1 juni 2014

Welvaart of welzijn?

image for Welvaart of welzijn? image

Boudien Glashouwer

Boudien Glashouwer
Boudien Glashouwer

Nederland moet sterker uit deze crisis komen met een solide beleid: dus stimuleert dit kabinet de innovatie en duurzame technologie. Dat stimuleert vakmanschap, een sociale samenleving en een veilige samenleving. Ook Eurocommissaris Neelie Kroes wil uiteraard dat Europa een voorsprong neemt op digitaal gebied door snel door te stoten naar de aanleg van supersnelle 5G-netwerken. Momenteel is in de meeste Europese landen 4G nog niet eens echt van de grond gekomen. Maar Kroes gaat dat allemaal lang niet snel genoeg. 5G biedt Europa grote kansen, vindt Kroes, en als die netwerken hier eenmaal in de lucht hangen heeft Europa een voortrekkersrol in de wereld.

Grondstof voor verdere ontwikkeling
Interessant is de discussie of welvaart en welzijn wel hand in hand kunnen gaan. Als informatie wordt gezien als grondstof voor een verdere ontwikkeling van de huidige maatschappij hebben we nog veel te leren. We zijn in de digitale wereld ook nog niet zo lang onderweg. Een parlementaire enquête naar ICT-projecten is een feit. Wat opvalt is dat complexe projecten als GBA, Patiëntendossier of C2000 een doorlooptijd hebben van vijf tot wel achttien jaren, met wisselend en soms bijzonder droef gebrek aan succes.

Wij stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit van onze leefomgeving. Risico’s en tegenslagen accepteren we lastig. En wij hebben inmiddels een ongekende honger naar het supersnel en transparant delen van informatie van ongekende omvang. Wildgroei en onbeheersbaarheid van systemen en informatieverzamelingen in relatie tot de huidige complexiteit van netwerken en grenzen liggen daarbij op de loer. Ook leggen we een groot beslag op schaarse grondstoffen voor onze nieuwe technologieën, de markt voor bijvoorbeeld smartphones lijkt zelfs verzadigd.

Beheerstaken worden gecentraliseerd of zelfs geheel uitbesteed. Samendoen geeft meer synergie bij overheidslagen als rijk en gemeenten. Gemeenten krijgen ook extra taken in het sociaal domein, en provincies en waterschappen richten zich op hun regio-omgeving. Groot blijkt niet altijd geweldig of goedkoper. Een voorgenomen fusie tussen het Nationaal Archief en de Koninklijke Bibliotheek is bevroren. De voordelen op gebied van kwaliteit, continuïteit en efficiency bij het realiseren van de ambities ten aanzien van de digitalisering van informatie en de duurzame informatiehuishouding van het rijk konden nog niet worden aangetoond.

Welke weg moeten we inslaan om het goede te behouden? Op drie trends in relatie tot de informatiemaatschappij van nu en in de toekomst zou ik met name in willen gaan.

Digitale archivering en informatieverschaffing
De behoeften van de huidige samenleving gaan niet altijd hand in hand met de huidige wetgeving op dat gebied. Alle informatie zou het liefst overal toegankelijk moeten zijn. Veel organisaties worstelen met de groeiende hoeveelheid data die de laatste jaren opeens ter beschikking is gekomen (big data). Alles lijkt waardevol, maar hoe scheidt u het kaf van het koren en hoe zet u al die data om in relevante informatie waarop u strategische besluiten kunt nemen? De wetgeving en kaderstelling daaromtrent kan niet zo snel volgen.

Het Nationaal Archief is daarom een innovatieprogramma Archief 2020 gestart, speciaal ingericht om te komen tot een archieffunctie die toekomstvast is. Voor de uitvoering van het innovatieprogramma werken het ministerie van OCW, het Interprovinciaal Overleg (IPO), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) intensief samen.
Er wordt geëxperimenteerd met het aan de ene kant vervroegd overdragen van archiefbestanden: een ministerie kan zijn gegevens bij een nationaal archiefdepot in eeuwigdurende bewaring geven. Dit maakt opschonen van zo’n 90% van de digitale bestanden mogelijk en stelt paal en perk aan de informatieoverload en het overmatig gebruik van de technische resources.
Aan de andere kant: instituten als het KNMI en het Kadaster willen hun gegevens juist niet overdragen. Weergegevens en kadastrale gegevens zijn juist nodig voor de dagelijkse bedrijfsvoering en overstijgen de eeuwen. Al met al blijkt het op deze wijze mogelijk veel sneller dan voorheen en digitaal op een regenachtige zondagmiddag archiefgegevens beschikbaar te stellen via internet. Transparantie en toegankelijkheid voor burgers en belanghebbenden, zoals in een democratie kan worden verwacht.

Computercriminaliteit en informatiebeveiliging
Dat tegenwoordig al kan worden gegarandeerd dat digitaal opgeslagen gegevens voor de eeuwigheid in bewaring kunnen worden gegeven en ook bij voortduring veilig zullen zijn ontlokt een glimlach.
Cloud computing bijvoorbeeld stelt de opsporing en vervolging van misdaad voor uitdagingen. In cloud computing wordt gegevensopslag en dataverwerking uitbesteed, vaak aan buitenlandse partijen. Het is daarbij vaak moeilijk te bepalen waar gegevens precies liggen opgeslagen. Dataopslag in de cloud is verdeeld over verschillende locaties en is dynamisch. Het Chinese leger blijkt bijvoorbeeld een grote cyberspion. Vanuit een kantoor in Sjanghai pleegt het leger honderden inbraken bij strategische bedrijven.

De Nederlandse AIVD wijst al jaren op risico van hacken. Wij hebben ons eigen Diginotar-debacle als voorbeeld. De inbraak bij Diginotar was mogelijk omdat de website zwaar verouderd was. Uit het onderzoek, dat werd uitgevoerd in opdracht van Diginotar voordat het lek publiekelijk bekend werd, blijkt dat voor de website gebruik werd gemaakt van een oude versie van het contentmanagementsysteem. In mei 2008 waarschuwde het bedrijf achter het systeem voor een ernstig lek in die versie, ruim drie jaar voordat Diginotar werd gehackt. Precies dat lek is volgens ITsec misbruikt.
In Nederland bindt men de strijd aan tegen cyber security met de oprichting van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC). Dit moet een beter gecoördineerde aanpak van computercriminaliteit tot gevolg hebben. Inmiddels is ook een landelijke Taskforce Bestuur en Informatieveiligheid Dienstverlening ingesteld.

Sociale invloed op de mens
Het Nieuwe Werken kan een groot goed zijn. Jongeren en professionals waarderen de persoonlijke ruimte bij de taakuitoefening zeer. Niet zozeer een bezuiniging van werkgevers op werkplekken tot circa 70% van de aanwezige personeelsformatie, maar de mogelijkheid dat men op een zo passend mogelijke wijze zijn werk kan en mag doen, any place, any time, anywhere. Maar er is een keerzijde.

Het Nieuwe Werken is geen wondermiddel. Werknemers ondervinden steeds meer last van technostress, mede omdat (schijnbaar of blijkbaar) van hen verwacht wordt dat zij altijd bereikbaar zijn. De mens moet weer de regie krijgen over de techniek, in plaats van andersom. Steeds meer werknemers checken de smartphone, iPad of laptop ook regelmatig buiten werktijd om berichten van het werk te lezen. Bijna zestig procent van de werknemers wil dat er binnen het bedrijf afspraken worden gemaakt over het versturen van werkgerelateerde berichten buiten werktijd. Het is namelijk de vraag of de voortdurende verstoring door mobieltjes de productiviteit ten goede komt.
Daarnaast voelen werknemers een constante druk om op berichten te reageren. In Duitsland verboden bedrijven zelfs rond de kerst om berichten te verzenden vanuit het werk. Het was de Duitse minister van Binnenlandse Zaken die aangaf dat de mens weer de regie moet krijgen over de techniek, in plaats van andersom.

De informatiemaatschappij van de toekomst
Nieuwe media en werkwijzen bieden nu al veel kansen. De mens is geen slaaf meer van routinearbeid. Voor gehandicapten wordt de wereld ontsloten en zijn er meer kansen op arbeid. De verdergaande informatisering brengt ons economische vooruitgang, versnelling van onze maatschappij, productinnovatie en welvaart. De huidige economische crisis brengt ons slechts een paar jaar terug op de welvaartsschaal. Hoe erg kan dat zijn?
De ICT-mogelijkheden van nu en in de toekomst dragen bij aan een langer, gezonder en kwalitatief beter bestaan, dus welzijn. Wel moeten we oog blijven houden voor de rafelrandjes. Mensen raken verslaafd aan de iPad of zitten dagen aan sociale media. En de milieubelasting moeten we echt de baas worden. Laten we ervan uitgaan dat de mens in goede balans blijft met het benutten van alle ons ter beschikking staande gadgets en mogelijkheden.

Leren over en met ICT gaat ook anders. Je hoeft niet alles te weten en uit je hoofd te leren, als je maar weet waar je de kennis vindt en hoe je deze moet inzetten, waarderen en toepassen. Je leert derhalve van en met elkaar door de beschikking over de juiste gegevens en technische hulpmiddelen. Voor DIV’ers en archivarissen is het een uitdaging met een andere (Google Glass-?) bril naar het vak te kijken en door te ontwikkelen. Het aanbrengen van samenhang tussen de uiterst diverse opslagmogelijkheden en de cloud biedt een totaal nieuwe perspectief.

Ik kijk uit naar nader onderzoek en verdergaande ontwikkelingen op dit terrein. De mogelijkheden bieden ook ongekende kansen. Want wie zou nog terug willen naar de oproepen van de ANWB-alarmcentrale op de Wereldradio in vakantietijd? Ik zou deze tijd voor geen goud willen missen en kijk uit naar wat verder nog mogelijk wordt!

b.jglashouwer@telfort.nl, Boudien J. Glashouwer RE RI CISA werkt bij Het Expertise Centrum PBLQ HEC. Zij is verder bestuurslid van het Noord- Hollands Archief en raadslid van gemeente Schagen.


*Voor dit artikel is geput uit de Automatiseringsgids, Computable, Intermediair, The Register, FD en Trouw. Verder de Archiefwetgeving en het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II.
Een uitgebreide versie van dit artikel is opgenomen in het boek ‘De informatiemaatschappij van 2023’, ISBN 9789076176000.