14 maart 2022

Werk aan de winkel voor Woo

image for Werk aan de winkel voor Woo image

Verreweg de meeste overheden hebben geen beleid vastgesteld over de behandeling van Wob-verzoeken. Wel beschikt het merendeel (72 procent) over werkinstructies en procesbeschrijvingen over de behandeling van Wob-verzoeken.

Dat blijkt uit het onderzoek De praktijk van de Wob bij decentrale overheden, uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Vereniging van Rekenkamers en Rekenkamercommissie (NVRR). Het onderzoek richt zich op de rechtmatigheid van Wob (Wet openbaarheid bestuur) -verzoeken, verantwoording hierover, actieve openbaarmaking en hoe deze zaken zich verhouden tot de Wet open overheid (Woo), die op 1 mei 2022 in werking treedt.

Actieve openbaarheid (informatieverstrekking op eigen initiatief) krijgt nauwelijks aandacht. Slechts 14 procent van de overheden zegt te beschikken over werkinstructies of andere interne afspraken over actieve openbaarheid. Wel zijn veel overheden hiermee bezig, vooral met het oog op de Woo, die meer de nadruk legt op actieve openbaarmaking dan de Wob.

Jaarlijks worden er gemiddeld zo’n 1200 tot 1400 Wob-verzoeken ingediend. Ongeveer de helft van die verzoeken wordt ingewilligd, 13 procent wordt afgewezen en 23 procent wordt deels afgewezen. Dat zegt echter niets over de hoeveelheid informatie die gezien wordt als ‘gevoelig’ en daarom onleesbaar wordt gemaakt. De onderzoekers kregen geen toegang tot de niet-versterkte documenten of ongelakte versies.

Een frustratie van indieners van Wob-verzoeken betreft de beslistermijn. Volgens de wet dient een indiener binnen vier weken een reactie te krijgen. Volgens het onderzoek wordt in een kwart tot een derde van de gevallen niet aan deze termijn voldaan.

Er is dus werk aan de winkel voor overheden voordat de Woo in werking treedt. De Woo geeft regels over het actief openbaar en toegankelijkheid maken van overheidsinformatie en moet ervoor zorgen dat deze beter vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is.