat we zicht hebben op wat het beleid en de regels van Facebook precies zijn, zijn we wel overgeleverd aan diens regeltjes en algoritmes. Het bedrijf is uitgegroeid tot een netwerk met 2 miljard gebruikers. Elke minuut plaatsen zij 1,3 miljoen berichten. Omdat ons leven zich steeds meer online afspeelt, worden we volgens Keymolen steeds zichtbaarder voor partijen die voor ons onzichtbaar zijn. En daar zitten allerlei consequenties aan. Keymolen noemt het doorverkopen van data door bedrijven aan andere partijen, waardoor het veel moeilijker wordt vast te stellen wie eigenlijk nog wat van ons weet. “Daar zit een machtsonbalans in: je wordt steeds zichtbaarder, maar je hebt er steeds minder controle over. En die zichtbaarheid maakt ook dat andere partijen je kunnen manipuleren, kunnen overtuigen bepaalde paden te bewandelen die je misschien zelf niet zozeer op het oog hebt. Dus daar zitten allerlei consequenties aan, aan die onzichtbare zichtbaarheid.”

Verantwoordelijkheid
De schaduwkanten van het gebruik van online diensten en digitale technologieën halen regelmatig het nieuws. Facebook verdedigt zich tijdens discussies waarin het ’t lijdend voorwerp is omtrent onderwerpen als cyberpesten, fake news (uit de Facebook-files blijkt dat er elke week 6,5 miljoen nepaccounts worden aangemaakt), dierenmishandeling, racisme, wraakporno en (zelf)moorden die realtime te volgen zijn via Facebook-live. De vraag is in hoeverre Facebook verantwoordelijk kan worden gehouden voor wat er op haar platform gebeurt. Zelf heeft het bedrijf jarenlang volgehouden dat het slechts een reflectie is van de werkelijkheid, waarvoor het neutraal gereedschap biedt. Niet vreemd dus dat ook veel overheden gebruik zijn gaan maken van Facebook om hun publiek te bereiken.

Er gaan echter steeds meer stemmen op om Facebook te beschouwen als een mediabedrijf dat zich moet houden aan bijbehorende regels, zoals ook kranten of de NOS hier aan gebonden zijn. Facebook wil dit niet. Oprichter Mark Zuckerberg liet vorig jaar weten het een belachelijk idee te vinden dat algoritmes van Facebook de Amerikaanse presidentsverkiezingen en het Brexit-referendum zouden hebben beïnvloed. Facebook is immers een technologiebedrijf en geen mediabedrijf. Inmiddels is Zuckerberg door het stof gegaan en heeft het bedrijf 3.000 extra moderatoren ingezet.

Keymolen meent in TOEGANG! dat het bedrijf zich niet kan blijven verschuilen. “Zelfs als je als bedrijf bepaalde dingen teweegbrengt die je niet voorzien had, dan kun je daarvoor verantwoordelijk zijn”, aldus de techniekfilosoof. “Dan kun je wel zeggen dat het nooit je intentie geweest is om een mediabedrijf te zijn, maar als dat een van je onvoorspelde uitkomsten is dat mensen dat eigenlijk gaan gebruiken als een mediabedrijf, dan vind ik dat je daar toch verantwoording voor moet nemen. Ook al was het niet je oorspronkelijke bedoeling.”

Het is te hopen dat Facebook als een van de meest invloedrijke organisaties ter wereld zal accepteren dat zijn ambitieuze missie gepaard gaat met het accepteren van zijn grote verantwoordelijkheid voor onze digitale samenleving. 

marijke.goeneveld@springprofessional.nl, Marijke Groeneveld is redactielid Od

Esther Keymolen is techniekfilosoof en universitair docent bij eLaw Leiden – Centrum voor Recht en Digitale Technologie. Haar onderzoek en onderwijs richten zich met name op regulering via vertrouwen en technologie, op de ethische en filosofische vragen omtrent digitale technologie en de rol van de iOverheid. In haar proefschrift deed ze onderzoek naar vertrouwen in online bedrijven. In de documentaire TOEGANG! wijst Keymolen op de grote paradox van onze ‘onzichtbare zichtbaarheid’ via Facebook en waarschuwt voor de consequenties hiervan. “We worden steeds zichtbaarder op een voor onszelf onzichtbare manier.” Ook voor Nederlandse overheden die actief zijn op sociale media als Facebook is dit een punt van aandacht. 

Het archief als de basis van macht | Marens Engelhard 

Voor Marens Engelhard is het archief altijd de basis van macht geweest. Al sinds de tijd dat mensen zich gingen settelen en gingen vastleggen wat van wie was. Ergo: documenteren leidde tot archiveren. Het hebben van een archief is een voorwaarde voor politieke macht, voor belasting heffen, voor het hebben van een leger etc. 

TEKST: EDWIN DRIESSEN

Het toegankelijk maken van een archief is dus het delen van politieke macht. Als je wilt weten of een land democratisch is moet je proberen of je het archief binnenkomt.
Archiveren gaat echter niet alleen over macht, maar ook over identiteit en erfgoed. Engelhard onderscheidt hier vier functies van het archief: continuïteit (i.c. bedrijfsvoering), verantwoording (i.c. de democratische kant), identiteit (i.c. cohesievorming, emancipatie groep) en ten slotte een culturele betekenis (erfgoed).

Industriële revolutie maar dan sneller
In de huidige tijd proberen we te snappen wat ons allemaal overkomt. Engelhard trekt hierin een vergelijking met het begin van industriële revolutie maar dan sneller. Ook de huidige economische modellen voldoen volgens hem niet meer. De economie van de toekomst is geen ongebreideld vertrouwen in het bedrijfsleven, maar eerder een overheid die een stukje macht terugneemt. De economische groei is er in zijn ogen veel meer een die streeft naar een dynamisch evenwicht, in plaats van altijd maar doorgaan. Dit hoeft in zijn ogen niet tegenstrijdig te zijn met technologische ontwikkelingen, maar je moet er als overheid voor zorgen dat je meer aan het roer komt te staan.

Basis voor een rechtvaardige samenleving
Engelhard citeert de Franse filosoof en literair criticus Jacques Derrida (1930-2004): “Er is geen macht zonder controle over het archief.” Hij onderbouwt dit citaat aan de hand van een aantal recente voorbeelden waarin toegang tot informatie essentieel is gebleken. Bijvoorbeeld bij de discussie rondom de gaswinning in Groningen, waarin de actiegroep tegen gaswinning resultaat heeft bereikt op basis van openbare overheidsinformatie. Andere voorbeelden die hij aanhaalt zijn de dekolonisatieprocessen en de treinkaping bij De Punt.
Met andere woorden: je ziet het belang van het archief ook heel sterk wanneer je als burger anders denkt over rechtvaardigheid. De toegang tot informatie is een basis voor een rechtvaardige samenleving.

Vertaling naar de praktijk | Mening van de auteur
Ik ben het ermee eens dat toegang tot informatie een basis kan zijn voor een rechtvaardige samenleving. Daarbij is het wel van belang je te realiseren op welke wijze deze informatie gebruikt wordt en door wie. Informatie is immers geen waarheid en zal dus altijd getoetst moeten worden. Open archieven dragen bij aan een transparante maatschappij, alwaar de veelal hoogopgeleide burger in staat is op basis van archiefonderzoek haar rechtvaardigheid te ontlenen. Daar schuilt ook een bepaald gevaar, want het overgrote deel van Nederland is niet hoogopgeleid en heeft nog nooit een stap gezet binnen een archiefbewaarplaats. De kunst is om aan deze groep de waarde van het archief duidelijk te maken en de brug te vormen tot de alledaagse praktijk op straat.

e.driessen@tweedekamer.nl, Edwin Driessen is redactielid Od

Marens Engelhard is sinds november 2014 de algemene rijksarchivaris en algemeen directeur van het Nationaal Archief. Hij was vanaf 2010 directeur van het Stadsarchief Amsterdam en in die hoedanigheid ook gemeentearchivaris voor hij bij het Nationaal Archief begon. Voordat Engelhard, van huis uit historicus, gemeentearchivaris werd, was hij onder meer stadsdeelsecretaris in Osdorp, deed hij een aantal interim-klussen, was hij organisatieadviseur en directeur van het Pedologisch Instituut Amsterdam. 


‘Mensen denken dat data aan struiken groeien’ | Maxim Februari 

Op 5 mei 2017 hield Maxim Februari in zijn Godwinlezing1, een initiatief van de Correspondent, Bits of Freedom en Artis, een indrukwekkend betoog over het morele karakter van data. Hij sprak over de gevaren van de datahonger van grote bedrijven en de gevolgen voor de samenleving. Als een belangrijke denker over digitalisering mocht Maxim Februari niet ontbreken in ‘TOEGANG!’. 

TEKST: ERIC KOKKE

Maxim Februari pleit voor een kritische blik naar organisaties die data verzamelen en daar vervolgens (vergaande) conclusies uit trekken: “Bepaalde waarnemingen zijn pas gegevens als je besluit ze ook op te schrijven. Maar waarschijnlijk zijn er tegelijkertijd nog veel meer waarnemingen die je niet opschrijft of vastlegt. Iemand maakt dus een keuze. Welke waarnemingen verhef je tot data en wat laat je buiten zicht? Dat zijn morele beslissingen. Het gevolg is dat degene die de betreffende data maakt, zich daarmee macht verwerft.

Producten
Hij stelt dan ook dat je je bij data altijd moet afvragen wie deze data heeft gedefinieerd, wie heeft de data verzameld en hoe komt hij aan de bevoegdheid om de data te verzamelen. Kortom, wie zit erachter? Data groeit niet aan struiken, je kunt ze niet gewoon plukken en dan zeggen dat je data hebt.

Maxim Februari ziet daarin een naïviteit om te denken dat alle data harde data zijn. Dat klopt niet. Meestal gaat het om interpretaties van de ‘maker’. Data zijn eigenlijk niet gelijk aan gegevens, ze zijn gemaakt. Producten is dan ook eigenlijk een betere naam. Wie ze maakt, bepaalt. En daarom moet je je jezelf afvragen waarom ‘die data’, waarom verzamel je die over mensen, waarom wil je dat weten? Deze vragen worden te weinig gesteld. Te vaak gaan mensen ervan uit dat data ‘neutraal’ zijn en dus een juiste uitkomst of waarde geven. Dat klopt niet!

Geen grip
Maxim Februari is niet altijd even optimistisch als hij kijkt naar de data driven-maatschappij. Door de macht van de dataverzamelaars dreigt de mens ‘er uitgegooid’ te worden. We verzamelen zoveel data door overal sensoren te plaatsen, dat bijvoorbeeld oerwouden, woestijnen en zelfs steden zichzelf kunnen besturen. Als dit gaat via kunstmatige intelligentie weten we wel heel veel, maar uiteindelijk begrijpen we niet waarom dingen zo gebeuren. In de toekomst zal er heel veel geweten worden over de wereld en op basis van weten wordt er geregeerd. De mens staat er naast en begrijpt niet meer wat er gebeurt. Het gaat niet meer via betekenis, maar via weten. Het gevolg is dat we geen greep meer hebben over onze eigen leefwereld als er over ons van alles geweten wordt en op basis daarvan ons leven wordt bestuurd, terwijl wij niet meer begrijpen wat de beslissingen precies zijn.

Daarom is het van belang om je bewust te zijn van de werking van data. Je kunt accepteren dat het gewoon zo is en dat we in de marge verdwijnen. Maar de mens is een betekenis zoekend wezen en wil zelf zeggenschap hebben. De grote vraag is dus of wij er in de toekomst met ons verstand nog steeds bij kunnen. Of wij nog steeds zelf betekenis kunnen geven. Of wij morele instanties blijven.

eric.kokke@GOopleidingen.nl, Eric Kokke is redactielid Od

Maxim Februari is filosoof, schrijver, jurist en columnist met een bijzondere interesse voor de invloed van technologie op bestuur, rechtspraak en de politiek. In 2017 kwam zijn roman ‘Klont’ uit, waarin hij beschrijft over hoe mens te zijn in een gedataficeerde wereld. Voor TOEGANG! sprak hij over het bewustzijn van de ‘normale Nederlander’ als het gaat over de waarde van data. 

Noot
1 Lees de Godwinlezing via https://decorrespondent.nl/6692/de-datahonger-van-staten-en-bedrijven-zet-veel-meer-op-het-speldan-uw-privacy-alleen/712408691456-9dd7324e


Asymmetrie in de toegang op informatie | Martijn Aslander

Er is een probleem met de asymmetrie van de toegang tot informatie. Overheid, burgers en ondernemers zouden meer gelijkwaardig toegang moeten hebben. De asymmetrie kan doorbroken worden met een controleerbare overheid en met regels voor bedrijven. 

TEKST: ANDRÉ PLAT

Google had Ad Block geïnstalleerd en websites werden er gek van. Maar Aslander vindt adverteren een slecht idee. Iets is goed en ‘vliegt’, als adverteren nodig is dan is het niet goed (genoeg).
Data zijn van jou, anderen moeten van die data afblijven. Ben je het eens met Frissen dat het oké is om informatie verborgen te houden? Transparantie is oké, wederzijdse wederkerigheid is nodig, maar die is nu in onbalans. Er is een probleem met de asymmetrie van de toegang tot informatie. Overheid, burgers en ondernemers zouden meer gelijkwaardig toegang moeten hebben.

Asymmetrie doorbreken
Hoe dan ook, als iemand echt alle data van jou wil hebben dan lukt dat. De tools zijn krachtiger dan ooit. Dat geldt twee kanten op en de data zijn voor beide beschikbaar.
Facebook en Google hebben macht, en daar is ook asymmetrie op toegang. Die asymmetrie kan doorbroken worden met een controleerbare overheid en met regels voor bedrijven.

En dan de reputatieeconomie: bij een lening worden we gererate, het zou mooi zijn als wij banken kunnen raten. Uber en Airbnb zijn meer ingericht op wederzijdse betrouwbaarheid. Maar hoe we bewegen en ons tot elkaar verhouden, verschuift.

Automatisering/robotisering
Het algoritme bepaalt en dat kan leiden tot ‘afvlakking’. Aslander stelt: “Wat mij helpt mag.” Maar machines worden ‘menselijker’: mag dat dan ook?
Intuïtie maakt ons menselijk: er is warmte, empathie en dat kun je niet vangen met een algoritme. “Die mogen mij leiden”, zegt Aslander. De interviewer in de fi lm vindt dit eng.

Er is het voorbeeld van schaken van mens tegen computer. Dat was even eng, maar nu wel heel interessant. De mix ‘man/machine’ is een zoektocht. Die zoektocht is oké.

Nut van alles bewaren
Is het dan handig om alles te bewaren? Als alle informatie over de medische wereld zou wegvallen, verliezen we wat maar dat biedt ook kansen om nieuwe dingen te bedenken. We weten nog zoveel niet. In alle mensen zit veel kennis en informatie, en die gaan we er weer opnieuw uithalen en komen zo tot nieuwe dingen. Als we alles bewaren is dat handig. Als we alles weggooien, kunnen we een nieuwe start maken. Maar we kunnen niet alles lezen, net als niet alles weggooien. Als meer bedrijven hun geheugen zouden kwijtraken, zouden ze wellicht minder snel opvallen en veel meer innoveren.

Of dit voor de samenleving heilzaam is? Daar moeten we over nadenken, dat weten we niet. In de praktijk gaan we dit nooit testen. Ook al zou alle machine-informatie verdwijnen, dan hebben we nog heel veel media. Als die verdwijnen, dan hebben we nog veel informatie in de hoofden van mensen. We gaan dit dus nooit meemaken.

Dus moeten we mensen hebben die alle informatie opslaan of dat juist niet doen. Als mensen er blij van worden en we hebben er geld voor over: go your gang. Er was een Joods Archief verdwenen en daar was veel ophef over. Tsja, als mensen ergens ophef over kunnen maken, dan zullen ze dat blijven doen. Dat is een eigenschap van mensen. Aslander: “Ik vind archief fijn om in te grasduinen. Ik ben de zoon van een geschiedenisleraar. Ik houd van geschiedenis.” Als alle archief weg is, gaan we met andere dingen dealen. Je comfortabel voelen met dingen die je niet weet, dat is de grote uitdaging.

Wat kun je met dit verhaal? | Mening van de auteur
Niet archiveren boeit ook mij in hoge mate. Geert Jan van Bussel heeft in Archiving in liquid times een bijdrage geleverd met de titel Archive is as is. Hij heeft daar een theorie ontvouwt die lezenswaardig is. Alleen al de titel boeit: archief is wat het is, niet te veel aan doen en niet teveel werk aan verrichten. Het is er al. Verrijk dit met de idee dat niet-archiveren bijna niet meer lukt. We laten immers overal ‘sporen’ na, die je kunt archiveren. Bij de overheid is de archieffunctie geoptimaliseerd, verstard, geïsoleerd en in onbruik geraakt.
Gewoon beheren wat er is, toegankelijk maken, selecteren en wat overblijft duurzaam toegankelijk houden. Om met Aslander te spreken in zijn steenkolen Engels: “Als je er geld voor krijgt, go your gang.” In veel gevallen: als je er weinig middelen voor krijgt, doe dan het belangrijkste.

aplat.hermes@gmail.com. André Plat is redactielid Od

Martijn Aslander (easycratie) is stand-up filosoof, boardroom sparring partner en medeauteur van de bestseller Nooit af. Hij bouwde handmatig het grootste hunebed ter wereld, stond aan de wieg van lifehacking. nl en is medeoprichter van Permanent Beta. Zowel op het podium als in zijn publicaties brengt hij met hartstocht en humor de complexe impact van technologie op de samenleving in kaart. 


Wat maakt, wat jij wel of niet ziet?

Algoritmes, ethiek en het gebrek aan toezicht | Marleen Stikker

Marleen Stikker verwijst in haar interview naar het ‘drama van Rusland, Amerika, Poetin, Trump en wat er met de Brexit is gebeurd’. “Je voelt aan alles dat de interesse en de aandacht aan het toenemen is en dat je ziet wat de consequenties zijn als je er geen toezicht op houdt.” 

TEKST: JEROEN JONKERS

Het is een gevaar voor de democratie hoe het groot kapitaal op dit moment veel technologische initiatieven ondersteunt, waarbij de ernstige twijfels zijn of deze nieuwe initiatieven op een integere wijze worden genomen.

Algoritmes
Hiermee geeft Stikker al overduidelijk aan dat de ‘werkelijkheid van de wereld’ niet door jezelf wordt bepaald, maar door algoritmes. “Dagelijks maken we mee dat algoritmes bepalen wat je wel of niet ziet via sociale media. Het algoritme bepaalt wat zij denken dat jij wilt, of wat zij denken dat beter is voor henzelf wat je ziet. We hebben gezien wat voor een effect het heeft op de verkiezingen en hoe dat bespeeld kan worden op bijvoorbeeld Facebook of Twitter. Waarschijnlijk hebben we daar ook de Brexit aan te danken.”

Stikker geeft aan dat iedere dataset een interpretatie is van de werkelijkheid. Wat is waarheid en hoe interpreteer je dit? “Een voorbeeld is rechtbankinformatie, waarbij DNA geïnterpreteerd wordt en met algoritmes wordt bekeken of iemand wel of niet betrokken is bij een moord. In New York zijn deze openbaar en er wordt nu gesuggereerd dat veel mensen onterecht in de gevangenis zitten, omdat de data op een verkeerde manier zijn geïnterpreteerd.” Stikker laat in haar verhaal duidelijk zien dat de wijze waarop algoritmes werken een groot effect kunnen hebben op het leven van individuen of de gehele samenleving.

En binnen informatiebeheer?
Ook binnen het informatiebeheer van de overheid is het de vraag of hierbij algoritmes werken die bepalen wat je ziet, of dat je toch het totaal overzicht krijgt naar waar je interesse in uitgaat. Dit gaat zowel om de wijze waarop omgegaan wordt met interne systemen als met de wijze waarop gegevens openbaar worden gemaakt. De vraagt is of je daadwerkelijk alles ziet aan data wat je zou willen zien. Dit is van groot belang in het kader van transparantie van de overheid, maar ook om voorstellen tot besluiten met de juiste data voor te leggen aan bestuurders.

jeroen@jonkersenko.nl, Jeroen Jonkers is redactielid Od

Als ‘burgemeester’ van De Digitale Stad ontwikkelde Marleen Stikker in 1994 de eerste gratis toegangspoort en virtuele gemeenschap op het internet. Datzelfde jaar startte zij de Waag, een sociale onderneming die bestaat uit Waag Society, onderzoeksinstituut voor creatieve technologie en sociale innovatie en Waag Products, dat bedrijven lanceerde als Fairphone, de eerste eerlijke smartphone ter wereld. Marleen Stikker is tevens adviseur van de ‘policy strategy group’ van de Europese Commissie.